Volledig scherm
Giovanni van Bronckhorst maakte zijn debuut in 2003 ook tijdens Athletic Bilbao - FC Barcelona. Hij gaf direct de assist bij de winnende goal van Phillip Cocu. © REUTERS

Kijk, Frenkie en Luuk, zo begin je een Spaans avontuur

Debuut in La LigaFrenkie de Jong en Luuk de Jong worden dit seizoen de 73ste en 74ste Nederlanders in de Spaanse competitie. Frenkie speelt morgenavond (21.00 uur) al met FC Barcelona bij Athletic Bilbao, Luuk zondagavond (19.00 uur) met Sevilla bij Espanyol. Hoe ging het de Nederlandse sterren in het verleden af bij hun debuut in La Liga? 

Faas Wilkes: Racing Santander - Valencia 3-1 (20 september 1953)

Volledig scherm
Faas Wilkes met Real Madrid-ster Alfredo Di Stéfano. © Rotterdams Dagblad

De eerste Nederlander in de Spaanse competitie was Faas Wilkes. Na drie mooie seizoenen in Milaan bij Inter en een teleurstellend jaar bij Torino ging de Rotterdamse aanvaller in de zomer van 1953 naar Valencia. Wilkes begon in de tweede speelronde nog met een 3-1 nederlaag bij Racing Santander, maar ‘De Vliegende Tulp’ groeide binnen enkele weken al uit tot de grote publiekslieveling in Mestalla. Hij scoorde 38 keer in 62 competitieduels, won in zijn eerste seizoen direct de Copa del Rey, kreeg iedere overheerlijke paella in restaurant La Pepica aan het strand en ging na menig wedstrijd op de schouders van de supporters door de stad. Samen met twee andere buitenlanders, Alfredo Di Stéfano (Real Madrid) en László Kubala (FC Barcelona), behoorde hij tot de grote sterren van het voetbal in Spanje in de jaren 50.  

Johan Cruijff: FC Barcelona - Granada 4-0 (28 oktober 1973) 

Volledig scherm
Johan Cruijff in het shirt van FC Barcelona in 1973. © Tati Quinones/ProShots

Twintig jaar debuteerde de volgende Nederlander pas in Spanje. Dat was niemand minder dan Johan Cruijff, die Wilkes beschouwde als zijn grote idool. Bij FC Barcelona werd Cruijff in 1973 herenigd met Michels, die van 1965 tot 1971 zijn trainer bij Ajax was. De Catalanen hadden lang op de komst van Cruijff moeten wachten. Eerst stond de Spaanse voetbalbond geen buitenlanders toe en daarna werkte de KNVB niet mee, omdat Cruijff na het verstrijken van de transferperiode werd gecontracteerd. Cruijff kon aanvankelijk alleen in vriendschappelijke wedstrijden voor FC Barcelona uitkomen en maakte op 5 september 1973 zijn officiële debuut tegen Cercle Brugge (6-0). De recettes van de vriendschappelijke duels waren zodanig dat FC Barcelona, nog voordat Cruijff in de Spaanse competitie speelgerechtigd is, het transferbedrag van Cruijff helemaal terugverdiende. Met als argument dat Cruijff wedstrijdritme moest behouden voor het Nederlands elftal gaf de KNVB alsnog toe.

Hierdoor kon Johan Cruijff op 28 oktober 1973 in de thuiswedstrijd tegen Granada dan eindelijk zijn officiële debuut voor Barcelona maken. Inmiddels was het seizoen al zeven speelronden oud en stond Barcelona na twee overwinningen, twee gelijke spelen en drie nederlagen, in de onderste regionen van de ranglijst. Tegen Granada volgde een verlossende 4-0 zege, mede dankzij twee goals van ‘verlosser’ Cruijff. Met de Nederlander in het elftal bleef de club vervolgens 25 wedstrijden op rij ongeslagen (negentien overwinningen en zes gelijke spelen). Vijf wedstrijden voor het einde van de competitie kon de concurrentie de club niet meer achterhalen: na veertien jaar behaalde FC Barcelona eindelijk weer het kampioenschap van Spanje. 

Ronald Koeman: Real Valladolid - FC Barcelona 2-0 (2 september 1989) 

Johan Cruijff keerde in 1988 als trainer terug bij FC Barcelona. In zijn eerste seizoen werd Real Madrid nog kampioen met vijf punten meer, maar in de zomer van 1989 kwam er met Ronald Koeman een belangrijke speler binnen in Camp Nou. Zijn cijfers (88 goals in 264 duels als verdediger) vertellen eigenlijk het hele verhaal. Het debuut van Koeman voor Barcelona was echter niet zo succesvol. De uitwedstrijd bij Real Valladolid ging met 2-0 verloren. Zijn thuisdebuut een week later tegen Osasuna werd wel memorabel. Koeman scoorde twee keer vanaf elf meter in de 4-0 zege, Michael Laudrup en Eusebio maakten de andere goals. Een maand later benutte Koeman opnieuw twee strafschoppen in de 3-1 zege op Real Madrid in Camp Nou. Het Dream Team dat in 1992 de Europa Cup I zou winnen was geboren. 

Volledig scherm
Ronald Koeman scoorde liefst 88 keer in 264 duels voor FC Barcelona. © Bob Thomas/Getty Images

Clarence Seedorf: Real Madrid - Hércules 3-0 (8 september 1996) 

Na drie seizoenen bij Ajax en een jaar bij Sampdoria kwam Clarence Seedorf in de zomer van 1996 binnen bij Real Madrid. Hij is dan nog altijd pas 20 jaar, maar Seedorf mist in zijn eerste drie seizoenen bij De Koninklijke slechts zes competitieduels. Seedorf debuteert met een 3-0 zege op Hércules Alicante en wordt in zijn eerste seizoen direct kampioen van Spanje. Het seizoen daarop, waarin hij in de eerste speelronde van gigantische afstand scoort in de derby tegen Atlético Madrid (1-1), pakt hij met Real Madrid de Champions League in Amsterdam. In januari 2000 keert hij terug naar Italië, om voor Internazionale en later AC Milan te gaan spelen. 

