Volledig scherm
Vluchtelingen uit Guinea © Getty Images

'Hulpverlener denkt: ik ben God, ik mag alles'

De seksrel rond hulpverleners van Oxfam legt een dieper probleem in die wereld vol rondreizende expats bloot: scheve machtsverhoudingen. ,,Een illusionaire wereld waarin mensen denken dat ze God zijn.”

,,In dit vluchtelingenkamp kun je niet aan eten komen, zonder eerst seks te hebben. Ze zeggen: ‘een kilo voor seks.” Een vluchtelinge uit Guinea, in een openbaar rapport van Save the Children uit 2002.

,,Het leek op een heftige orgie. Op één feest waren zeker vijf meisjes, die halfnaakt rondrenden. Twee van hen droegen witte Oxfam-shirts." Een anonieme Oxfam-hulpverlener in The Times over de seksfeestjes die zijn mannelijke collega’s met lokale, jonge prostituees hielden vlak na de aardbeving op Haïti in 2010.

,,West-Mosul was nog maar net bevrijd van IS of ik hoorde over een medewerker van een Westerse medische hulporganisatie die seks had met lokale vrouwen. Die vrouwen gaan dat echt niet zomaar doen, hoor, voor hen is het een overlevingsmechanisme.” De Nederlandse hulpverleenster en mediamaakster Justine Grace Swaab over de situatie tijdens de strijd om Mosul, in de zomer van 2017.

Doofpot

Toen een week geleden het oude seksschandaal rond de Britse hulpverlenersorganisatie Oxfam op Haïti uit de doofpot kwam, spraken alle hulporganisaties er schande van. ,,Dit is zo beschamend. Deze mensen hadden nooit voor ons mogen werken”, zei Farah Karimi, directeur van de Nederlandse tak van Oxfam donderdagavond nog.

Wat de hulpverlenersorganisaties niet konden zeggen: we kenden het probleem niet. Want dát er hulpverleners zijn die op plekken waar oorlog woedt of net een ramp is gebeurd, lokale vrouwen betalen voor seks of om seks vragen in ruil voor gunsten, is al jaren en jaren bekend. Lees de quotes hierboven maar. En, ondanks talloze onderzoeken, gedragsregels en goede voornemens, gebeurt het nog steeds.

Nee, natuurlijk gaat het niet om alle hulpverleners, zeggen de mensen die deze krant sprak. Verre van zelfs. Tienduizenden van hen zijn dagelijks bezig de noden van anderen te ledigen. het zijn de rotte appels die het imago van hun collega’s om zeep helpen. Maar het gebeurt dus wel. En al lang.

Quote

Het is #metoo, maar dan in de wereld van de hulpverle­ners

Linda Polman

Macht

Wáárom gebeurt het? Waar en hoe veranderen sommige hulpverleners in seksuele roofdieren die gebruik maken van kwetsbare vrouwen die van hun hulp afhankelijk zijn? Het gaat fout bij de macht die ze hebben, zegt Linda Polman, een journaliste die al lang onderzoek doet in de hulpverleningswereld. ,,Als na een ramp hulpverleners in een land neerstrijken, vormen ze een staat in een staat. Het geld gaat naar de hulporganisaties, niet naar de overheid van het land waarin ze werken. Daardoor belanden mensen in een illusionaire wereld waarin ze denken: ik ben van Oxfam, ik ben God. Je kunt doen waar je zin in hebt.” Het is #metoo, maar dan in de wereld van de hulpverleners.

Zoals een groepje Oxfam-medewerkers in Haïti lokale chauffeurs meisjes voor hen liet oppikken. Als ze dat niet deden, zouden ze hun broodnodige contract met de hulporganisatie verliezen. ,,Als je een Unicef-shirt draagt, zal niemand je vragen waar je mee bezig bent. Je bent onschendbaar”, stelde Andrew McLeod, voormalig afdelingshoofd bij het Emergency Coördination Centre van de VN in The Times.

Polman: ,,Generaliserend kun je zeggen: na een ramp gaan vaak de dure hotels en restaurants weer als eerste open, daar zitten de Westerse hulpverleners. Men wil ons een beeld schetsen dat het allemaal dappere vrijwilligers zijn die er op uit trekken, maar het gaat hier om een industrie waarin vele miljarden omgaan, met alle belangen van dien. Het hoofd van zo’n missie in Haïti is gewoon een CEO, een carrièrehulpverlener die over miljoenen gaat.”

