Volledig scherm
André Vandoren ziet de toekomst somber in wat betreft veiligheid © BELGA

Belgische terrorisme-expert: Nederland heeft slecht zicht op Syrië-strijders

Diverse buurlanden van België hebben de in hun land aanwezige Syrië-strijders niet goed in kaart gebracht. Dat stelt André Vandoren, de oud-topman van de Belgische anti-terreurdienst OCAD. Hij deed zijn uitspraak gisteren tijdens een vergadering van de commissie die onderzoek doet naar de aanslagen in Brussel, zo meldt de Belgische krant De Morgen.

Quote

Wij scoren in Europa proportioneel hoog omdat we onze Syrië-strijders tenminste al in kaart brachten, maar sommige landen in onze nabijheid niet

André Vandoren

Vandoren was tot eind vorig jaar bestuurder bij het Coördinatieorgaan voor de Analyse van de Dreiging (OCAD), een organisatie die te vergelijken is met de NCTV in Nederland. Volgens de topman kreeg de dienst lange tijd te weinig informatie over potentiële dreiging. ,,In de beginjaren van het plan Radicalisering kreeg het OCAD informatie die niet afdoende was", zo stelt hij. ,,Werd informatie niet ingebracht, dan hadden we die niet. In het laatste anderhalf jaar is er wél vooruitgang in de goeie richting." 

De terrorisme-expert is somber over de toekomst, met name vanwege de situatie in de aan België grenzende landen. ,,Wij scoren in Europa proportioneel hoog omdat we onze Syrië-strijders tenminste al in kaart brachten, maar sommige landen in onze nabijheid niet", zo zei Vandoren. Op aandringen van parlementsleden gaf hij vervolgens voorbeelden. Frankrijk? ,,Ja." Duitsland, Nederland en Groot-Brittannië? ,,Ja, daar zijn problemen." 

Gegijzeld
Of buitenlandse inlichtingen uiteindelijk België weten te bereiken, valt volgens procureur-generaal Johan Delmulle ook nog te betwijfelen. ,,Stel dat uit info van de Franse inlichtingendienst blijkt dat er een aanslag wordt beraamd op het Europees Parlement. Dan mogen wij dat wel weten... maar we zijn gegijzeld omdat we er in een strafdossier niets mee mogen doen", zo vertelde hij. Of de terreuronderzoekers dergelijke informatie wel in handen hadden bij hun onderzoek naar de aanslagen in Brussel, is onduidelijk.