Volledig scherm
Afghaanse boeren oogsten op een papaverveld opium. © epa

'De wereldwijde oorlog tegen drugs is pijnlijk mislukt'

Vijf winnaars van de Nobelprijs voor Economie, een voormalig Amerikaanse minister, twee ministers uit Zuid-Amerika en een dozijn andere autoriteiten zijn van mening dat de 'war on drugs' (de oorlog tegen drugs) is mislukt. In een gisteren in Londen gepubliceerd rapport doen ze een oproep tot een andere dan de louter strafrechtelijke aanpak.

'Het is tijd een punt te zetten achter de oorlog tegen de drugs en massaal fondsen op te richten naar beleid dat zijn efficiëntie heeft bewezen en wordt ondersteund door een rigoureuze economische analyse', aldus het voorwoord van een expertenrapport van 84 pagina's van de London School of Economics. Onder de circa twintig deskundigen die het rapport ondertekenden bevinden zich de Nobelprijswinnaars economie Kenneth Arrow (1972), Vernon Smith (2002), Thomas Schelling (2005), Oliver Williamson (2009) en Christopher Pissarides (2010).

Massale negatieve effecten
'De voortzetting van een gemilitariseerde oorlogsstrategie tegen drugs heeft massale negatieve effecten en randschade gekend', aldus het document, onder meer grootschalige opsluitingen in de VS, extreem repressief beleid in Azië, enorme corruptie en politieke destabilisatie in Afghanistan en westelijk Afrika, immens geweld in Latijns-Amerika en systematisch misbruik van de mensenrechten in de wereld.

Volgens het rapport is deze repressieve strategie mislukt. 'De prijs van drugs is gedaald terwijl de zuiverheid van de producten is toegenomen. Massaal fondsen blijven besteden aan een bestraffend beleid, algemeen ten koste van beleid voor de volksgezondheid, dat zijn nut heeft bewezen, kan niet langer gerechtvaardigd worden', stelt het rapport.

Nieuwe strategie
De Verenigde Naties moeten nu het voortouw nemen en een nieuwe strategie van internationale samenwerking bevorderen, die dient gebaseerd te zijn op principes van de volksgezondheid, een verruimde toegang tot essentiële geneesmiddelen, de verlaging van problematische consumptie en een onwrikbaar engagement voor de mensenrechten, aldus de tekst.