Volledig scherm
© Thinkstock

Het hele jaar door mooi weer in Kaapverdië

Kaapverdië staat in de top 3 van snelst groeiende toeristische bestemmingen door de zon-zee-watersporteilanden Sal en Boavista. Meer avontuur en minder toeristen zijn te vinden op de andere eilanden.

Volledig scherm
© Thinkstock
Quote

Ergens klinkt een ezel; ze noemen het balken, maar het lijkt op een verontwaar­digd schreeuwen

Volledig scherm
© Thinkstock
Volledig scherm
© Thinkstock
Quote

Hoeveel kinderen heb jij? Het is statusver­ho­gend als je vier vingers kunt opsteken

Volledig scherm
© Thinkstock

'Waar kan ik de bar van Baia Verde vinden?' vraagt een jongen van een jaar of 20 in het Engels als hij langs de bungalows van het gelijknamige vakantiepark loopt. Kroeshaar, licht kleurtje, Nederlandse uitstraling... ja hoor, Dennis komt uit Nieuwegein. Hij is voor het eerst in Kaapverdië, op zoek naar zijn wortels en logeert bij familie in het vissersdorpje Tarrafal op Santiago. Die familie blijkt groot, tot zijn verrassing. Heel groot. 'Ik geloof dat mijn vader wel twintig kinderen heeft,' grijnst hij.

Denk aan de Canarische Eilanden, vlieg twee uur door naar het zuiden en daar ligt Kaapverdië. Een groep vulkanische eilanden op zo'n 600 kilometer uit de kust van Senegal, midden in de Atlantische Oceaan, het hele jaar warm weer. Elk eiland is anders.

São Vicente
De reep schaduw is smal, de stoep ook. Het loopt niet makkelijk, want de gaten, kuilen en kapotte stenen zijn talrijk. Een winkel met boeken en kranten; Mindelo is de universiteitsstad in Kaapverdië, hier moet toch een boekwinkel zijn? Ja, daar is de boekwinkel. Met muziekinstrumenten aan de muur. Twee mannen zingen, spelen op een gitaar.

Om de hoek ligt Praça, een van de vele pleinen, maar dit is het mooiste, met bomen en bankjes eronder. Hier flaneren en kletsen bewoners aan het eind van de dag. Gevels met beschilderde tegels en het koloniale hotel Porto Grande versterken de Portugese sfeer. Als de avond valt, klinkt muziek door de open ramen: funaná, coladeira en de weemoedige morna. Met overal de geur van gebakken vis, maar peperiger dan in Portugal.

Naar het buureiland Santo Antão gaat alleen een veerboot. Kaartjes worden verkocht in de haven, aan een loket zo groot als een A4-tje, op navelhoogte. Dus je moet bukken. Verder is rederij Armas serieus, ze willen alles weten: naam, geboortedatum, adres en als de boot vol is, is hij vol. Morgenavond is er een voetbalwedstrijd op Santo Antão en de bevolking is wild van voetbal, dus alle bootkaartjes voor morgen zijn al verkocht.

Santo Antão
Wandelen valt nog niet mee, met die Duitse routebeschrijving. De rivier volgen... Tja, duidelijk! Rechts is een rivierbedding, bezaaid met grote keien. Niet echt een wandelpad. Langs de oever wordt het kleine beetje water dat nog naar beneden stroomt in een smalle betonnen bak met een brede rand geleid. Het water wordt gebruikt voor de bananenbomen en het suikerriet. Zo blijft het dal groen en weelderig. Met een beetje goede wil kun je dat irrigatiekanaal een pad noemen. Maar het houdt op bij een hek.

Ach, het is vakantie. De zon schijnt, de krekels zingen en er is voldoende water in de fles. Nog maar eens insmeren.

Woeste kust
De weg langs zee is in elk geval duidelijk, oorverdovend, en biedt een geweldig, steeds veranderend uitzicht over de woeste kust. Golven slaan met brute kracht stuk op de rotsen. Een lekker windje: prima wandelweer.

Middenin het dorp Vila das Pombas aan het eind van de groene vallei van Paúl ligt het terras van Bettie, een ras-Rotterdams-Kaapverdische met een charmante slis in haar stem. Er wonen meer Kaapverdianen buiten Kaapverdië dan in het land zelf, hele generaties zijn uit armoede vertrokken naar elders. Vooral naar de Verenigde Staten (een half miljoen, evenveel als er nu nog in Kaapverdië wonen), naar Portugal en naar Nederland (ruim 31.000). De Kaapverdische gemeenschap in Rotterdam is derde in grootte buiten Kaapverdië. Sommigen, zoals Bettie, keren terug naar het land van hun (voor)ouders en creëren werk in de ontluikende toeristenbranche. Deze Kaapverdiërs beschikken over Nederlandse daadkracht en initiatief. 'Ik houd van de warmte, de manier van leven, het tempo,' zegt Bettie. 'Hier zie ik mijn zoontje liever opgroeien.'

Santiago
Wakker worden in een lekker stevigzacht, ruim bed, onder een donsje, in een frisse kamer. Heerlijk geslapen op een Nederlands matras. Op blote voeten naar het dakterras. Stilte. Rust. Stilte? De lucht is juist vol geluiden. Een kip en een varken maken tevreden geluidjes. Ergens klinkt een ezel; ze noemen het balken, maar het lijkt op een verontwaardigd schreeuwen. Daar staat hij, verderop in een bosje, achter een hekje van struiken en takken. Een hond blaft. Krekels maken ook geluid. En toch is het stil, heel stil.

