Volledig scherm
De Bulgaarse premier Boyko Borissov (rechts) verwelkomt premier Mark Rutte. © EPA

Brussel biedt West-Balkan ‘Europees perspectief’

Europa raakt de Britten kwijt, maar zeker zes andere landen zullen daarvoor ooit in de plaats komen. Op een speciale eendaagse top in Sofia vandaag willen de Europese staats- en regeringsleiders er hun collega’s van Albanië, Bosnië-Herzegovina, Servië, Montenegro, Macedonië en Kosovo van verzekeren dat ook hun landen een ‘Europees perspectief’ hebben.

Dat de EU-leiders daarvoor collectief naar Sofia zijn afgereisd is tegelijk wel en niet bijzonder. Niet bijzonder omdat dat perspectief al eerder geboden is en in principe elk land op het Europese continent in beginsel recht heeft op een EU-lidmaatschap – zelfs Turkije, dat met een halve vinger in Europa ligt.

En wel bijzonder omdat de laatste gezamenlijke top met potentiële kandidaat-lidstaten alweer 15 jaar achter ons ligt. De volgende laat minder lang op zich wachten, want die is in 2020 onder Kroatisch EU-voorzitterschap. Dat moet bewijzen dat Brussel het meent als het zegt dat het zich ‘opnieuw wil engageren’ in de regio.

Achtertuin

Volledig scherm
© REUTERS
Volledig scherm
© AFP

Grote promotoren van nauwere banden met de West-Balkan zijn Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker en Raadsvoorzitter Donald Tusk, die allebei vinden dat Europa zijn ‘achtertuin’ al veel te lang heeft verwaarloosd. We riskeren er nieuwe conflicten en instabiliteit mee, zo waarschuwde Juncker vorig najaar in zijn State of the Union, en net daaraan hebben Europa en de wereld geen behoefte.

Tegelijkertijd moeten de Balkanlanden niet denken dat hun bedje vanzelf wordt gespreid. Ze zullen hun onderlinge spanningen en conflicten moeten begraven en zichzelf moeten klaarstomen voor kwalificatie. Om daarbij een handje te helpen grijpt Europa terug op een beproefd concept waarmee het 70 jaar geleden zelf letterlijk uit de as herrees: hulp gekoppeld aan verplichte regionale samenwerking.

Destijds heette dat Marshall-hulp, nu ‘connectiviteit’. Door de Balkanlanden betere verbindingen te helpen opbouwen – tussen hen onderling en tussen hen en de EU – komt er vanzelf meer samenwerking, en daarmee groei en welvaart, zo is het idee. Het gaat daarbij om wegverbindingen, maar ook directe vliegverbindingen, sneller en beter internet en energienetwerken. Nu, aldus een EU-topambtenaar, zit je vanuit sommige Balkanhoofdsteden sneller in China of Japan dan in een andere Balkanhoofdstad.

Smetje

Volledig scherm
Donald Tusk. © AP

Een smetje op de plechtige bijeenkomst is de afwezigheid van de Spaanse leider Mariano Rajoy. Spanje is één van de vijf EU-lidstaten die Kosovo (nog) niet heeft erkend. Dat geldt ook voor Griekenland, Slowakije, Roemenië en Cyprus, maar die zitten allemaal wel aan tafel, net als Servië trouwens. De voornaamste reden voor de afwezigheid van Rajoy is dan ook van binnenlandspolitieke aard: hij wil, via Kosovo, zijn eigen Catalonië niet de indruk geven dat het er op mag rekenen ooit onafhankelijk te worden en daarna zelfstandig EU-lid.

Maar zeker Tusk tilt niet zwaar aan zijn afwezigheid. De slotverklaring vandaag die het Europese perspectief van de hele West-Balkan herbevestigt wordt ook door Spanje onderschreven, en de stoel van Rajoy is niet leeg. Iemand, een diplomaat wellicht, vertegenwoordigt zijn land.

Mooie beloften

De top van vandaag is er één van mooie beloften, maar volgende maand zou er zomaar een echte doorbraak kunnen komen, als de staats- en regeringsleiders instemmen met opening van het toetredingsoverleg met Albanië en Macedonië. Daarvoor is wel nodig dat Macedonië (officieel: de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië, of Fyrom in de Engelse afkorting) zijn naamconflict met de Grieken oplost, dat teruggaat tot maar liefst de tijd voor Christus.

Bronnen in Brussel hopen dat de twee landen er begin juni uitkomen en noemen dat bij voorbaat ‘een opsteker voor de hele regio, die wellicht door ons met een positief gebaar (opening toetredingsoverleg) zou kunnen worden beantwoord’.