Volledig scherm
© Thinkstock

Brussels leven na de dood: terugkomen als zak potgrond

Is er leven na de dood? In Brussel binnenkort wel. Daar kom je straks een jaar na je overlijden gewoon bij je nabestaanden terug in de vorm van een zak potgrond.

Groot-Brussel heeft meer dan een miljoen inwoners, fors meer dan welke stad ook in Nederland. De ruimte die het vergt om die ooit allemaal te begraven, zette de Brusselse gewestregering aan het denken. Vooral haar voorzitter, minister-president Rudi Vervoort.

Inmiddels is Vervoort, een Franstalige socialist, eruit. Naast crematie en begraven heb je straks in Brussel nog twee andere opties: humusatie (verwerking tot potgrond) of resomeren (oplossen in zuur).

Nieuw leven

In het eerste geval kom je - zonder kist, maar onder een afbreekbaar laken - op een bedje van houtsnippers te liggen, afgedekt met stro, gras en compoststarter. Na een maandje of drie ben je op je tandvullingen na vertrokken en worden je botresten verpulverd. Nog eens negen maanden later ben je klaar voor een nieuw leven in de vorm potgrond.

In het tweede geval kom je in een tank met warm water en zuur (alkali) te liggen, en worden je beenderresten – nog zo’n 3 procent van het totale lichaam – tot witte as verwerkt. Het water is na zuivering herbruikbaar.

Milieuvriendelijk

Allebei de methodes, claimt Vervoort, zijn veel milieuvriendelijker dan crematie. Dat vergt per lichaam zo’n 25 kuub gas, en je draagt met je afscheid ook nog even ferm bij aan klimaatverandering (bij crematie 160 kilo CO2, bij oplossen in zuur 1 kilo) en luchtvervuiling. Begraven geeft, behalve decennia ruimtebeslag, weer bodemvervuiling door lijm- of vernisresten van de kist en medicijnen.

De wetsvoorstellen om de Brusselse variant op de wet op de lijkbezorging uit te breiden met humusatie en resomeren liggen klaar, alleen technisch moet er nog wat worden gefinetuned. Tegenspraak in het parlement verwacht Vervoort hoegenaamd niet, omdat er onder de bevolking veel steun zou zijn voor zijn plannen.

Brussel is met zijn ‘nieuwe en duurzamere vormen van lijkbezorging’, zoals Vervoort ze noemt, Europees voorloper. Alleen Canada en Noorwegen kennen momenteel dergelijke uitvaartpraktijken. In Brussel zelf was er de beruchte Hongaarse dominee Andras Pandy, die in de jaren ’80 zijn twee echtgenotes en vier van hun kinderen vermoordde, in stukken sneed en in zuur oploste. Maar hij zou Vervoort niet hebben geïnspireerd.