Aantekenboekjes van Sinninghe en afschrift van een volksverhaal. © Het Meertens Instituut
Volledig scherm
Aantekenboekjes van Sinninghe en afschrift van een volksverhaal. © Het Meertens Instituut

Meertens Instituut krijgt collectie volksverhalen Sinninghe

UpdateHet Meertens Instituut in Amsterdam heeft de collectie Nederlandse volksverhalen verworven die Jacques Rudolf Willem Sinninghe (1904-1988) sinds 1955 verzamelde. Het instituut krijgt de collectie van tienduizenden sagen, legenden en sprookjes in eeuwigdurende bruikleen van de Tilburg University.

Het Meertens Instituut beheert de grootste collectie volksverhalen in Nederland. Het werkt sinds 1994 aan het digitaal toegankelijk maken ervan via de Nederlandse Volksverhalenbank. De verzameling van Sinninghe bevat ook bandopnamen van verhalenvertellers die hij bezocht. Die banden worden nu gedigitaliseerd op verzoek van de Brabant-Collectie van Tilburg University.

Sinninghe begon zijn carrière als journalist en publicist. Hij is vooral bekend geworden vanwege de boeken met provinciale volksverhalenboeken die hij voor de Tweede Wereldoorlog samenstelde. Tijdens de oorlog was hij lid van de Nederlandsche Kultuurkamer, waar onder meer schrijvers lid van moesten zijn van de Duitsers. Na de oorlog kwam hem dat op de beschuldiging van culturele collaboratie te staan van wetenschappers als Piet Meertens en Han Voskuil.

Van 1941 tot 1947 werkte Sinninghe als onderzoeker aan het Meertens Instituut, dat toen Volkskundecommissie van de KNAW heette. Hij schreef toen onder meer een catalogus van Nederlandse volksverhalen in de Duitse taal.

Sinninghe richtte in 1955 in Breda een eigen instituut op voor Nederlandse volksverhalen. De instelling richtte zich in de praktijk vooral op het Brabantse cultuurgoed.

Vanaf de jaren 1960 begaf Sinninghe zich weer in internationale kringen van volksverhaalonderzoekers. Bij het grote publiek bleef hij vooral bekend vanwege zijn populaire volksverhalenboeken en artikelen in tijdschriften van onder meer de ANWB.