Volledig scherm
De brug in Ponte Ulla waar Ramón Smits Álvarez vanaf is gesprongen. © ANP

Ramón wilde zeker weten dat Spaanse politie brieven vond

Niemand van zijn Spaanse familie begrijpt ook maar iets van de zelfmoord van de Amersfoortse PvdA'er Ramón Smits Álvarez. Het gemeenteraadslid verdween op 10 oktober spoorloos. Herhaalde oproepen aan zijn adres om zich te melden, hadden geen resultaat. Maandag stortte hij zich op 34-jarige leeftijd van een spoorbrug in Spanje, met agenten op hem inpratend op slechts enkele meters afstand.

Volledig scherm
© anp
Volledig scherm
De brug (voorgrond) in Ponte Ulla waar Ramón Smits Álvarez vanaf is gesprongen. © anp
 
Vanaf de brug belt Ramón, bijna twee weken nadat hij spoorloos verdween, naar zijn vrouw, zijn moeder en alarmnummer 061. Hij zegt waar hij is en dat hij gaat springen
Volledig scherm
Ramón Smits Álvarez. © ANP Communique
Volledig scherm
© anp
Volledig scherm
© anp
 
Wij zijn nogal bruut, hier in Galicië
Josefa, nicht van Ramón Smits Álvarez

Even na half 5 stapt Ramón Smits Álvarez maandag in Ponte Ulla uit de lijnbus die om de twee uur vanuit het bedevaarstoord Santiago de Compostela rijdt. Hij loopt met Manuel, die naast hem zat, naar het barretje onder pension O'Cruceiro. Hij bestelt in vloeiend Galicisch, dat hij beter beheerst dan het Spaans, een koffie en wil ook de café solo van twee politieagenten betalen, die het aanbod weigeren. Dan vraagt hij Manuel, die al aan het werk is gegaan als ober, naar de oude spoorbrug. Een wandeling van een half uur, zegt Manuel.

Spoorbrug geliefd bij toeristen én mensen die zelfmoord plegen
Ramón trekt zijn rode rugzak weer over zijn schouders. Het spookt buiten, een hels onweer dat Noordwest-Spanje onder water zal zetten staat op het punt van losbarsten. Halverwege de wandeling, net voor 5 uur, stopt hij voor de deur van restaurant Mesón Gálvez. Mari Carmen López loopt naar buiten, de vreemdeling vraagt naar de spoorbrug. Zoiets gebeurt wel vaker. De brug is geliefd bij toeristen, pelgrims - hij ligt op de zuidelijke Zilverroute naar Santiago - én bij mensen die zelfmoord willen plegen.

'Hij was erg nerveus, geagiteerd. Hij liep heel snel weer door toen ik hem de weg had gewezen. Ik zei nog tegen mijn man: 'Hij zal toch niet...?' Het gebeurt wel vaker, namelijk, dat er iemand vanaf springt. Maar ik stond er niet bij stil. Tot even later de ambulance en politie voorbij kwamen.'

De rugzak met de brieven aan zijn vrouw en moeder aan zijn voeten
Vanaf de brug belt Ramón, bijna twee weken nadat hij spoorloos verdween, naar zijn vrouw, zijn moeder en alarmnummer 061. Hij zegt waar hij is en dat hij gaat springen. De ambulance arriveert het eerst, maar Smits wacht op de Guardia Civil. Aan zijn voeten de rugzak, waarin twee brieven aan zijn vrouw Janien en moeder Herminia zitten. Hij lijkt er zeker van te willen zijn dat die wordt gevonden. Als de agenten op enkele meters komen en op hem inpraten, springt hij. Twee uur later wordt hij dood gevonden, een halve kilometer stroomafwaarts.

Tante vraagt zich af waarom
Waarom? Zeventig kilometer noordelijker, in het dorp Oza bij Carballo, vraagt Matilda Álvarez het zich de hele dag al af. Elk jaar zag zij haar neef twee keer in het dorp, de laatste keer in augustus in het nieuwe huis dat Ramons moeder een kilometer verderop had laten bouwen. 'Zo'n vrolijke jongen, een sterke man, sportief, volleyballer. Hij was bij iedereen hier populair, nooit hebben we iets van verdriet bij hem gezien. Gelukkig met zijn gezinnetje. Hij trok altijd op met mijn zoon Santiago. Waarom heeft hij al die dagen dat hij hier moet zijn geweest niet even gebeld? Zijn hoofd zat vol, ongetwijfeld. Nou, dat praat je dan even van je af. Hier in Oza vond hij altijd de rust, ver weg van de drukte in Nederland.'

Matilda is een van de zeven nog levende broers en zussen van Ramons moeder. De familie is groot en heeft een sterke band, ook al vertrok Herminia al in de jaren '70 naar Nederland met een contract van Philips op zak. Daar leerde zij haar man, drie jaar geleden overleden, kennen. Ramón werd in Amersfoort geboren, maar, zo zei hij al eens in een krant in Galicië: 'Mijn hoofd is Nederlands, mijn hart Galicisch.' Na een gevecht met het register slaagde hij er in Nederland in de achternaam van zijn moeder te behouden.

Moeder, weduwe en kinderen van Ramon naar Spanje
Matilda heeft op het weidse land haar mobiele telefoon bij de hand. Zus Herminia is onderweg voor de langste terugreis van haar leven. Ramóns weduwe, zijn twee kinderen en schoonouders vliegen mee. Morgen wordt hij bijgezet in een nis boven die van zijn grootouders op de begraafplaats van Oza. Achternicht Josefa komt de graven even schoonmaken.

Naast het graf van Ramón ligt dat van haar vader. Hij hing zichzelf op nadat zijn vrouw bij de geboorte van Josefa was overleden. 'Wij zijn nogal bruut, hier in Galicië,' zegt Josefa. Ze is niet de enige die dat zegt, in de verre uithoek van Spanje waar het leven anders is en Ramón, op vijf kilometer van de stranden en rotsen van de Kust des Doods, altijd zo gelukkig was.