Volledig scherm
© Amnesty International

'Geen woorden voor de brutaliteit van deze aanvallen'

Op basis van 'afschuwelijke bewijslast' beschuldigt Amnesty International Soedan van het gebruik van chemische wapens in de regio Darfur. Volgens de internationale mensenrechtenorganisatie heeft het regeringsleger de afgelopen acht maanden herhaaldelijk chemische wapens gebruikt tegen burgers. Daarbij zouden 200 tot 250 burgers zijn omgekomen, onder wie jonge kinderen.

Volledig scherm
Een verbrand huis in Darfur. © Amnesty International

Soedan, dat in 1999 zijn handtekening zette onder de Chemische Wapens Conventie die het gebruik van chemische wapens verbiedt, ontkent alle aantijgingen. Amnesty onderbouwt de aanklacht met een imposant zwartboek. De organisatie baseert zich op satellietbeelden, meer dan 200 gesprekken met slachtoffers en analyses van wapenexperts. De conclusie is dat Soedan in Jebel Marra, een gebied in Darfur, ten minste dertig keer aanvallen heeft uitgevoerd met chemische wapens. Zeker 171 dorpen zijn, zo blijkt uit satellietbeelden, weggevaagd.

,,Er zijn geen woorden voor de brutaliteit van deze aanvallen'', zegt Tirana Hassan, directeur 'crisisonderzoek' bij Amnesty. ,,De foto's en de video's die we hebben gezien zijn ronduit schokkend. In een ervan schreeuwt een jong kind het uit van de pijn. Kort daarna gaat ze dood. Ook andere kinderen zitten onder de blaren. Sommigen hadden de grootste moeite met ademhalen. Ze gaven bloed over.''

Quote

Sommige kinderen hadden de grootste moeite met ademhalen, ze gaven bloed over

Tirana Hassan
Volledig scherm
© Amnesty International

Vergeten conflict
Darfur geldt als een 'vergeten conflict'. De regio valt al sinds 2003 ten prooi aan geweld en bloedvergieten. In dat jaar begonnen rebellen een opstand tegen de regering in Khartoum. Uit woede over de aanhoudende discriminatie en verwaarlozing door de hoofdstad. Volgens schattingen van de Verenigde Naties heeft de strijd inmiddels 300.000 mensenlevens gekost. Bijna drie miljoen mensen zijn verdreven van huis en haard. Ten minste 4,4 miljoen mensen zijn afhankelijk van internationale hulpverlening.

Omar al-Bashir, de sterke man van Soedan, trekt zich al jaren niets van alle beschuldigingen. Ook het laatste rapport van de VN, waaruit blijkt dat hij voortdurend strafmaatregelen van de Veiligheidsraad aan zijn laars lapt, veegt hij van tafel. Die sancties zijn opgelegd in reactie op het gewelddadige militaire optreden in Darfur. Volgens de VN schendt Soedan onder meer het opgelegde wapenembargo en het verbod op het gebruik van clusterbommen. Al-Bashir huurt ook gewapende groepen die in de regio huishouden.

Het Internationale Strafhof in Den Haag heeft al in 2009 een arrestatiebevel uitgevaardigd tegen de Soedanese president. Het hof wil hem vervolgen wegens oorlogsmisdaden, begaan in Darfur. Al-Bashir werd in eerste instantie beschuldigd van 'misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden'. In 2010 kwam daar nog de aanklacht van 'genocide' bij.



Algemeen Dagblad gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement