Volledig scherm
© Marcel Otterspeer / Pix4Profs

Normen op KMA Breda ‘op ernstige wijze’ overschreden

BREDA - ‘Volstrekt onaanvaardbaar. Grensoverschrijdend gedrag. Normen die op ernstige wijze zijn overschreden.’ Staatssecretaris Barbara Visser (Defensie) reageert snoeihard op de conclusies van drie onderzoeken die zijn gedaan naar ontoelaatbaar gedrag van vijf studenten en een leidinggevende van de KMA in Breda. Tegen hen worden maatregelen genomen.

In de loop van 2018 krijgt de commandant van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA), waar de KMA (Koninklijke Militaire Academie) onder valt, signalen over ontoelaatbaar gedrag. Hem komt ter ore dat in een WhatsApp-groep van KMA-studenten kwetsend en beledigend beeldmateriaal is gedeeld. Hieronder afbeeldingen van pornografische en racistische aard en plaatjes met verwijzingen naar Nazi-Duitsland. Ook blijkt een leidinggevende relaties te zijn aangegaan met vrouwelijke officieren in opleiding.

Rapport

De NLDA-commandant maakt melding van beide kwesties, waarna Defensie verschillende onderzoeken start. Uit het vrijdag gepubliceerde rapport over de eerste kwestie blijkt dat de onderzoekscommissie de beschikking heeft gekregen over achttien afbeeldingen waarvan het vermoeden bestond dat die in de WhatsApp-groep van een specifieke klas binnen de NLDA waren gedeeld. “De commissie kan echter niet uitsluiten dat er meer beeldmateriaal aanwezig is dat op deze zaak betrekking heeft.” Een ‘gering aantal studenten’ deelde de afbeeldingen, zo is gebleken.

‘Gefotoshopt’

Volgens de onderzoekers zijn defensiemedewerkers op meerdere afbeeldingen ‘op een volstrekt onaanvaardbare wijze afgebeeld’. “Bij een (klein) aantal afbeeldingen is gebruikgemaakt van ‘gefotoshopt’ historisch fotomateriaal uit de Tweede Wereldoorlog.”

De commissie heeft hierover verschillende mensen gehoord. Daaruit bleek dat het gebruik van het beeldmateriaal door enkele van de klasgenoten ‘een uiting was van een bepaalde stijl van harde humor’. “Er is niet gebleken dat er sprake is van een inhoudelijke betrokkenheid bij of affiniteit met nationaalsocialistisch gedachtegoed”, aldus de onderzoekers.

Relatie

Maar er is meer dat de Defensietop de wenkbrauwen heeft doen fronsen. Een leidinggevende is met meerdere cadetten een relatie aangegaan. Het zou gaan gaan om een pelotonscommandant die met zeker vijf officieren in opleiding een relatie heeft gehad. Eerder dit jaar werd bekend dat hij is geschorst. De kwestie leidde tot een tweede onderzoek. In de rapportage worden hierover geen details vrijgegeven.

Quote

Het brengen van de Hitler­groet is, in welke situatie dan ook, volstrekt onaanvaard­baar

Barbara Visser, Staatssecretaris van Defensie

Uit een derde onderzoek blijkt dat bij een eenheid van de 11e Luchtmobiele Brigade ‘incidenteel een Hitlergroet’ is gebracht. Onderzoek heeft niet kunnen uitwijzen wie dat heeft gedaan of wanneer dat is gebeurd. “Het brengen van de Hitlergroet is, in welke situatie dan ook, volstrekt onaanvaardbaar’’, onderstreept staatssecretaris Visser.

Visser reageerde gisteren in niet mis verstane bewoordingen op de resultaten van de onderzoeken. Ze vindt onder andere dat de normen op de NLDA ‘op ernstige wijze’ zijn overtreden.

Maatregelen

Visser kondigt maatregelen aan. Naast het strakker handhaven van regels en normen, worden er ‘passende maatregelen’ genomen tegen de vijf studenten en de leidinggevende. Wat die stappen zijn, is niet bekendgemaakt. Ook vindt er een evaluatie plaats met hen en de verantwoordelijke leiding om herhaling te voorkomen.

Taskforce moet met maatregelen komen

Er komt een ‘taskforce’ die maatregelen moet voorstellen die een sociaal veilige leef- en werkomgeving op de NLDA moeten bevorderen. De hoogste ambtenaar op het ministerie van Defensie, secretaris-generaal Gea van Craaikamp, gaat die taskforce op verzoek van staatssecretaris Barbara Visser inrichten.
Volgens haar is die taskforce niet alleen noodzakelijk na de drie voorvallen waarnaar onderzoek is gedaan, maar speelt ook een werkbelevingsonderzoek onder studenten een rol hierbij. Visser: “Er zal onder meer gekeken moeten worden naar de kwaliteit van de huisvesting, de personele bezetting, het tegengaan van verveling, de cultuur en communicatie, de verdeling van de bevoegdheden en samenstelling van het kader.” 

In samenwerking met indebuurt Breda