Volledig scherm
Het echtpaar Maerten en Oopjen van Rembrandt dreigt gescheiden te worden door Nederland en Frankrijk. © Mark Reijntjens

Rembrandts Maerten en Oopjen moeten scheiden

Nederland loopt één van de twee Rembrandt-portretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit mis, melden bronnen op het Binnenhof. Minister Jet Bussemaker van Cultuur is in overleg met haar Franse collega, nadat er eind vorige week ruzie ontstond over de aankoop van de schilderijen uit 1634. Ingewijden achten de kans groot dat de portretten niet allebei 'thuis' komen. Bussemaker wil niet reageren.

Het nieuws dat Frankrijk mogelijk een van de twee Rembrandt-schilderijen aanschaft, betekent een verrassende wending in de zaak.

Vorige week werd bekend dat beide doeken naar Nederland gehaald zouden worden. De deal tussen de eigenaar, het Rijksmuseum en de regering leek in kannen en kruiken. Met steun van alle fractievoorzitters was het mogelijk om het geld op tafel te krijgen om één van de twee huwelijksportretten te kopen van de vermogende baron Éric de Rothschild. Het Rijksmuseum zou hetzelfde bedrag, 80 miljoen euro, bijleggen voor het tweede portret. Dat geld is er nog niet.

Maar Frankrijk dacht sinds juli een overeenkomst te hebben met Nederland voor de aankoop van de huwelijksportretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit, die dan beurtelings in het Rijksmuseum in Amsterdam en in het Louvre in Parijs te zien zouden zijn.

'Geen privécollectie'
De Rothschild zou een voorkeur hebben voor de verkoop van beide werken aan het Rijksmuseum. De Franse filantroop zit echter ook in de Raad van Bestuur van de stichting Vrienden van het Louvre.

Franse media spraken er schande van dat de regering het vertrek van de schilderijen uit het land toestond. Minister Pellerin, die aanvankelijk weinig interesse toonde in de Rembrandts, maakte plots bekend dankzij een gift van de Franse centrale bank 80 miljoen euro beschikbaar te hebben om één van de twee portretten te kopen.

PvdA-leider Diederik Samsom zei afgelopen weekend in het tv-programma Buitenhof dat het belangrijkste is dat beide portretten te zien zijn voor het publiek en niet verdwijnen in de privécollectie van een rijke emir in het Midden-Oosten. ,,Het belangrijkste doel is dat de werken in Europa blijven. En of dat nu soms in Nederland en soms in Frankrijk is, dat doel lijkt in ieder geval bereikt.''