Volledig scherm
Erol Gunes, met een snoertje verbonden met zijn buddy Frank Kanhai. © Remco Remlicht

Erol vindt blind zijn weg

Vanaf zijn geboorte kwam hij amper de deur uit. Want buiten loerde het gevaar. Maar Erol Gunes laat zich door zijn handicap niet langer beperken. Hij rent, hij fietst, hij is getrouwd en is vader van drie kinderen. ,,Ik ben dan wel blind, maar ik ben niet zielig.''

Het busje van Connexxion stopt voor het Centraal Station. Erol Gunes stapt uit en gaat voorzichtig schuifelend op zoek naar het trottoir, waar de chauffeur hem naar de lobby van het Hampshire Hotel begeleidt. Daar wacht hij geduldig op de komst van Frank Kanhai, de man met wie hij elke vrijdagmiddag rondjes rent door het Haagse Bos.

Ze vormen een onwaarschijnlijk duo, zal Kanhai daar even later, tijdens een looppauze op een bankje in het bos, over zeggen. ,,Erol is moslim, ik ben Hindoestaan. Hij is 34, ik ben 54. En ja, Erol is blind, ik niet. Maar was hij niet blind geweest, dan hadden we elkaar nooit ontmoet.''

Gunes grijnst. Ongeveer een jaar geleden heeft hij Kanhai (in het dagelijks leven medewerker van het Nationaal Archief) leren kennen tijdens zijn zoektocht naar een wandelgroep. ,,Sinds die tijd kom ik vaker buiten dan ooit. We lopen soms tien kilometer of meer. In het bos, door de stad, over het strand. Op een keer kwam Frank zelfs met een tandem aanzetten. En zijn we naar Leiden heen en weer gefietst.''

Grind

Quote

Dat mensen een kleur hebben, zegt mij natuurlijk niks. Behalve blind ben ik ook nog eens kleurenblind

Erol Gunes

Het is een vreemde ervaring om tijdens een wandeling met Gunes de Haagse Bosjes door de ogen van een blinde te 'zien'. Bij een plotselinge overgang van gras naar grind schrikt hij. Omdat het anders voelt onder zijn voetzolen, omdat het een ander geluid maakt. Maar het is vooral ook opmerkelijk hoe alert Gunes reageert op geuren. Bloeiende bloemen ervaart hij als een regelrechte sensatie. ,,Zo, wat ruikt het hier lekker'', zegt Gunes bij het passeren van een bloemenveld.

Aan de andere kant heeft hij uiteraard weer niks met kleur. Wat soms wel grappig is, zegt zijn buddy. ,,Ik had een wandelgroep opgezet voor Hindoestanen in Den Haag. Op een gegeven moment haakte Gunes ook daar aan. Met zijn lichte huidskleur valt hij meteen op natuurlijk. Daar komen soms vragen over: 'Wat doet u eigenlijk tussen al deze bruine mensen?' Zegt hij: 'Ik wandel met deze mensen'.''

Gunes, weer met die grijns van hem: ,,Dat mensen een kleur hebben, zegt mij natuurlijk niks. Behalve blind ben ik ook nog eens kleurenblind.''

Oriëntatiepunten

Sommige blinde mensen lopen met hun stok de halve stad door. In het geval van Gunes is dat geen goed idee. Ondanks vijf jaar mobiliteitstraining wijkt hij nog steeds al te makkelijk van zijn oriëntatiepunten af. ,,Ik schat gevaren niet goed in. Zou binnen de kortste keren ondersteboven worden gereden.''

Dat komt, legt Gunes uit, omdat hij pas op zijn 12de met zijn ouders vanuit een klein dorp in Turkije naar Nederland kwam en dus niet van jongs af aan in het drukke stadsverkeer in en rondom de Schilderswijk kon 'oefenen'.

Verder wijst hij op een cultureel verschil dat hem jarenlang onbedoeld op achterstand zette: ,,Mensen met een handicap worden bij ons heel erg door de familie afgeschermd. Turken zijn snel overbezorgd. Zeggen dan: 'dat kan jij niet'. Ik werd altijd binnengehouden. Nederlanders hebben een betere instelling. Hier is het: durven en als het even kan meedoen.''

Volledig scherm
Blinde hardloper Erol en zijn buddy Frank lopen door de stad. © Remco Remlicht

Mentaliteit

Quote

Ik beschouw het juist als een voordeel om met iemand te zijn die ook weet wat het is om iets niet te hebben

Erol Gunes

Die mentaliteit heeft Gunes zich op eigen houtje ook eigen gemaakt. Iets wat hem nu niet alleen als blinde man veel mobieler heeft gemaakt dan zijn naaste familie vroeger kon denken, maar ook iets wat hem zowel maatschappelijk (hij volgt een leerwerktraject bij een callcenter) als in de relationele sfeer enorm heeft geholpen.

Hij heeft zijn vrouw ontmoet tijdens een tripje naar zijn geboortedorp. En kwam er snel achter dat ook zij een handicap had. ,,Ze mist een hand. En dat vond ik helemaal niet erg. Ik beschouw het juist als een voordeel om met iemand te zijn die ook weet wat het is om iets niet te hebben.''

Dat voelt gelijkwaardiger, wil Gunes maar zeggen. En samen zijn ze compleet. ,,Ik sjouw thuis de boodschappen de trap op; zij let erop dat ik onderweg niet ergens over struikel.'' Zo hebben ze ook min of meer samen 'haar' rijbewijs gehaald. Na ruim 100 lessen. ,,Zij zat achter het stuur, terwijl ik op de achterbank de aanwijzingen van de examinator zat te vertalen.''

Gemeen

Drie kinderen hebben ze inmiddels, in leeftijd variërend van vijf tot bijna negen. ,,Zij weten niet beter dan dat papa niks ziet. Ja, daar kunnen ze misbruik van maken, maar dat doen ze niet. Ik heb het er goed ingeprent dat ze niet gemeen mogen spelen. En het wordt steeds leuker: de oudste is al groot genoeg om samen mee hand in hand naar de supermarkt te gaan.''

Zijn buddy Frank Kanhai heeft op het bankje in het Haagse Bos al die tijd grotendeels zijn mond gehouden. Het begint te regenen en dus is het nu: hardlopen of schuilen. Lopen natuurlijk, beslist Gunes. En daar gaan ze; voor alle zekerheid met elkaar verbonden via het oplaadsnoertje van een iPhone. Na enkele korte demonstraties hapt Gunes naar adem.

Zijn conditie is nog voor verbetering vatbaar, maar aan wilskracht ontbreekt het hem niet. ,,Ik ben dan wel blind, maar ik ben niet zielig. Ondanks een handicap iets bereiken, is moeilijk soms, maar niet onmogelijk. Daarom vertel ik dit verhaal. Om andere blinde mensen te inspireren. Als ze horen dat ik hier door het bos ren, durven ze zelf misschien ook sneller thuis de voordeur achter zich dicht te trekken.''

In samenwerking met indebuurt Den Haag