Onderzoek na de moord op Peet van der Linde.
Volledig scherm
Onderzoek na de moord op Peet van der Linde. © maricmedia perry roovers

22 en 18 jaar cel voor ‘kille’ moord op Bredanaar Peet van der Linde

BREDA - De drie verdachten van de moord op Bredanaar Peet van der Linde (59) zijn door de rechter veroordeeld tot langdurige celstraffen. Hoofdverdachte Corné R. (45) uit Sprundel krijgt een gevangenisstraf van 22 jaar.

De twee andere verdachten, opdrachtgever Piet S. (44) uit Etten-Leur en R.’s zwager David J. (37) uit Sprundel, krijgen beiden 18 jaar cel opgelegd. J. was de chauffeur van de vluchtauto. De rechtbank spreekt van een ‘kille afrekening’.

‘Koelbloedig’

De officier van justitie eiste enkele weken geleden 26 jaar cel tegen de hoofdverdachte en 24 jaar cel tegen de twee andere mannen. R. heeft bekend de moord te hebben uitgevoerd. Hij haalde op 6 januari 2017 op de stoep bij café ’t Hoekske aan het Dijkplein in Breda de trekker over. De officier sprak al van een ‘koelbloedige moord’ en de Bredase rechtbank gaat daarin mee.

Wat R. niet heeft geholpen, is zijn 38 pagina’s tellende strafblad. Dat feit alleen al heeft volgens de rechtbank strafverhogend uitgepakt voor de Sprundelaar.

Motief

Het motief voor de liquidatie is volgens het Openbaar Ministerie (OM) geld geweest. Getuigen hebben verklaard dat Piet S. een grote schuld had bij auto- en sieradenhandelaar Van der Linde. Het slachtoffer zou hem op de avond van de moord nog een duur horloge hebben verkocht.

Het OM gaat uit van moord met voorbedachte rade. De moord zou maandenlang zijn voorbereid. Ook de rechtbank denkt er zo over. R. zelf heeft verklaard het slachtoffer ‘in een opwelling’ te hebben gedood.

Peet van der Linde zou door opdrachtgever S. bewust in de val zijn gelokt. S. zou speciaal daarvoor een feestje in het café hebben georganiseerd en het slachtoffer daarvoor hebben uitgenodigd. Bij zijn vertrek uit het café werd Van der Linde door schutter R. opgewacht en in een kogelregen doodgeschoten.

Undercoveractie

Bij de uitspraak gistermorgen ging de rechter uitgebreid in op de undercoveractie waarbij chauffeur J. door de mand viel. Tegenover twee undercoveragenten, die zich uitgaven voor drugscriminelen, bekende J. betrokken te zijn geweest bij de moord. De rechter vindt niet dat er fouten zijn gemaakt door de politie, al ging de misleiding van J. wel ver. De geslaagde undercoveractie was volgens de rechter nodig om de waarheid boven water te krijgen.

De rechter heeft de door de nabestaanden geëiste schadevergoedingen voor het grootste gedeelte toegewezen. Het gaat om bedragen van 49.000 voor de echtgenote en 25.000 euro voor de dochter van het slachtoffer.      

In samenwerking met indebuurt Breda