Volledig scherm
PREMIUM
De fiere boeg van het voormalige vrachtschip. © Mt Termeer

Een fraai historisch plaatje

Oude DelftJe kunt er gewoonweg niet omheen. De enorme witte tjalk van Marja Priem en Hans Boshuyer neemt een prominente plek in aan de Scheepmakerij. Het historische schip is meer dan honderd jaar oud.

Het is een bekende uitdrukking, zegt Marja Priem (63): 'Koop een boot en werk je dood'. De parlementair stenograaf bij de Tweede Kamer en haar man, grafisch ontwerper Hans Boshuyer (65), weten er alles van. Hun Westfries, zoals de tjalk heet, ligt fier aan de kade. Strak in de verf, op wat aangestipte roestplekjes na.

Maar zo'n mooie boot krijg je niet vanzelf. Boshuyer schat dat ze in droge perioden zo'n twintig uur per week kwijt zijn aan onderhoud. ,,Ik houd het nooit zo bij'', zegt hij. ,,Daar word ik treurig van. We zijn elke dag bezig.'' Priem: ,,Laatst hebben we zes uur achtereen gewerkt. Iets ergers dan achterstallig onderhoud is er niet.''

Eén bonk roest was de Overijsselse tjalk veertig jaar geleden, toen Priem en Boshuyer de boot overnamen van een visser uit het Friese Stavoren. Deze had het schip gekocht van schipper De Haan, die er van 1917 tot begin jaren 70 allerhande vrachten mee vervoerde. De Haan voer met hout en graan op de Oostzee en bracht koemest uit Friesland naar de bollenstreek.

Die mest lag in het ruim tot aan de luiken. Tijdens de tocht over de toenmalige Zuiderzee begon de stront te gisten, de geur heeft er nog een tijd gehangen. ,,Een schipper greep alles aan wat hij kon varen'', zegt Priem. ,,Alles wat geld opbracht'', vult Boshuyer aan. Het ruim is tegenwoordig zijn werkplek. Het paar woont in een historisch pakhuis aan de Scheepmakerij, dat stamt uit 1650. ,,Het oudste pandje buiten de stadsmuren'', meldt Priem trots. ,,Het staat al op de oudste stadsplattegrond van Delft.''

In samenwerking met indebuurt Delft