Sorry Ibi, maar er staan rijen bij de Voedselbank

Volledig scherm
Sjoerd Mossou is voetbalverslaggever van AD Sportwereld en columnist. © Jacqueline de Haas

Ibrahim Afellay zit er momenteel, zoals hij het zelf zegt, ,,mentaal en emotioneel even he-le-maal doorheen.'' De langdurig geblesseerde middenvelder van Schalke 04 en het Nederlands elftal kan het om die reden simpelweg niet opbrengen om zijn teamgenoten of zijn club op te zoeken.

Bovenstaand alineaatje heb ik even voor u gekopieerd en geplakt, want dat leek me wel zo gemakkelijk. Net als de rest van het 'interview' viel het deze week te lezen op de website van Sport Promotion, het makelaarskantoor van Afellay.

U kunt er dus vanuit gaan dat hier geen sprake is van journalistieke interpretatie, of van stemmingmakerij. Er is Afellay niets in de mond gelegd door een valse, hijgerige journalist, op jacht naar een lekker stukje. Integendeel, het 'interview' is uitgedokterd om enig inzicht te verschaffen in de diepe zielenroerselen van de voetballer.

 
Geloof me, beste lezers, ik vind het hartstikke sneu voor Ibrahim Afellay dat hij al zo lang geblesseerd is. Toen 'Ibi' naar FC Barcelona ging, een droomclub waar we allemaal wel zouden willen voetballen, gunde ik hem een grote en glorieuze carrière. Het werd al snel een teleurstelling, door die zware kruisbandblessure, en het EK was daarna ook niet echt een feest. Een voetballer heeft alle recht om dat kut met peren te vinden.
Sjoerd Mossou

In negen alinea's deelt Afellay zijn grote verdriet met u en met mij: zijn achterban.

Ik adviseer u om het volledige verhaal te lezen op sport- promotion.nl, maar voor de gelegenheid heb ik nog een paar zinnetjes gekopieerd:

,,Natuurlijk wil ik wel bij de jongens van Schalke zijn,'' zegt hij (Afellay, red.) geëmotioneerd. ,,Het liefst wens ik ze voor elke wedstrijd zelf succes, ben ik erbij als ze spelen. Zo zit ik in elkaar. (...)Maar ik weet zeker dat ik het nu niet trek als ik daar zou zijn en ze moet zien trainen, of als ik de groep zie voorbereiden op de wedstrijd. Ik kan het gewoon niet opbrengen.''

Geloof me, beste lezers, ik vind het hartstikke sneu voor Ibrahim Afellay dat hij al zo lang geblesseerd is. Toen 'Ibi' naar FC Barcelona ging, een droomclub waar we allemaal wel zouden willen voetballen, gunde ik hem een grote en glorieuze carrière. Het werd al snel een teleurstelling, door die zware kruisbandblessure, en het EK was daarna ook niet echt een feest. Een voetballer heeft alle recht om dat kut met peren te vinden.

Maar neem me niet kwalijk, beste Ibi. Het is je misschien ontgaan allemaal, maar het is 2013. Mensen verliezen hun baan. Er staan steeds langere rijen bij de Voedselbank. Loop eens binnen in een willekeurige flat in je oude wijk Overvecht - en luister naar de verhalen. Ik geef het je op een briefje alvast: tamelijk veel mensen zitten er mentaal en emotioneel even he-le-maal doorheen.

Heus, iedereen heeft het recht te klagen vanuit zijn eigen perspectief. Rijk of arm, we zijn allemaal wel eens verdrietig of ontevreden. Niemand hoeft zijn eigen problemen kapot te relativeren. Ik mopper ook wel eens als ik voor mijn werk naar een verre voetbalwedstrijd moet, of als mijn computer crasht, vlak voor de deadline. Dan denk ik ook niet meteen aan de lange rijen bij de Voedselbank.

Maar ga straks eerst eens voor de spiegel staan - en lees daarna je eigen klaagzang nog een keertje. Die negen alinea's geweeklaag. Al dat oneindige zelfmedelijden. Dat totale gebrek aan relativering, nog niet in één schamel bijzinnetje. Die schaamteloze, openbare roep om medeleven en deernis.

Over een tijdje kun je weer voetballen. Niet bij Barcelona misschien, maar wel bij een andere mooie club, voor een vorstelijk salaris. Met al je talent en toewijding heb je dat zelf afgedwongen. Het is je van harte gegund, echt.

Maar hou op je te gedragen als een verwend, verongelijkt prinsje, dat vanuit zijn gouden paleis klaagt dat het regent.