Criminalisering van voetbalfans is begonnen bij Thatcher

Volledig scherm
© De Persgroep
 
Ik zou hier niet durven beweren dat Thatcher de wereld slechts kwaad heeft gebracht. Daarvoor is de werkelijkheid van haar tijd veel te complex. Maar als de criminalisering van voetbalsupporters bij iemand is begonnen, dan is het bij Margaret Thatcher.
Sjoerd Mossou

Al ruim voordat Margaret Thatcher stierf op een luxe kamer van het Ritz-hotel, zongen de supporters van Liverpool een liedje. Op de melodie van 'For he's a jolly good fellow' hadden ze een eenvoudig tekstje bedacht. Die luidde: When Maggie Thatcher dies (2x), we're all having a party. (Voor iedereen met een wiskundeknobbel: 'Als Maggie Thatcher doodgaat, vieren we allemaal een feestje.')

Het liedje is onbeschaafd en ongepast, je zou het zelfs smakeloos kunnen noemen, maar geheel onbegrijpelijk is de tekst niet. Thatcher was geliefd bij de rijken en werd gehaat door de armen, dat is algemeen bekend. De arbeidersklasse kon haar bloed wel drinken - en mijnwerkers en voetbalsupporters al helemaal.

Dat had vrij veel redenen, maar om het tot voetbalsupporters te beperken is één reden genoeg: Hillsborough. Ik weet niet of u vorige week de documentaire 'Hillsborough, Never Forgotten' heeft gezien op BBC2, maar ik kan hem u van harte aanbevelen. Hij staat ook op YouTube inmiddels. De film is schrijnend, onvoorstelbaar, hartverscheurend en schandelijk tegelijk. Verplichte kost voor iedere voetballiefhebber.

De documentaire laat nog eens zien hoe de politie, overheden en politiek eensgezind samenwerkten om de schuld in de schoenen van de 96 slachtoffers te schuiven. Vervalste bewijslast, verdwenen verklaringen, leugens, machtsspelletjes, manipulatie; alles tezamen leidde het tot het grootste onrecht uit de moderne Britse geschiedenis. Pas vorig jaar, 23 jaar na de ramp, werd de waarheid alsnog onthuld door een onafhankelijke Hillsborough-commissie.

De 96 Liverpool-fans die dood werden gedrukt op 15 april 1989: niet alleen stierven ze door blunders van de autoriteiten, nog jarenlang werden ze zwartgemaakt en vernederd. Om alle aandacht af te leiden van de werkelijke schuldigen - de politie en overheid - werd de schuld afgeschoven naar de fans, die zich als gewetenloze, dronken hooligans zouden hebben gedragen. Leugen na leugen kregen de rouwende families over zich uitgestort.

Eén onwerkelijk complot was het. Direct in de uren na de ramp al, maar ook in de jaren daarna. Op het stoffelijk overschot van de slachtoffers werden - gemanipuleerde - alcoholtesten uitgevoerd. De ene liegende agent werd gedekt door de andere. De regiochef hield al zijn commissarissen de hand boven het hoofd. Ministers verdedigden en steunden de politiemacht. En aan het hoofd van de samenzwering knikte Margaret Thatcher arrogant van ja. Het was allemaal de schuld van de voetbalfans.

Thatcher regeerde in een complexe tijd, dat moet gezegd. Het hooliganisme vierde hoogtij in Engeland, en The Iron Lady was vastbesloten daartegen op te treden. Ze had niets met de arbeidersklasse, en dus ook niet met de passie van het volk. De hooligan moest worden uitgerookt, desnoods over één kam geschoren met de gewone man. Voetbal was een tijdverdrijf voor uitschot. Voor schorriemorrie.

Ze creëerde de archaïsche politiecultuur die daar bij paste. Zoals de mijnwerkersprotesten van midden jaren '80 werden neergeslagen, zo moest ook de voetbalsupporter worden aangepakt. Met knuppels en met harde hand. Sla ze die verouderde, onveilige tribunevakken maar op. Of beter nog: eraf. Ik zou hier niet durven beweren dat Thatcher de wereld slechts kwaad heeft gebracht. Daarvoor is de werkelijkheid van haar tijd veel te complex. Maar als de criminalisering van voetbalsupporters bij iemand is begonnen, dan is het bij Margaret Thatcher.

In de nasleep van Hillsborough verdedigde ze het onverdedigbare. Ze hielp mee het bloed en de schande onder het tapijt te vegen, samen met de politie van South Yorkshire. Margaret Thatcher ging over lijken.