Volledig scherm
Minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten neemt de metro in Rotterdam. © AD/Marco de Swart

Opstelten stelt ons gerust, maar hoe (on)veilig is het nu?

Minister Ivo Opstelten neemt met zijn vrouw gewoon de metro om naar een concert te gaan. Militairen mogen in diezelfde metro echter geen uniform dragen uit angst voor jihadisten. Deze dubbele boodschap laat burgers in verwarring achter: moeten we nou bang zijn of niet?

Quote

We moeten weliswaar waakzaam zijn, maar we moeten ons niet gek laten maken.

Vicepremier Lodewijk Asscher trok er woensdag een ernstig gezicht bij. IS doet een aanval 'op onze manier van leven', sprak hij. 'Dat kan iedereen raken, ook onze veiligheid, in onze straten.'

Twee dagen later klinkt een ander geluid uit zijn mond. We moeten weliswaar waakzaam zijn, maar: 'We moeten ons niet gek laten maken.'

Het is een dubbele boodschap van een overheid die we in onzekere tijden misschien het liefst juist als stevige rots in de branding willen zien. Je zou er bang van worden.

Maar dat is nu juist niet de bedoeling. Om die reden zei minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie gisterochtend ineens dat we gewoon naar het werk en de voetbal moeten gaan. 'Stap de stad in.' Hij wilde daarmee tegenwicht bieden aan alarmerende nieuwsberichten dat er elk moment iets kan gebeuren, zeggen ingewijden.

Ingewikkeld verhaal
Het is een ingewikkeld verhaal dat het kabinet dezer dagen uitdraagt. Aan de ene kant is er wel iets aan de hand. Het ministerie van Defensie adviseert militairen hun camouflagepakken thuis te laten uit angst voor geweld. Zelfs leerlingen van militaire opleidingen mogen niet met hun rugzakken met camouflageprint de trein in.

Nederland is een aantrekkelijker doelwit voor terroristen geworden, omdat ons land zich mengt in de strijd tegen IS. Binnen de regeringscoalitie is afgesproken die dreiging niet te verzwijgen, maar open en eerlijk te benoemen.

Aan de andere kant zijn er nog steeds geen concrete bedreigingen. Extra beveiliging van Schiphol is bijvoorbeeld (nog) niet nodig. In Frankrijk en Groot-Brittanie bewaken bewapende militairen stations, bij ons zijn die niet te zien. Ook het dreigingsniveau hoeft niet in de hoogste versnelling. Dat gebeurt pas als er concrete aanwijzingen zijn dat er een aanslag gaat plaatsvinden of vlak daarna.

Volledig scherm
© AD/Marco de Swart

Meer dreiging
'Het is een hele complexe boodschap', zegt Frank Peters, expert in crisiscommunicatie. 'Mensen hebben het gevoel dat die twee signalen - meer dreiging, maar geen paniek - elkaar tegenspreken.' Tel daarbij op de diverse bewindslieden en ambtsdragers, die in elk medium hun verhaal doen met elk hun eigen bewoordingen. Zowel Asscher als defensieminister Hennis als terrorismebestrijder Dick Schoof informeerden over de dreiging van IS. Verschillende personen die steeds net andere woorden kiezen.

Zo ontstaat al snel het beeld dat niemand de regie heeft. Peters: 'Natuurlijk is het onontkoombaar dat verschillende bewindslieden het woord voeren vanuit hun portefeuilles. Maar het is een valkuil om op heel veel plekken te laten zien dat men zich geen zorgen hoeft te maken. Als je tien keer zegt dat je niet bang hoeft te zijn, worden mensen juist bang omdat dat woord zo vaak valt.'

Bewust maken van de risico's
Toch heeft het kabinet geen andere keus dan beide kanten van de medaille belichten. Als premier Rutte zegt dat we rustig kunnen gaan slapen, is hij immers de gebeten hond zodra er een aanslag is gepleegd. 'We willen dat mensen zich bewust zijn van de risico's en gekke dingen doorgeven aan de politie. Maar het is niet de bedoeling dat mensen de hele dag over hun schouder gaan kijken', zegt een anonieme bron.

Het kabinet probeert nu vooral vertrouwen uit te stralen. De veiligheidsdiensten hebben alles onder controle. 'We hebben professionals aangewezen die de hele dag niets anders doen dan waken over uw en mijn veiligheid', aldus Asscher.

Minister Opstelten nam gisteravond de metro. Zonder beveiligers, net als ieder ander.