Volledig scherm
Pauline de Bok. © Marco Okhuizen

'Mensen worden steeds sentimenteler over dieren'

Pauline de Bok beschrijft in haar boek Buit een jaar uit haar leven in het lege oosten van Duitsland. Tussen de zwaluwen, zwijnen, herten en dassen. Met haar geweer. Want: ,,Ik ben een jager."

Quote

Ik ben geen kluizenaar hoor, eerder een buitenstaander

Pauline de Bok

Dit zijn dus de handen van een jager, een viller, een slachter. Slanke, een beetje ruwe vingers; de nagels zijn kort en roodgelakt. Ze rusten nu op tafel, maar met deze handen laadt Pauline de Bok haar Mauser M98, haar rechterwijsvinger haalt de trekker over, waardoor de kogel met 77 meter per seconde naar het wild suist, een zwijn, hert of ree, 'Boem. Dood'. Dan ,,keel opensnijden boven het strottenhoofd, een rechte snee behoorlijk diep'', daarna de buik: ..Huid opensnijden, het buikvlies, voorzichtig, niet de darmen raken.''

Marter
Ze is een vrouw van contrasten. Vol liefde schrijft ze over haar oude boerderij in Mecklenburg-Vorpommern, in het Noordoosten van Duitsland, waar ze al zestien jaar af en aan woont. Over het zwaluwnest net onder het dak, de marter op de hooizolder, de muizen in de keuken, 'de mezen, zangertjes en fluitertjes in de tuin', en het prachtige licht, de luchten en de wisselende seizoenen. Ze laat op haar laptop wat foto's zien, met veel groen en leegte. ,,Als ik daar ben, wil ik naar buiten lopen, ruiken, kijken, voelen", zegt ze in de woonkamer van haar andere huis, in Amsterdam. Ze is soms hier, maar vaker daar, en de meeste tijd in haar eentje. ,,Ik ben geen kluizenaar hoor, eerder een buitenstaander. En ik kan heel goed alleen zijn."

In haar computer zit ook een 'jachtmapje'. ,,Wil je die foto's ook zien? Kun je daar tegen?" Daar liggen dode zwijnen op de grond na een drukjacht, of een damkalf levenloos op zijn zij met ernaast een paar druppels licht bloed, en zijzelf tijdens het ontweiden met haar handen in een gevild dier dat aan zijn achterpoten in de schuur hangt.

Quote

Het gaat om het ecologisch evenwicht, maar dat wil niemand horen

Pauline de Bok

Knuffelhormoon
Mensen snappen het niet, schrijft ze in Buit. Hoe kun je nou zomaar dieren doodschieten? En al helemaal zoiets liefs als hertjes. ,,Mensen worden steeds sentimenteler over dieren. Als iets klein is, of zielig, dan komt dat knuffelhormoon vrij, hoe heet het, oxytocine. Kom je aan zo'n beestje, dan worden ze fel. Maar ik kan er niet tegen als er woorden gebruikt worden als 'bloedsport' of 'plezierjacht'. Het is geen plezier! Het gaat om het ecologisch evenwicht, maar dat wil niemand horen.'' 

Het klinkt zakelijk, maar tegelijkertijd worstelt ze zelf ook met haar gevoelens voor dieren. Ze is de dochter van een dierenarts, een man die beesten beter maakte. Ze merkt het als ze een reebokje schiet. Uit Buit: ,,Alles klopte, ik kon hem niet missen of ziek schieten'', maar toch voelt het niet goed. Op andere momenten gaat het weer vanzelf. Ze ziet een bokje, ,,een en al gratie, met een schattig vorkgeweitje in de bast, het was een mooie zonnige avond in mei en het leven glansde hem tegemoet''. En toen zat daar een jager. En haalde de trekker over. Alles kapot. In de alinea erna: ,,De volgende dag sissen de glanzende plakjes reeënlever in de roomboter, heel even maar, met wat zout en peper. Ze smelten op mijn tong.''

Quote

Als het dier dood is, en goed geraakt, dan ben ik ermee verzoend

Pauline de Bok

Foetussen
Als het dier vlees wordt, verandert haar blik. Schieten, buit maken, eten, het hoort bij elkaar, schrijft ze. Als ze een geschoten zwijntje ontweidt, net een jaar oud en het blijkt al zwanger te zijn, snijdt ze zelfs de baarmoeder open om de vier foetussen eruit te halen. Het kost haar moeite, maar ze doet het toch. ,,Ik wil alles zelf doen," zegt ze. ,,Alles zelf kunnen. En ik doe graag dingen die ik niet durf."

Later vraagt ze zich af waarom ze de levertjes van de foetussen er niet heeft uitgesneden: ,,Ze zijn vast heel zacht en mals.'' Ze schrikt er zelf van. Hoewel ze niet zoveel schiet, zegt ze, is ze toch een jager, er is geen ontkomen aan. ,,Als ik op mijn plek zit, aan de rand van het veld, mijn geweer klaar zet en een stuk wild dat ik mag schieten precies goed in mijn vizier krijg, dan is er geen enkele reden om niet de trekker over te halen. Als het dier dood is, en goed geraakt, dan ben ik ermee verzoend.'' 

Rondbanjeren
Binnenkort gaat ze weer naar de boerderij. Ze is graag in de stad, en ze vindt het altijd fijn om haar vrienden weer te zien, maar ,,het gevoel dat ik daar moet zijn, wordt steeds sterker''. ,,Gewoon buiten rondbanjeren, niks nodig hebben... Het is een ander leven, heel sober. En ik wil nog een vos schieten, een mooie vacht prepareren, worst maken. Er is nog zoveel te doen."