Volledig scherm
De ontwikkeling van de Spoorzone heeft DSM flinke schade berokkend, zo meent het chemieconcern. © Fred Leeflang

DSM en gemeente Delft ruziën over vergoeding

De jarenlange strijd tussen DSM en de gemeente Delft gaat een nieuwe fase in. Deze week dient het hoger beroep in een geschil dat verband houdt met de aanleg van de spoorzone. DSM wil meer geld zien voor geleden schade.

De ontwikkeling van de Spoorzone heeft DSM flinke schade berokkend, althans: dat meent het chemieconcern. In het gebied worden na de bouw van de spoortunnel en de verdubbeling van het spoor de komende jaren veel woningen gebouwd. Daardoor, zo redeneert DSM, is het aan de spoorlijn grenzende Bacinolterrein minder waard geworden.

Deskundigen hebben de waardedaling van het terrein van 2.368 vierkante meter reeds enkele jaren geleden op minimaal 1,8 miljoen euro becijferd. De gemeente weigerde echter een vergoeding te betalen. Het gemeentebestuur meent, dat DSM op een andere manier kan worden gecompenseerd.

Gegrond

Het conflict leek vorig jaar beslecht. Toen verklaarde de rechtbank het beroep van DSM gegrond. In de uitspraak werd de schade vastgesteld op 1.370.000 euro. Tegen de uitspraak gingen beide partijen echter in hoger beroep. DSM meent recht te hebben op een hoger schadebedrag. Op haar beurt vindt de gemeente Delft, dat het chemieconcern helemaal geen schade lijdt.

De gemeente meent, dat DSM reeds voldoende wordt gecompenseerd, omdat het bedrijf meer gebruiksmogelijkheden heeft gekregen voor het terrein. DSM vindt de toezegging niet voldoende en bovendien onduidelijk. Omwonenden houden altijd het recht om tegen een eventuele herontwikkeling van het terrein bezwaar aan te tekenen. Daardoor is de economische ontwikkeling ongewis, aldus DSM.

Op het terrein van DSM stond het gebouw Bacinol, waar de Koninklijke Nederlandse Gist en Spiritusfabriek in de Tweede Wereldoorlog experimenteerde met een zelf uitgevonden penicilline. Het Bacinolgebouw werd eind 2009 gesloopt in verband met de aanleg van de spoortunnel door Delft.

In samenwerking met indebuurt Delft