Het creëert een ‘expat-bubble’, vertelt de Nederlandse hulpverleenster en mediamaakster Justine Grace Swaab die recent nog voor een Amerikaanse NGO in Irak werkte. ,,Sommigen zien dan de locals als ‘de anderen’. En wat ze daarmee uitvoeren zien ze niet direct als een probleem. Als een islamitische vrouw in Mosul haar borsten laat zien aan een Westerse hulpverlener, dan moet hij denken: waarom doet ze dat? Misschien omdat ze geen andere keus ziet om eten te verdienen? Je moet in ieder geval niet met haar naar bed gaan.” 

Draaideur-cultuur

Het zijn dergelijke voorbeelden van wangedrag die worden besproken in de besloten facebook-groep Fifty Shades of Aid, waarin 17.000 hulpverleners onderling hun ervaringen delen. Het gaat er ook over de draaideur-cultuur.

,,Toen ik in de nasleep van de tsunami in Indonesië ons VN-huis binnenkwam, lag mijn mannelijke collega daar op de bank met een getrouwde, lokale moslimvrouw. Ze had een baby verloren door de tsunami, werkte nu voor ons en vond de situatie duidelijk niet prettig. Ik deed er melding van, maar er kwam geen onderzoek. De man vertrok in alle stilte en had direct een nieuwe baan in de sector”, schreef Imogen Wall, een van de oprichters van de facebookgroep. 

Volledig scherm
De Belg Roland van Hauwermeiren, die zelf in een open brief ontkende dat het om seksfeesten ging © RV


Spil in het Haïti-schandaal bij Oxfam, de Belg Van Hauwermeiren, was al eerder vanwege seksueel wangedrag bij een andere hulporganisatie weggestuurd. En ging na Oxfam weer na een andere. ,,Het is een ‘old boys netwerk’, het zijn mannen die elkaar beschermen”, zegt de Nederlandse hulpverleenster Swaab. Maar ook de angst voor het imago speelt mee, want als een seksrel naar buiten komt, kost dat de hulporganisatie donateurs of, nog erger, overheidssubsidies.

Ex-VN’er McLeod zei het zo: ,,Dit probleem is endemisch voor de sector, het systeem is fout.” Volgens hem gebruiken ‘roofdieren’ banen in de sector om in de buurt te kunnen komen van kwetsbare vrouwen en kinderen.

‘Emergency sex’

Maar het is meer dan dat alleen, blijkt uit het boek ‘Emergency Sex’ waarin drie jonge hupverleners proberen te verklaren waarom zij en hun collega’s hunkeren naar seks terwijl ze hulp verlenen in de ‘hell holes’ op aarde. Die ‘Emergency sex’ is een metafoor voor eenzaamheid en verlies, stellen ze. ,,Het gevoel dat je in de armen van een ander drijft als je heel erg bang bent en eigenlijk alleen maar naar huis wilt”, zeiden ze eerder in de New York Times. Een drift die soms niet naar de vrijwillige armen van collega’s leidt, maar naar juist van hulp afhankelijke, lokale vrouwen.

De NGO’s beloofden beterschap de afgelopen week, willen hun medewerkers beter gaan screenen. Journaliste Polman is cynisch: ,,Ze zijn weer eens betrapt, gaan weer vergaderen en stellen weer een nieuwe gedragscode op. Ondertussen is er nog steeds geen begin van een verandering.” Een deel van dat begin volgens haar: maak hulporganisaties minder machtig en minder een verlengstuk van regeringsbeleid. ,,Doe zoals Artsen zonder Grenzen, gewoon alleen pleisters plakken.”

De Nederlandse hulpverleenster Swaab is voor ‘naming and shaming’. ,,’Predators’ zullen er altijd zijn, maar weg met de hand-boven-het-hoofd-cultuur. En ik zou graag een goed bereikbare, overkoepelende ombudsorganisatie hebben waar je misstanden kunt melden. Want toen ik een melding wilde doen, kon ik geen organisatie vinden waar dat kon."