Volledig scherm
Farah Alhajeh. © Facebook

Moslima die weigerde hand te schudden krijgt 3800 euro schadevergoeding

Een Zweedse moslima krijgt van de rechter een schadevergoeding van 3800 euro. Haar sollicitatie was afgebroken nadat ze op religieuze gronden had geweigerd de hand te schudden van een mannelijke medewerker.

De 24-jarige Farah Alhajeh solliciteerde als vertaler toen ze de hand weigerde van de man die het sollicitatiegesprek voerde. In plaats daarvan plaatste ze haar hand over haar hart bij wijze van groet. Het bedrijf besloot de sollicitatie af te breken, omdat personeel geen onderscheid dient te maken tussen mannen en vrouwen.

Volgens de Zweedse rechter is er echter sprake van discriminatie en moet de vrouw daarom gecompenseerd worden met 40.000 kronen, omgerekend 3800 euro. De rechter meent dat het bedrijf weliswaar terecht gelijke behandeling van mannen en vrouwen mag eisen, maar dat dit nog niet wil zeggen dat het schudden van handen daar de enige manier voor is. Een dergelijke groet als norm stellen is volgens de rechter in het nadeel van moslims.

Vrijheid

De ombudsman in Zweden heeft Alhajeh begeleid in haar rechtszaak. Volgens de ombudsman heeft de rechter rekening  gehouden met 'de belangen van de werkgever, het individuele recht op lichamelijke integriteit en de plicht van de Staat om religieuze vrijheden toe te staan'. 

Farah Alhajeh is blij met het vonnis, zo zegt zij tegen de BBC. Ze zegt bovendien helemaal geen onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen.  ,,In mijn land kun je mannen en vrouwen niet verschillend behandelen. Ik respecteer dat en daarom heb ik geen fysiek contact met mannen én vrouwen. Ik kan de regels van mijn geloof volgen en tegelijkertijd de regels van het land waar ik leef.'' 

  1. Celstraf tot 7,5 jaar voor twee Syriëgangers voor oorlogsmisdrijf

    Celstraf tot 7,5 jaar voor twee Syriëgan­gers voor oorlogsmis­drijf

    De 24-jarige Syriëganger Oussama A. uit Utrecht en Reda N. uit Leiden (25) zijn veroordeeld tot respectievelijk 7,5 en 4,5 jaar cel. De rechtbank in Den Haag acht vandaag onder meer bewezen dat zij in het strijdgebied in Syrië en Irak meededen met de terroristische organisatie IS en zodoende terroristische misdrijven hebben voorbereid. Dat gebeurde tussen ongeveer begin 2014 en eind 2016. De twee waren al in Turkije veroordeeld tot zes jaar cel voor terrorisme maar konden vorig jaar naar Nederland komen, waar ze meteen werden opgepakt.