Volledig scherm
Agça had later een verzoenende ontmoeting met de paus. © AFP

'Khomeini was brein achter Agça's aanslag op paus'

Mehmet Ali Agça bevestigt dat de leider van de islamitische revolutie in Iran, ayatollah Khomeini, de aanstoker was van de spectaculaire aanslag op paus Johannes-Paulus II op het Sint-Pietersplein in mei 1981. De Turk doet dat in een boek dat vandaag is gepubliceerd in Italië.

In het boek 'Ze hadden me het paradijs beloofd. Mijn leven en de waarheid over de aanslag op de paus', vertelt Ali Agça, die mentale problemen heeft, dat hij in Iran arriveerde na zijn ontsnapping uit de Turkse gevangenis. Hij zat daar voor de moord op een journalist.

In Teheran werd hij wekenlang geïndoctrineerd voordat hij een nachtelijke ontmoeting had met de 'Grote Leider van de Iraanse revolutie'.

'Ali', zou ayatollah Khomeini hebben geroepen, 'jij moet de paus vermoorden in naam van Allah. Je moet de woordvoerder van de Duivel op Aarde vermoorden, de dienaar van Satan in deze wereld... Johannes-Paulus II moet sterven door jouw hand. Twijfel nooit, blijf geloven, vermoord de Antichrist, dood zonder medelijden Johannes-Paulus II en pleeg dan zelfmoord...', zegt de voormalige extremist van de 'Grijze Wolven' in het boek.

Na zijn arrestatie beweerde Ali Agça eerst dat de Russische geheime dienst KGB en dat een 'idee' van Bulgaarse diplomaten aan de basis van de aanslag lag. Agça zelf was een extreemrechtse moslimextremist. In het nieuwe boek geeft Agça ook details over het gesprek dat hij had met de paus die hem bezocht om hem vergiffenis te schenken in de Romeinse gevangenis van Rebibbia op 27 december 1983.