Haagse enclave in het Groene Hart

VideoDe vaste gasten komen er voor de rust, de natuur, om er te fietsen, vissen en van hun tuintje te genieten. Camping en recreatiepark De Kooi in Stolwijk vormt al 50 jaar lang een Haagse enclave in de Krimpenerwaard. ,,Ik heb mijn leven lang hard genoeg gewerkt. Hier kan ik ongestoord genieten van mijn ouwe dag’’, zegt Scheveninger Arend Vermeer.

Villa Arlin heet het chalet waar Scheveninger Arend Vermeer en zijn vrouw Lien de helft van het jaar hun tijd doorbrengen. De naam hangt in aardewerk tegeltjes aan de buitenwand van het vakantiehuisje geschroefd. ,,Laten maken in Spanje’’, zegt Arend. ,,Arlin is een combinatie van onze beide voornamen. Dit is al 21 jaar lang ons geliefde stekkie.’’

Arend heeft eerst jarenlang in de visserij gewerkt, daarna op de vrachtwagen gezeten en is zeven jaar geleden gestopt met werken. Sindsdien is Villa Arlin op camping De Kooi nóg nadrukkelijker zijn tweede huis. ,,Ik ben een echte Scheveninger, maar het is mij er te druk. Het Vuurwerkfestival kan mij gestolen worden, geef mij maar de stilte en de natuur.’’

Het begon voor de Vermeers allemaal met een tourcaravan op een primitieve camping in Waddinxveen. ,,Daar was toen nog geen stroom of riolering’’, zegt Arend. ,,Om zelf een beerput te graven, zag ik niet zitten. De eigenaar van die camping verwees mij naar zijn broer Kees. Zo ben ik hier terechtgekomen.’’

Volledig scherm
Arend & Lien Vermeer voor hun eigen straatje. © Peter Franken

Comfort
De tourcabine werd al snel een aluminium stacaravan en de familie Vermeer promoveerde van het passantenveldje naar de vaste staanplaatsen. Een aantal jaren geleden is de stacaravan weer vervangen door een dubbel chalet. ,,De kleinkinderen komen hier graag, dus dan wil je wat meer comfort’’, zegt Arend.

Er is geen kantine of zwembad en ook de wifi werkt niet altijd optimaal, toch komen de kleinkinderen van 13, 15 en 17 er maar al te graag. ,,Er liggen bij de ingang kano’s en surfboards, ze gaan zwemmen in de plas en ze maken vrienden’’, aldus Arend.

Kinderen zijn er echter weinig in dit recreatiepark onder de rook van Gouda. De meeste gasten zijn de pensioengerechtigde leeftijd gepasseerd. Onder hen bevinden zich opvallend veel inwoners van Den Haag en directe omgeving. Eigenaars Kees en Carolina Breedijk hebben het nog eens nageteld bij de uitnodigingen voor het 50-jarig feest van hun camping vorige week. ,,We kwamen op ongeveer duizend gezinnendie in de afgelopen jaren op de camping hebben gestaan’’, zegt Kees. ,,Noem het een stukje Den Haag in Stolwijk. Ik mag ze wel, Hagenaars zijn recht voor z’n raap. Je weet precies wat je aan ze hebt.’’

Volledig scherm
© Peter Franken

De Haagse toeloop heeft een historische reden. Toen de vader van Kees in 1967 met de camping begon, adverteerde hij in de Haagsche Courant. ,,De camping ligt gunstig’’, zegt Kees. ,,Veel kampeerders hebben geen zin om elke week een lange afstand af te leggen. Het is hier al mooi genoeg.’’

De aanleg van de camping is niet zonder slag of stoot gegaan. Vader Breedijk had aan de Benedenkerkseweg in Stolwijk een melkveehouderij en was, om het hoofd boven water te houden, gedwongen tot schaalvergroting. Hij koos er echter voor een deel van zijn land geschikt te maken voor recreatie. Negen jaar lang voerde de boer strijd met gemeente en provincie. ,,Hij was de camping min of meer illegaal begonnen’’, zegt Kees. ,,Zo zat hij nu eenmaal in elkaar. Hij zei altijd: ‘Ik kan wel toestemming vragen, maar dan zeggen ze ook nee’.’’

De camping groeide en groeide tot ergerenis van de autoriteiten. De zaak diende tot aan de Raad van State, maar de oude Breedijk had toen al zoveel caravans dat hij, om niet te veel recreanten te duperen, maar een klein stuk van zijn terrein hoefde te ontruimen. Met wat passen en meten konden veel gasten toch nog blijven en veranderde De Kooi van een gedoogcamping in een erkend recreatiepark.

