Volledig scherm
Gé Bouwhuis legt zijn functie als teamchef van de politie in Den Bosch neer. © Roel van der Aa

Vertrekkende teamchef: ‘De Bossche politie weet waar ze moet zijn’

DEN BOSCH - De statistieken zeggen dat Den Bosch de laatste tien jaar een stuk veiliger is geworden. De politie weet waar ze moet zijn als er iets loos is, is de verklaring van vertrekkend teamchef Gé Bouwhuis. Maar resultaten uit het verleden bieden geen garanties voor de toekomst, beseft hij ook.

Groepsverkrachtingen, racisme in het voetbalstadion, grimmige boerenprotesten, drugslaboratoria in een woonwijk, moord en doodslag: al die zaken en nog véél meer kwamen de laatste jaren op het bordje te liggen van Gé Bouwhuis, teamchef van de politie. Stuk voor stuk zaken die prominent in de media kwamen, maar Bouwhuis praat veel liever over iets anders: het wel en wee van zijn mensen. 

Zware belasting agenten

,,Politiewerk is veel zwaarder geworden dan vroeger, toen ik zelf als jonge agent begon. Het is een zware belasting, het werk gaat dag en nacht door. Omdat de capaciteit onder druk staat, is er ook minder tijd om te herstellen. Politiemensen krijgen een hele hoop te verstouwen, het gaat van geweld naar suïcide en een reanimatie naar verwarde personen. Bijna altijd gaat het om zaken die je ook emotioneel raken. Hoeveel kan iemand aan: daar probeer je op te letten. De zorg voor elkaar is een permanent thema hier op het politiebureau. Als chef probeer je te voorkomen dat mensen omvallen. Dat betekent dat we soms dingen laten liggen. Dat is niet fijn, maar als mensen uitvallen, ben je verder van huis.”

Quote

Politiemen­sen krijgen een hoop te verstouwen, het gaat vaak om zaken die je ook emotioneel raken

Ge Bouwhuis, teamchef politie

Het ziekteverzuim bij de politie in Den Bosch zit onder het gemiddelde, Bouwhuis is er trots op. Bijna tien jaar vervulde hij leidinggevende functies in de provinciehoofdstad, de laatste vijf jaar stuurde hij de 230 mensen van het basisteam Den Bosch aan. Op zijn 59e gaat hij ‘uit de operatie’  en gaat hij in Oost-Brabant bekijken hoe de politie beter kan samenwerken met maatschappelijke organisaties en burgers die als 'rolmodel’ of ‘sleutelfiguur’ een belangrijke bijdrage kunnen leveren. 

Gezakt in de Misdaadmeter

De kille cijfers wijzen uit dat Den Bosch het afgelopen decennium veiliger is geworden. In 2010 waren er 1100 woninginbraken, in 2018 nog maar 400. In 2010 waren er 105 straatroven, in 2018 nog maar 19. In de Misdaadmeter van het AD is de stad gezakt naar een 27e plaats. In 2005 noteerde Den Bosch nog plaats vijf: in heel Nederland waren slechts vier plaatsen onveiliger. De criminaliteit is sindsdien overal gedaald, maar in Den Bosch toch net een stukje meer. ,,Als er iets speelt, weten we waar en vooral bij wie  we moeten zijn", is de verklaring van Bouwhuis. 

De tekst gaat verder onder de foto

Volledig scherm
,,We willen niet alleen een incidentenpolitie, we willen ook in de haarvaten van de samenleving zitten. Het is de vraag of we dat overeind kunnen houden.” © Roel van der Aa

Eeuwig gebrek aan agenten

Denk niet dat Bouwhuis zonder zorgen is. De capaciteitsproblemen die de politie parten spelen, bestaan ook in Den Bosch. Een 'permanente worsteling’, noemt hij het. Is het niet frusterend, dat eeuwige gebrek aan agenten en die groeiende lijst van zaken die op de plank blijven liggen?

,,Ik zeg liever zorgelijk. De politie heeft altijd meer werk dan ze aankan. Vooral voor de wijkagenten vind ik het lastig. Die moeten eigenlijk tachtig procent van hun tijd in de wijk zijn, maar we zijn al blij als ze vijftig procent halen. Terwijl de wijkagent in het dna van de politie zit. We willen niet alleen een incidentenpolitie, we willen in de haarvaten van de samenleving zitten. Als je weet wat er speelt, kun je veel ellende voorkomen. Gezien de grote groep agenten die de komende jaren met pensioen gaat, is het de vraag of we dat overeind kunnen houden.” 

Worstelen met dilemma's

In zijn eigen team ziet Bouwhuis tot zijn grote geluk dat de politie nog een aantrekkelijke werkgever is voor jongeren. En graag wil hij daaraan toevoegen dat dat ook geldt voor jongeren met een andere etnische achtergrond. Hij begint over de tv-documentaire Dienders, waarin acht jonge politieagenten op de voet worden gevolgd.  ,,Ik vind het geweldig dat we laten zien hoe zwaar zij het af en toe hebben. En dat ze met elkaar praten over de zaken waar ze tegenaan lopen en waar ze mee worstelen. Zo gaat dat ook in Den Bosch, waar we een heel divers team hebben. Daar ben ik trots op.”

Minder trots was Bouwhuis de laatste jaren op FC Den Bosch, waar fanatieke supporters regelmatig tegenover de politie kwamen te staan. Het escalerend geweld in en rond stadion De Vliert kostte Bouwhuis heel wat hoofdbrekens, erkent hij. Maar hij wil niet te veel met de vinger wijzen naar de harde kern op de M-side, het zou te simpel zijn om alles op hen af te schuiven. ,,Het is te hopen dat de sociale controle op de tribunes groter wordt.”

Straatcultuur in de wijken

Relatief nieuw op de politieagenda is ook het fenomeen van de ondermijnende criminaliteit, van wijken die in de greep dreigen te raken van gewiekste drugscriminelen. Hij deelt de zorgen die het Bossche gemeentebestuur vorig jaar uitsprak over de 'straatcultuur’ in wijken als de Hambaken en de Kruiskamp . ,,Die straatcultuur uit zich in jongeren die dure auto's rijden, jassen van negenhonderd euro dragen en veel contant geld op zak hebben. Als je dat op zijn beloop laat, ettert het door. Dat is ook een slecht signaal voor alle welwillende mensen in die wijken. We zijn er nu alerter op, onze patseraanpak is daar een voorbeeld van. Ik durf ook wel te beweren dat we nu veel beter samenwerken dan tien jaar geleden. Ondermijning is per definitie schimmig, maar ik denk dat we veel weten. Al durf ik niet te beweren dat we álles weten. Was dat maar waar.”

In samenwerking met indebuurt Den Bosch