Vannacht, in Cruz de Fundura, was het nog stiller. Al om een uur of 7 is het donker, écht donker. In het laag-bergachtige binnenland is geen elektriciteit en geen stromend water. De huizen verspreid over de hellingen zijn stikdonker 's avonds. Hier beneden zat een gezin nog even buiten te kletsen bij een olielampje op hun veranda. De twee jongste kinderen zijn vanmorgen vroeg naar het dal gelopen om water te halen uit een stroompje. Ze klauteren naar boven met de zware jerrycans op hun hoofd. Zeker tweemaal daags. Krijgen ze stevige nekspieren van.

Slaven
Afrika light noemt Etienne dit leven, hij is de eigenaar van dit guesthouse. Etienne vertelt dat bewoners van deze streek afstammen van slaven die honderden jaren geleden de toen nog onbewoonde bergen in vluchtten tijdens de bevoorradingsstop, op de tocht van Afrika naar Amerika. Etiennes vrouw Marli is hier geboren. Ze trok op haar 20ste naar Nederland en was op vakanties in Cruz de Fundura. Tot het echtpaar besloot hier definitief te gaan wonen en door kleinschalig ecotoerisme in hun inkomen te voorzien.

Op de hellingen zijn families aan het werk. Al driehonderd jaar. Voorovergebogen hakken ze de aarde los en maken er een kuiltje in. Daarin leggen ze een maiskorrel en een paar bonen. Zodra de regen valt, vanaf augustus, lopen de kuiltjes vol water, zuigen de zaden zich vol en ontkiemen ze. Mais groeit sneller dan een boon. De stevige maisstengel biedt de boon straks houvast om te klimmen. Zo voorzien deze boeren zich met heel weinig hulpmiddelen van hun voedsel.

Het leven is anders in het vissersdorp Tarrafal, op het zuidelijkste puntje van Santiago, waar Nieuwegeiner Dennis logeert. Vrouwen brengen kletsend tijd door op het strand, wachtend op de vissers. Gezellig. Ze lachen veel. ,,Hoeveel kinderen heb jij?'' in het Creools is te snappen. Het is statusverhogend als je vier vingers kunt opsteken. Mannen boeten de netten. In een kraampje wordt vis gebakken. Uitnodigend: 'Probeer maar, alsjeblieft!'

Als een vissersboot de baai in vaart, zijn wel achttien mannen nodig om hem het strand op te trekken. Loodzwaar. Dan zwermen de vrouwen eromheen. Een voor een verdwijnen de zilveren vissen in hun kleurige plastic kuipen. Ze brengen ze op hun hoofd naar de markt.

Ilha do Sal
Natuurlijk had het vliegtuig vertraging, dik een uur. En dus is het donker op Sal. 'Eerste keer in Kaapverdië?' vraagt de taxichauffeur op de lange rechte weg door het platte kale landschap. Hij spreekt goed Nederlands.

Net als Jorge, de volgende dag op de steiger in Santa Maria. Jorge werkt twee maanden bij Tata Steel in IJmuiden en is dan weer twee maanden hier, om en om. Hij tilt de zware tonijnen en zwaardvissen aan een weeghaak omhoog, zodat zijn maat het correcte gewicht kan noteren. Waar is hij liever? ,,Op Sal hebben we tijd voor een praatje, hier zijn mijn vrienden en familie en het is altijd heerlijk weer. Waar denk je dat ik liever ben?' grijnst hij. 'Ik werk dáár om híer te zijn.'

De vissen verdwijnen in de achterbak van een open truck en gaan rechtstreeks naar de grote hotels en resorts.

Golven
Toeristen komen naar Sal voor de witte zandstranden, de wind, de golven. Ze surfen, zwemmen, zonnen en duiken. En lopen in hun blote buiken langs steeds dezelfde toeristenwinkeltjes, barretjes en restaurants in de weinige straten van Santa Maria, het toeristische hart van Kaapverdië.

Ineens duikt Nieuwegeiner Dennis weer op. Stralend, met nog steeds de zwijgende neef in zijn kielzog, laat hij het schilderijtje zien dat hij heeft gekocht voor zijn moeder in Nederland: een zonsondergang bij de oude haven. De verf is nog nat. 'Hier zijn tenminste souvenirs, bars en leuke leeftijdgenoten en ik kan Engels praten.' Sal heeft de back-to-the-rootsvakantie van Dennis gered.

Bij Ocean Café aan het centrale plein, is elke dinsdagavond live muziek en dansen. Er komt een internationaal én lokaal gezelschap op af. De band begint akoestisch, dan zingt de gitarist en vervolgens grijpt een Italiaan met een stem als een klok de microfoon. De stemming stijgt als twee jonge Kaapverdiërs, zij in een kort klokkend rokje en hij met blote kuiten, allebei op blote voeten een dansdemo geven. Stampende ritmes, trillende buiken, zwiepende heupen, sneller... zó aanstekelijk. De wijn vloeit, de vloer stoomt en trilt in de koele Kaapverdische nacht.