Volledig scherm
Olga , van oorsprong Haagse is gek van vissen. Met trots haalt zij een keramieke snoek uit de caravan. Haar man Jan - oud loodzetter bij de Sijthoffpers houdt meer van tuinieren. © Peter Franken
Volledig scherm
"En of ik een Haagse ooievaar wil nadoen..." zegt Haagse oud-bouwondernemer Joop Schmitz en voegt de daad bij het woord. © Peter Franken

Reeuwijk
Andersom gebeurde ook. Zo kreeg De Kooi een toeloop van kampeerders - ook weer veel Hagenaars - die eerder in Reeuwijk stonden maar daar weg moesten omdat een nieuwe eigenaar er vakantiehuisjes ging bouwen. Jan en Olga Bouwense uit Capelle aan den IJssel kwamen op die manier in Stolwijk en groeiden uit tot de gasten met de mooiste tuin van De Kooi. ,,Tot 1983 woonden we in Den Haag, in de Jaarsveldstraat. We wilden een huis met tuin maar dat was moeilijk te krijgen in de stad en daarom zijn we naar Capelle verhuisd. Tuinieren is onze hobby: kijk eens wat een stuk grond we hier hebben! Zelfs bij regen zitten we onder ons afdakje heerlijk te genieten van een grote bloemenzee.’’

Tegen de glazen deur van de stacaravan rekt poes Isabelle zich uit. Zij wil naar buiten, maar Olga piekert er niet over de dure Noorse boskat zomaar los te laten. ,,Dan ben ik haar zo kwijt’’, zegt ze. ,,Ze mag alleen aan het touw naar buiten en soms wandel ik een rondje met haar aan de lijn. Ze weet niet beter.’’

De raskat, de tuin, twee e-bikes en de rijke hengelsportuitrusting van Olga: meer heeft het stel niet nodig om te genieten. In het raam van de caravan glinstert een keramieken snoek. ,,Een beeldje gekregen van mijn schoonmoeder omdat ik gek op vissen ben’’, zegt Olga. ,,Het heeft een persoonlijke waarde, daarom staat het voor het raam.’’ Manlief Jan: ,,Ik heb niks met vissen, wel met voetbal. In de caravan kijk ik via een betaalzender naar alle wedstrijden van ADO. Dat is eigenlijk nog de enige band die ik met Den Haag heb.’’

De meeste campinggasten kennen elkaar, maar zijn niet close. ,,Wij zijn gesteld op onze rust’’, zeggen Yvonne en Rob van de Steeg uit Zoetermeer, bezig aan hun derde seizoen op De Kooi. ,,We wachten tot er plek vrij komt tussen de vaste bewoners. Tot het zo ver is, hebben we een hekje geplaatst. Niet om buren tegen te houden, maar voor de eenden. Er zijn er zo veel hier en - euh - die uitwerpselen...’’

Anders gaat het eraan toe op het deel van de camping dat is omgedoopt tot ‘t Laantje. In een klein veldje tussen de percelen staat tuinmeubilair waar omwonenden elkaar treffen. ,,We zijn hecht in ‘t Laantje’’, zegt pensionado Joop Schmitz, eveneens uit Den Haag. ,,Op ons rijtje is tot drie keer toe van een echtpaar de man overleden. Wij vangen elkaar goed op. Normaal zie je bij dit soort situaties dat de vrouw de caravan opzegt, maar hier zijn ze alle drie gebleven. Dat zegt wel iets.’’

Volledig scherm
Yvonne en Rob van de Steeg uit Zoetermeer hebben hun kampeerplek omzoomd met borders en een heus tuinhek. © Peter Franken

Zondag
Ook Schmitz is met zijn partner overgekomen uit Reeuwijk. ,,De eerste keer kwam ik hier op zondag in oktober. Ik belde aan bij ‘omaatje’, de moeder van Kees Breedijk’’, aldus Schmitz. ,,Ik vraag: ‘Mevrouw, mag ik hier effe rondlopen’. Zij zegt: ‘Dat mag, maar wij doen geen zaken op zondag’. Het is hier nogal christelijk, maar ik was op slag verliefd op deze plek en we zijn nooit meer weggegaan.’’

Kees Breedijk is minder streng in de leer, maar de zondagsrust is nog altijd heilig op de camping. ,,We vragen gasten die dag niet te klussen, gras te maaien of lawaai te maken’’, zegt hij. ,,Mensen uit de stad kijken soms raar bij zo’n verzoek, maar ze begrijpen en respecteren het wel.’’

Yvonne en Rob van de Steeg sluiten zich daar bij aan. ,,’s Zondags is in het dorp alleen de snackbar open. Daar moet je je op instellen. Eigenlijk is die zondagsrust wel prettig, want voor de rust zijn we hier gekomen.’’

Volledig scherm
Tuinklussen moeten gedaan worden. Henk Riedijk heeft er zijn handen vol aan. © Peter Franken

In samenwerking met indebuurt Den Haag