Volledig scherm

Dick overleefde atoombom: 'Na die flits werd het zwart voor m'n ogen'

NagasakiEerst was er fel, wit licht, daarna complete duisternis. En nu, 70 jaar nadat de atoombom op Nagasaki viel, is er in Japan erkenning voor het leed van de getroffenen. Dick Buchel van Steenbergen (95) overleefde 'Fat Man', de allesverwoestende bom, die 40.000 slachtoffers maakte en de stad van de aardbodem veegde.

Volledig scherm
© ap
Volledig scherm
Dick (links) en zijn jongere broer Christiaan (bijnaam: Puck) met wie hij 2 maanden na decapitulatie van Japan in Manilla werd herenigd. © Privéfoto
Volledig scherm
© reuters
Volledig scherm
© AFP

De Japanse karakters in het paarse, geplastificeerde boekje zijn voor hem onbegrijpelijk. Toch koestert Dick Buchel van Steenbergen (Bandung, 1920) het document, het tastbare bewijs voor zijn status als 'hibakusha', een door Japan erkend slachtoffer van de atoombom. Elke maand krijgt hij een uitkering.

,,Dat ik erkenning krijg van degenen door wie ik ooit geknecht was, kan ik appreciëren,'' zegt hij.

Even stilte. ,,Die erkenning heb ik in Nederland nooit gekregen. Daar hoop ik nog steeds op.''

Toen hij na de oorlog noodgedwongen zijn geboortegrond in Nederlands-Indië - toen inmiddels onafhankelijk Indonesië - verruilde voor Nederland, stuitte hij op onbegrip. De verschrikkingen van de Japanse bezetting vonden nauwelijks gehoor, over de atoombom werd gezwegen.

De publieke belangstelling voor zijn verhaal in de laatste jaren geeft een dubbel gevoel. ,,Er had gelijk na de oorlog aandacht voor onze ellende moeten zijn. Maar ze dachten dat wij in Indië in een paradijs leefden. Men vond de eigen oorlog in Nederland belangrijker.''

Toch vertelt hij geduldig, bijna zakelijk, keer op keer zijn verhaal. Hoe hij als KNIL-soldaat in 1942 in Jappenkampen zat. En hoe hij een jaar later als dwangarbeider op de scheepswerf van Mitsubishi in Nagasaki terechtkwam.

,,We werkten van 6.00 uur 's ochtends tot 18.00 uur 's avonds. Het was een uur lopen van ons kamp Fukuoka 14 naar de werf, waar we grote platen aan scheepsrompen bevestigden. De laatste maanden van de oorlog deed ik smidswerk in de fabriek.''

Het verloop van de oorlog gaat aan hem voorbij. ,,We hoorden geruchten over de Amerikaanse opmars, maar hadden nooit zekerheid. Ik heb altijd gezegd dat de oorlog in 1945 voorbij zou zijn. Daar heb ik me steeds aan vastgehouden.''

Maar in dat jaar blijft Japanse capitulatie lang uit. De ontberingen door kou en hitte, gebrek aan eten, zware arbeid en gewetenloze lijfstraffen breken veel krijgsgevangenen op. Ze sterven door ziekte en uitputting.

Hiroshima
Op de ochtend van 9 augustus 1945 is Dick Buchel van Steenbergen aan het werk op het voorterrein van de fabriek. Hij ruimt het puin van een eerder bombardement op het complex, als een Amerikaans verkenningsvliegtuig overkomt. Hij vlucht de barak in.

,,We hadden wel gehoord dat een paar dagen eerder een verschrikkelijke bom in Hiroshima veel slachtoffers had gemaakt, maar wisten niet wat voor bom.''

Als na een uur de kust veilig lijkt, hervat hij het werk buiten. Amper een kwartier later komt een Amerikaanse B-29 bommenwerper over. De paniek is groter. Iedereen rent alle kanten op, zoekend naar een schuilplek. Buchel van Steenbergen rent de fabriek in en duikt op zijn knieën ineen op de grond. Het is 11.02 uur. Door het raam ziet hij een enorme flits. Na het felle, witte licht wordt het zwart voor zijn ogen.

