Geen bloemen maar rock-’n-roll voor ‘Jopie’

Video‘Een inspirator, een paradijsvogel om wie je onbedaarlijk kon lachen’, zo memoreerde dichter en boezemvriend Max Lerou de vorige week overleden rockmuzikant Joop Roelofs tijdens een drukbezochte afscheidsbijeenkomst, maandagmiddag in het Paard. 

Prominent op het podium stond de opvallende overlijdenskist die de ernstig zieke Roelofs al geruime tijd voor zijn dood had uitgekozen. De kist, een instrumentenkoffer met als opschrift ‘Flightcase to Heaven’ en daarop een beeldje van Haagse Harry, kwam niet aangereden per rouwstoet, maar in het bestelbusje van het Rockart Museum in Hoek van Holland. 

Daar krijgt de geleegde kist een vaste plek in de collectie en is hij beschikbaar voor rockmuzikanten die Joop later willen volgen in zijn laatste reis.

De kleurrijke gitarist en medeoprichter van de band Q65 wilde geen bloemen bij zijn uitvaart, maar kreeg rock-‘n-roll. Max Lerou vertelde hoe Roelofs op 13 juni naar het hospice aan de Koningin Emmakade verhuisde en daar op de hem typerende wijze zijn entree maakte: ,,Hallo, ik ben Joop en kom wat leven brengen in dit sterfhuis.’’ 

De jonge muzikanten Julie Scott en Maaike Peterse speelden enkele van de nummers die zij eerder bij het allerlaatste concert voor ‘Jopie’ in het hospice hadden gegeven. 

Zijn oude geluidsman Derk Groen vertolkte met zijn dochter een liedje van Robert Plant en Q65-bassist Peter Vink haalde de anekdotes op. Nachtburgemeester in ruste René Bom praatte de middag aan elkaar en constateerde dat er ‘drie- tot vierduizend jaar Haagse rockgeschiedenis’ in de zaal zat.

Volledig scherm
ADR © ADR

In samenwerking met indebuurt Den Haag

Den Haag