Volledig scherm
© Ronald Hoogendoorn

Hogere straffen voor moord op Visser/Severein: 40 jaar

De twee mannen die in Spanje zijn veroordeeld voor de moord op volleybalster Ingrid Visser en haar partner Lodewijk Severein hebben in hoger beroep zwaardere straffen gekregen. Het provinciale hooggerechtshof in Murcia legde Spanjaard Juan C. en Roemeen Valentin I. vandaag ieder veertig jaar gevangenisstraf op. In eerste aanleg kregen zij 34 jaar cel.

Het hof bevestigde de vrijspraak van de Spanjaard Serafín de A., eigenaar van de citroenboomgaard waar de verminkte stoffelijke overschotten van het vermoorde Nederlandse stel werden gevonden.

De straf van de Roemeen Constantin S. die in eerste aanleg door een jury was vrijgesproken van moord, is licht verzwaard. In plaats van vijf maanden krijgt hij nu zes maanden cel wegens toedekking van het misdrijf.

Bezwaren

Het vonnis komt voor een deel tegemoet aan de bezwaren van het Openbaar Ministerie (OM) en de advocaten van de familie van de slachtoffers. Zij vonden de opgelegde straffen te licht, omdat volgens hen geen sprake was van onnodige vertraging in de behandeling van de zaak. Het hooggerechtshof ging daarmee akkoord.

Maar de eis om het vonnis tegen Constantin S. en Serafín de A. ongeldig te verklaren, werd door het hof afgewezen. Het OM meende dat de jury de vrijspraak van beide mannen in eerste aanleg onvoldoende had onderbouwd.

Volgens de officier van justitie zijn er tijdens het proces genoeg overtuigende bewijzen en aanwijzingen aan het licht gekomen om ook Constantin S. wegens moord te veroordelen en niet alleen voor maskeren van het misdrijf. S. hoeft ook na de verzwaring van zijn straf de cel niet in, omdat hij langer dan zes maanden in voorarrest heeft gezeten.

Serafín de A. gaat tegen de zin van het OM ook in hoger beroep vrijuit. Tegen hem was drie jaar cel geëist voor toedekking van het misdrijf. De juryrechtbank geloofde dat De A. geen idee had wat er zich in zijn boomgaard afspeelde, ondanks de intensieve contacten tussen de beramer van het misdrijf Juan C. en De A. kort voor het begraven van de lijken. Het hooggerechtshof in Murcia stelde de jury in het gelijk.

Tegen het vonnis in hoger beroep is cassatie mogelijk bij het Tribunal Supremo, de Spaanse hoge raad.