,,De grote knal heb ik niet gehoord. Ik raakte buiten bewustzijn. Toen ik na een paar minuten bijkwam, was de fabriek ingestort. Collega's lagen onder het puin. Buiten was alles donker. Het leek wel nacht. Ik hoorde alleen stemmen om me heen.''

De meeste gevangenen vluchten na de explosie meteen de heuvels in. Buchel van Steenbergen blijft met acht man op het terrein om slachtoffers onder het puin vandaan te halen en Rode Kruis-pakketten uit te delen.

In de barak pakt hij een rugzak met persoonlijke waardevolle spullen. Die stond al die jaren ingepakt klaar om mee te nemen als de oorlog ooit voorbij was.

Ravage
Pas dan heeft hij oog voor de ravage die de bom heeft aangericht in het dal waar ooit een stad lag.

,,De hele omgeving was tegen de vlakte. Er stonden alleen een paar stalen constructies en wat betonblokken. Onze fabriek was helemaal weg.''

Wat hij toen voelde? Hij haalt de schouders op. ,,Ik had er geen gedachten bij. Ik was met mezelf bezig. Er brak brand uit op het complex, er was zo veel rook. Ik ben toen ook naar de heuvels gevlucht.'' Daar ontmoet hij andere overlevenden. Nederlandse dwangarbeiders die elders aan een tunnel werkten, waren deels verbrand omdat ze schaars gekleed waren.

4 dagen en nachten sliepen ze in de openlucht, in de onzichtbare rotzooi van de atoombom die in de lucht hing.

Vele Japanners stierven in de jaren daarna aan kanker of worden tot op de dag van vandaag behandeld voor brandwonden en de blootstelling aan radioactieve straling. ,,Het is belachelijk dat ik na de oorlog nooit een gezondheidsonderzoek heb gehad naar de gevolgen.''

Eigenlijk, zegt Buchel van Steenbergen, is het een godswonder dat hij nog gezond op de bank zit. Op wat ouderdomskwaaltjes na heeft hij geen littekens aan de atoombom overgehouden. ,,Helemaal niks,'' zegt hij met een glimlach.

,,Ik heb toch een goed leven gehad. Ik ben niet gelovig, maar in dit geval geloof ik toch in de Voorzienigheid.''

Bij de herdenkingen van de atoomaanvallen op Hiroshima (afgelopen donderdag) en Nagasaki (morgen) draait het om de kernwapendiscussie. En om de vraag of het gooien van de bommen en de dood van in totaal 200.000 burgers gerechtvaardigd was om Japan op de knieën te krijgen.

,,Ik vind het nog steeds juist dat de Amerikanen die bom hebben gebruikt,'' zegt Buchel van Steenbergen stellig.

Emoties
,,Het is misschien een hard oordeel, maar het leven van eigen mensen vind ik belangrijker dan dat van anderen. Bij een invasie in Japan waren nog veel meer mensen gesneuveld en waren wij als krijgsgevangenen misschien vermoord. Want Japanners vochten door tot de dood.''

Vorig jaar was Buchel van Steenbergen met zijn drie dochters terug in Nagasaki. Hij kreeg een heldenontvangst als overlevende van de bom.

De scheepswerf was verboden terrein. Op het voormalige fabrieksterrein staan nu flats; kamp Fukuoka 14 is een parkeerplaats.

Op die laatste plek kwamen de emoties naar boven. ,,Ik heb daar 2,5 jaar ellende overleefd. Vooral het laatste jaar heb ik veel begrafenissen achter elkaar meegemaakt. De een na de ander stierf aan longontsteking,'' zegt hij.

,,Ik denk weleens dat ik de volgende was geweest als de oorlog 2 weken langer had geduurd. Maar ik was moreel sterk. Ik ging met de stroom mee, zette mijn tanden op elkaar en dacht maar aan één ding: ik wilde weer thuiskomen.''

Volledig scherm
© AFP