Volledig scherm
Rook na een mortieraanval op Kobani. © reuters

IS blijft Koerdische stad Kobani bestoken

Strijders van de militante groep Islamitische Staat bleven maandag de Koerdische stad Kobani aan de Syrische grens met Turkije met mortieren en artillerie bestoken. Zij lijken zich weinig aan te trekken van de door een coalitie onder Amerikaanse leiding uitgevoerde luchtaanvallen.

De soennitische extremisten waren de stad tot op vijf kilometer genaderd, meldden het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten en Nawaf Khalil, een Koerdische bestuurder. Zij voerden hun aanvallen op de grensregio op, ook nadat ze zaterdag vanuit de lucht waren bestookt. Volgens Syrische activisten en Koerdische functionarissen lijken ze er des te meer op gebrand te zijn om de regio in te nemen en zo hun greep op het gebied van de Turkse grens, dwars door Syrië naar de westelijke rand van de Iraakse hoofdstad Bagdad, te verstevigen.

Drie mortiergranaten ontploften in een veld net over de grens op Turks grondgebied. Na de inslag trok het Turkse leger enkele tanks terug van een legerpost bij de grens naar een heuvel iets verderop. In verband met de gestadige opmars van de extremisten vluchtten maandag weer duizenden Koerden uit Kobani naar Turkije. Mannen brachten hun gezinnen in veiligheid en keerden vervolgens terug naar Kobani om te vechten, zei activist Ahmad Sheikho. Sinds half september zijn al 150 duizend mensen uit de regio naar Turkije uitgeweken.

Graansilo getroffen
De coalitie voerde maandag acht luchtaanvallen uit op plaatsen en dorpen in het noorden en oosten van Syrië die in handen van IS zijn. In Manbij werd een graansilo getroffen, waarbij twee burgermedewerkers werden gedood. Volgens Observatoriumdirecteur Rami Abdurrahman waren er geen IS-strijders en werd alleen maar opgeslagen voedsel vernietigd.

Een ander doelwit was de ingang van de grootste aardgascentrale van het land in Deir el-Zour, aldus het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten. De centrale zelf werd niet getroffen. Ook Tel Abyad, een stadje op de grens tussen Syrië en Turkije, werd volgens een ooggetuige onder vuur genomen. De bommen troffen een verlaten militaire basis en een lege school. Mehmet Oer, een ooggetuige aan de Turkse kant van de grens, zei dat de extremisten de basis al een paar maanden geleden hadden ontruimd. 'Ze (de coalitie, red.) hebben vast geen verse inlichtingen', zei hij.

De luchtaanvallen op Syrië begonnen vorige week. De VS worden bijgestaan door een aantal landen uit de regio, waaronder Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Jordanië. Een aantal Europese landen is ook bij de operaties tegen IS betrokken. Nederlandse F-16's vliegen, in tegenstelling tot die van Frankrijk, alleen missies in Irak.