-
Volledig scherm
- © -

Carnavalsblues

columnHet is woensdagmiddag. In sta in een pashokje met slecht sluitend gordijn. Op de achtergrond dreint carnavalsmuziek. Op de grond naast mijn voeten grijnst vanaf een afgescheurd stukje karton een clown me toe.

Buiten, in een soort geïmproviseerd halletje, hoor ik een jongen van een jaar of zes. Hij klinkt niet blij. Hij weigert een pakje aan te trekken dat zijn moeder hem opdringt. ,Doe nou even”, zegt zij ongeduldig. ,,Het staat je zo schattig.” Maar het jochie wil niet schattig zijn. Hij wil een pistool. Dat mag niet van zijn moeder. Ze blijkt van het verantwoorde soort. ,,Nee, pistolen vinden wij stom.” Heeft hij weer.

Te kort

Nieuwsgierig naar wat hij dan wel aan moet, kijk ik door de spleet in het gordijn. Ik kan ze niet zien. Het beeld voor mijn hokje wordt helemaal ingenomen door een meisje van een jaar of zestien. Voor een voor mij onzichtbare vriendin showt ze een bruin indianenjurkje. ,,Is het niet te kort”, vraagt ze.

Het is een heel leuk pakje, vind ik en draai me blij om naar het haakje in mijn hokje. Daar hangt ie. Precies hetzelfde jurkje. Ik pak het, trek het over mijn hoofd naar beneden, wurm het over mijn lichaam, voel dat het wat strakjes zit, en kijk vervolgens hoopvol in de spiegel.

Ik zie een worst. Meer kan ik er niet van maken. Ik ben een bruine worst met kleurige franjes. Als ik mijn armen in witte beenwarmers steek en strak langs mijn lijf hou, ben ik een hotdog. Wel hot , maar niet sexy. Misschien moet ik een rode boa om mijn nek doen. Dan zit er ketchup op de worst.

Treiterig

Dit is de dag die je wist dat zou komen, denk ik en stroop het jurkje via mijn hoofd af. Op de grond lacht de kartonnen clown me treiterig toe, ,,Kutclown”, duw ik hem met mijn voet het hokje uit.

Ik koop een vormeloze roze broek. Twee maten groter dan de maat die ik dacht te hebben. ,,Ja, maar alles hier valt klein uit”, zegt de kassamevrouw. ,,Die kleren komen uit China. En Chinezen zijn klein, vandaar.”

Het is een logica die ik niet helemaal begrijp. En de mevrouw achter de kassa, denk ik, ook niet. Maar het is een excuus dat we allebei graag willen geloven. Zij lijkt me net zo oud als ik. Worstenleeftijd.

In samenwerking met indebuurt Breda