Volledig scherm
Bijna de helft van alle Indonesiërs zit dagelijks uren op social media © Shutterstock

Indonesië gaat internetters wekelijks bijpraten over onlinenepnieuws

Indonesië bindt de strijd aan met nepnieuws. Van de ruim 265 miljoen inwoners van het Aziatische land brengt bijna de helft dagelijks uren door op social media. Met zo’n bereik gaan fakeberichten al snel een eigen leven leiden. Reden voor de Indonesische overheid om de bevolking wekelijks bij te praten, feiten voor te schotelen en zo door het nieuws te loodsen.

Zo'n 130 miljoen Indonesiërs spenderen elke dag bijna 3,5 uur op YouTube, Facebook en whatsapp, zo becijferde socialmediaplatform Hootsuite. Uit recent onderzoek van het Amerikaanse technologie-instituut MIT blijkt dat al die miljoenen gebruikers liever nepnieuws rondpompen dan berichten die wel deugen. ,,Onze analyse bevestigt dat vals nieuws online dieper doordringt dan de waarheid’’, zei hoogleraar Sinan Aral begin dit jaar in wetenschapstijdschrift Science.

De reden waarom namaaknieuws zich sneller verspreidt, ligt voor de hand. De berichtjes zijn vaak spannender dan de naakte waarheid. Veelal spelen de nepartikelen in op de onderbuikgevoelens van de lezer. Emoties als boosheid en walging scoren daarbij beter dan gevoelens van vertrouwen en verwachting. Voor platforms als Facebook en Twitter reden om middels factchecking, het laten controleren van berichten, de bezem door berichten te halen en de verspreiders van nepnieuws te bannen.

Kwaliteitsnieuws Facebook

Socialmediagigant Facebook pakt het weren van nepberichten nog actiever aan en komt, mogelijk dit jaar nog, met een eigen nieuwsprogramma. Bekende nieuwsgezichten van CNN, ABC, Fox News en het Spaanstalige Univision moeten de kwaliteit van het nieuws gaan verbeteren. ,, We hebben geprobeerd partners te verzamelen die al kwaliteitsnieuws brengen en die ook echt bedreven zijn in het boeien van het publiek’’, zegt Campbell Brown, hoofd nieuwsvoorziening van Facebook. ,,We spannen ons in om sensationele clickbait naar de achtergrond te dringen.’’

Wat zich online vooral als een lopend vuurtje verspreidt, zijn berichten met een politiek tintje. Sinds de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 en de aanloop ernaartoe is het woord fake news niet meer weg te denken. President Trump, geplaagd door een onderzoek naar de digitale inmenging van Rusland bij de verkiezingen, gebruikt het te hooi en te gras. Elk bericht dat hem tegen de haren instrijkt, wordt betiteld als nepnieuws en op Twitter geplempt. Door veel te roepen maar weinig te bewijzen, is de term nepnieuws daarmee een politiek rookgordijn geworden.

Feitenkennis bijspijkeren

Het is met name die vaststelling die Indonesië, dat al op grote schaal internetcensuur toepast, ertoe beweegt om in te grijpen. Nepnieuws wordt, volgens minister van Communicatie Rudiantara, gebruikt om de sociale samenhang te verstoren door verschillen in etnische achtergrond en geloofsopvatting te benadrukken. Dat alles voor politiek gewin. Uit angst voor de rol die nepnieuws bij de komende verkiezingen in ’s werelds op twee na grootste democratie kan spelen, gaat de overheid de feitenkennis van internetters bijspijkeren.

Een controleteam van het ministerie krijgt de taak om de valse berichten en haatpraat eruit te pikken. De zeventig contentcontroleurs moeten het voor de Indonesische gebruikers eenvoudiger maken het kaf van het koren te scheiden. Wekelijks zal de overheid een communiqué verzorgen, waarin het belangrijkste nepnieuws wordt belicht en tegenbewijs gepresenteerd. ,,Het ministerie zal verhalen niet alleen bestempelen als hoax, maar ook feiten verstrekken’’, aldus Rudiantara. Ook zal aan burgers worden gevraagd geen valse berichten te delen.

Europese aanpak

In april van dit jaar kondigde de Europese Commissie eveneens aan de verspreiding van nepnieuws via internet harder te willen aanpakken. ,,Nepnieuws ondermijnt de democratie’’, betoogde Brussel. Het plan werd in Brussel niet met gejuicht ontvangen. Censuur ligt op de loer. Belangrijker nog is de bewustwording omtrent nepnieuws. Onderzoek onder Europese jongeren toonde aan dat 80 procent van hen geen verschil ziet tussen nepnieuws en feitelijk correcte berichtgeving.

Gedacht wordt daarom aan een gedragscode voor Facebook, Google en Twitter. Om tot die gedragscode te komen moeten de socialmediabedrijven vrijwillig meewerken. Harde wetgeving tegen of een lijst met bronnen van namaakberichten komt er niet. Ook wil Brussel dat scholieren lessen krijgen in het herkennen van nepnieuws. Rudiantara onderstreept de noodzaak tot bewustwording. ,,We willen Indonesiërs aanmoedigen kritisch na te denken over het nieuws dat ze tot zich nemen.’’