Volledig scherm
Het Haagse stadhuis in de avonduren; het in 1995 voltooide gebouw is een schepping van de Amerikaanse architect Richard Meier © AD

Van luchtkasteel tot witte zwaan

Twintig jaar geleden kreeg Den Haag zijn nieuwe stadhuis, na ongekend heftige politieke conflicten. Het 'ijspaleis' vormde de basis voor de verdere vernieuwing van de binnenstad. Een persoonlijke journalistieke terugblik door Herman Rosenberg.

Op 8 september 1995, ruim twintig jaar geleden, opende koningin Beatrix een gebouw dat lang een luchtkasteel had geleken. Maar het stadhuis kwam er toch. Het daalde, in de woorden van architect Richard Meier, als een 'witte zwaan' neer in de stad. Een veel te poëtisch beeld natuurlijk voor de nuchtere Hagenees. Die hield het plagerig op 'ijspaleis'.  

De ontstaansgeschiedenis van het stadhuis hangt aan elkaar van duistere machinaties, bittere conflicten en zelfs politieke 'moord'. Allerlei herinneringen banen zich een weg door de herfstnevels, want het was een periode die samenviel met het begin van mijn journalistieke loopbaan.  

Ik ruik hem nog, de stank. De gemeenteraadzaal aan de Groenmarkt rook niet naar wilde beesten op de avond van de 6de juli 1989 - zoals de oude Tweede Kamer volgens Hans van Mierlo bij politieke spanning -, maar naar riool. Door droogte en hitte drongen kwalijke dampen door tot in de vergaderzaal. De lucht was even verpest als de politieke verhoudingen, want op tafel lag het voorstel om een nieuw stadhuis te bouwen aan het Spui.

Onder het magistrale Gezicht op Den Haag van Jan van Goyen streed het linkse college van b en w zijn doodsstrijd. Dat was bij voorbaat een vertoning, want de plaatselijke PvdA had de ruziënde eigen wethouders Gerard van Otterloo en Adri Duivesteijn al ten val gebracht. Ze waren alleen nog niet afgetreden. Wat volgde was een stukje absurdistisch politiek theater, waar ik als verslaggever van dagblad Het Binnenhof getuige van mocht zijn.  

Terwijl het college van b en w als geheel de raad dus voorstelde een nieuw stadhuis te bouwen, nam Van Otterloo, de wethouder van financiën, het woord om op cynische toon uit te leggen waarom dat vooral niet moest gebeuren: te duur, te veel risico's. Het geplande Atrium leek hem vooral geschikt om in te pingpongen. Het hele plan was voortgekomen uit de misvatting 'dat je door een groot stadhuis te bouwen een grote stad wordt', sneerde hij. Duivesteijn verdedigde zijn stadhuisplan enigszins vermoeid, terwijl Van Otterloo ostentatief in een stripboek bladerde. