Volledig scherm
© Hollandse Hoogte / Maarten Hartman

Krikke derde burgemeester die vertrekt na een affaire

Wethouders komen en gaan, maar het komt in het lokaal bestuur zelden voor dat burgemeesters het veld ruimen. In Den Haag is in 1985 burgemeester Schols de laatste geweest die voortijdig aftrad. Hij was ernstig ziek. Maar in 1949 en 1956 moesten twee opvolgende burgervaders de ambtsketen afleggen vanwege geruchtmakende affaires.

Burgemeester Willem Visser (CHU) was erg populair in Den Haag en actief in allerlei verenigingen. Op 23 mei 1949 meldde de Haagsche Courant dat hij plotseling zijn ontslag had gekregen. De reden daarvoor bleef lang een raadsel. Hij was 'in persoonlijke moeilijkheden geraakt' en zelfs opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis.

Toen bleek dat Justitie een onderzoek naar hem had gedaan. Visser had zich schuldig gemaakt aan de smokkel van 50.000 Zwitserse francs naar Nederland. Dat geld was ooit van een oud-NSB'er geweest en werd beheerd door een secretaris met wie Visser in het verzet zat. De burgemeester wilde het kapitaal in zijn eigen zak steken. Hij werd veroordeeld tot drie maanden celstraf en een boete van tienduizend gulden.

Onderduikers

Zijn opvolger Frans Schokking (CHU) kwam in 1956 onder vuur te liggen. Schokking zou in 1942 als burgemeester van Hazerswoude onderduikers van de Joodse familie Pinto hebben laten oppakken. Het gezin overleefde de oorlog niet. Schokking trad af, ondanks het vertrouwen dat de Tweede Kamer en raad in hem uitspraken. Dit was het laatste schandaal dat een politicus de ambtsketen kostte.

Elke ochtend het nieuws uit Den Haag in je mailbox? Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

In samenwerking met indebuurt Den Haag

Den Haag