Volledig scherm
Clarence Seedorf bij zijn presentatie bij Real Madrid met voorzitter Lorenzo Sanz. © REUTERS

Jimmy Floyd Hasselbaink: Atlético Madrid - Rayo Vallecano 0-2 (22 augustus 1999) 

Jimmy Floyd Hasselbaink scoort liefst 33 keer in 43 wedstrijden in zijn enige jaar in Spanje, maar degradeert dat seizoen wel met Atlético Madrid. Het is voor Atlético de tweede degradatie in de clubhistorie, nadat de club van 1930 tot 1934 ook even op het tweede niveau speelde. Aan de goals van Hasselbaink lag het dat seizoen dus niet, maar bij zijn debuut gaat het eigenlijk direct mis: een 0-2 thuisnederlaag in de Madrileense derby tegen Rayo Vallecano. Atlético Madrid degradeert uiteindelijk samen met Sevilla en Real Betis naar de Segunda División en verliest ook nog met 3-0 van Valencia in de finale van de Copa del Rey. Hasselbaink keert na zijn bewogen jaar in Spanje terug naar Engeland om voor Chelsea te gaan spelen. 

Volledig scherm
Jimmy Floyd Hasselbaink namens Atlético Madrid in actie tegen Racing Santander in 1999. © AP

Giovanni van Bronckhorst: Athletic Bilbao - FC Barcelona 0-1 (30 augustus 2003)

Net als Frenkie de Jong waarschijnlijk doet, maakte ook Giovanni van Bronckhorst zijn debuut voor FC Barcelona in de uitwedstrijd bij Athletic Bilbao. Van Bronckhorst is in de zomer van 2003 op huurbasis overgekomen van Arsenal en krijgt bij de competitiestart direct een basisplaats van de nieuwe trainer Frank Rijkaard, die op advies van Johan Cruijff was aangesteld door voorzitter Joan Laporta. ‘Gio’ maakt het vertrouwen van Rijkaard direct waar en gaf al na elf minuten de assist bij de winnende goal van Phillip Cocu, die samen met Carles Puyol en Michael Reiziger achterin stond. Ronaldinho maakte die avond ook zijn debuut voor Barcelona, terwijl de toen 39-jarige Ernesto Valverde (nu coach van FC Barcelona) die avond debuteerde als hoofdtrainer van Athletic Bilbao. Drie dagen later speelde Barcelona in een nachtelijke thuiswedstrijd (aftrap om 00.05 uur) tegen Sevilla met 1-1 gelijk door goals van José Antonio Reyes en Ronaldinho. 

Ruud van Nistelrooy: Real Madrid - Villarreal 0-0 (27 augustus 2006)

Na vijf mooie en doelpuntrijke jaren bij Manchester United maakte Ruud van Nistelrooy na het WK 2006 voor 15 miljoen euro de overstap naar Real Madrid. De Brabantse spits maakte zijn debuut op 27 augustus 2006 in de thuiswedstrijd tegen Villarreal. Ondanks spelers als David Beckham, Antonio Cassano, Raúl González Blanco, Robinho, Juan Román Riquelme, Diego Forlán en Nihat Kahveci op het veld bleef het bij 0-0 in Bernabéu. Een week later scoorde Van Nistelrooy drie keer in de 1-4 uitzege bij Levante. Hij was los en ook in Spanje niet meer te stoppen. Na 64 goals in 96 wedstrijden en twee landstitels vertrok hij in januari 2010 naar HSV, maar de knieën waren toen helaas al aardig versleten en het WK in Zuid-Afrika zou hij niet meer halen. 

Volledig scherm
Ruud van Nistelrooy in duel met Villarreal-captain Juan Pena bij zijn debuut voor Real Madrid. © AFP

Wesley Sneijder en Royston Drenthe: Real Madrid - Atlético Madrid 2-1 (25 augustus 2007)

Een jaar na Van Nistelrooy kwamen er nog drie Nederlanders naar Real Madrid: Royston Drenthe, Wesley Sneijder en Arjen Robben. Laatstgenoemde debuteerde pas in de vierde speelronde, maar toen had Sneijder zijn naam al flink gevestigd in Spanje. De Utrechter debuteerde op 25 augustus 2007 net als Drenthe tegen Atlético Madrid. Sneijder maakte in de 80ste minuut de winnende goal in de Madrileense derby, nadat Sergio Agüero en Raúl al hadden gescoord. Een week later was Sneijder goed voor twee goals en een assist in de 0-5 zege bij Villarreal, waar Van Nistelrooy ook scoorde. Een week later scoorde Sneijder weer uit een vrije trap, nu tegen Real Madrid zou het hele seizoen bovenaan staan en werd op 4 mei kampioen bij Osasuna, dankzij goals van Arjen Robben en Gonzalo Higuaín. Een week later kwam FC Barcelona op bezoek in Madrid, nadat ze de erehaag hadden gevormd voor de kampioen werden ze ook nog eens met 4-1 verslagen. Sneijder vertrok na twee jaar bij Real Madrid naar Internazionale, maar keerde op 22 mei 2010 nog terug in Bernabéu om de Champions League te winnen. 

Volledig scherm
Vreugde bij Royston Drenthe, Wesley Sneijder en Robinho na de winnende goal tegen Atlético Madrid. © AFP
Volledig scherm
De basiself van Real Madrid voor de derby tegen Atlético Madrid in 2007. © EPA