Volledig scherm
Foto ter illustratie. © Shutterstock

Rotterdamse vrouw met baby mag eindelijk Turkse cel uit

Een Rotterdamse vrouw (31) die met haar baby in Istanboel al 15 weken in voorarrest zit, mag de gevangenis verlaten. Zij mag van de rechtbank het vervolg van haar proces buiten de vrouwengevangenis afwachten. De volgende zitting in haar proces is op 3 oktober.

Dat was tot grote opluchting van de Koerdische vrouw en haar familie die juichend en huilend van geluk reageerden op het besluit van de rechtbank. ,,We hadden gehoopt op vrijspraak en als dat niet mogelijk was op voorwaardelijke vrijlating”, zei haar man. ,,Ik heb gemengde gevoelens: superblij en tegelijk teleurgesteld dat ze niet mee mogen naar Nederland.”

Haar echtgenoot, haar moeder, beste vriendin en nicht waren in de rechtszaal aanwezig om haar morele steun te geven. Haar babydochter van 8 maanden was geen getuige in de juridische zitting. Zij maakt sinds 5 april deel uit van de nachtmerrie waarin haar moeder na een stedentrip naar Istanboel in terecht is gekomen.

Te bizar

,,Dit is te bizar voor woorden”, aldus haar man. ,,Mijn vrouw betrokken bij een terroristische organisatie? Ze deed alleen maar vrijwilligerswerk, omdat ze heel sociaal betrokken is. Bovendien nodigde burgemeester Aboutaleb haar uit voor gesprekken tussen Turkse en Koerdische organisaties. Je denkt toch niet dat de burgemeester met een terrorist aan tafel gaat zitten?”

Steun was er in het Paleis van Justitie ook van vertegenwoordigers van minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken). De consul-generaal in Istanboel, Bart van Bolhuis, had de vice-consul afgevaardigd. Ook vice-ambassadeur Erik Weststrate was aanwezig. Samen waren zij het gezicht van de stille diplomatie die minister Blok achter de schermen voert om de Rotterdamse vrouw en bijna twintig andere Turkse Nederlanders die in Turkije vastzitten, vrij te krijgen.

Bij de Koerdische SP-politicus Murat Memis (31) uit Eindhoven heeft dat vermoedelijk in zijn voordeel gewerkt. De rechtbank in Antalya sprak hem begin deze maand aan het eind van de eerste zitting vrij van propaganda voor terrorisme.

Surrealistisch drama

Voor de Koerdische moeder uit Rotterdam liep het wat anders. Het surrealistische drama waarin zij ongewild de hoofdrol speelt, is voorlopig nog niet voorbij.

Turkse justitie klaagt haar aan voor banden met de illegale Arbeiderspartij van Koerdistan (PKK). Ze zou actief zijn geweest in de Raad van Democratische Gemeenschappen uit Koerdistan in Nederland, DemNed. Ook was ze tot covoorzitter gekozen van het Koerdisch Cultureel Centrum in Rotterdam, waar ze vrijwilligster was. Allebei legale organisaties in Nederland.

In de tenlastelegging staat dat ze wordt verdacht van ‘lidmaatschap van een gewapende terroristische organisatie’, de PKK. Daarop staat in Turkije een maximumstraf van 15 jaar.

De Turkse autoriteiten zien de Koerdische organisaties waarin zij actief was als mantelorganisaties in het uitgebreide netwerk in Europa ‘van de separatistische terreurorganisatie PKK’.

De vrouw voerde haar verdediging in het Nederlands. Huilend vroeg ze de rechter wat ze gedaan had. ,,Het is onbegrijpelijk dat Turkije mij en mijn vrijwilligerswerk als een bedreiging ziet. Mijn dochter is bijna 9 maanden. Ze is de helft van haar leven tussen betonnen muren in een gevangenis opgegroeid. Mijn man herkent ze niet meer.”

De tenlastelegging is 23 pagina’s lang. Slechts drie daarvan gaan over de Rotterdamse, haar persoonsgegevens, wanneer ze is aangehouden, wat er in beslag is genomen, en het verslag van het verhoor. De overige 20 pagina’s gaan over de geschiedenis, organisatiestructuur en activiteiten van de PKK.

Politieke propaganda

Uit onderzoek van de Turkse geheime dienst is komen vast te staan dat haar naam niet voorkomt in het archief van het politiedepartement voor contraterrorisme, aldus de tenlastelegging.

De openbare aanklager concludeert dat er voldoende bewijs is dat de Koerdische moeder lid was van een ‘gewapende terroristische organisatie’ aangezien zij actief was in twee Koerdische organisaties. Die zijn volgens het Openbaar Ministerie onderdeel van de ‘buitenlandse illegale structuur van de terreurorganisatie PKK’.

In de aanklacht staat verder dat ‘Nederland een van de Europese landen is waarin de terreurorganisatie PKK actief in het buitenland activiteiten uitvoert’. Ondanks het besluit van de EU-Raad om de PKK in 2014 op te nemen in de zwarte lijst van terreurorganisaties ‘zet de terreurorganisatie haar organisatorische activiteiten voort via legale/illegale schijnformaties, en voert zij haar politieke propaganda en werkzaamheden duidelijk uit’, zo luidt de klacht.

,,Nederland heeft voor wat betreft de politieke activiteiten van het Koerdische nationalisme, een belangrijke centrale plaats.”

Het Openbaar Ministerie stelt dat ‘Nederland aan het hoofd staat van Europese landen waar de PKK-terreurorganisatie al haar activiteiten makkelijk kan realiseren en waarmee wij inzake de bestrijding van de separatistische terreur niet volledig kunnen samenwerken’.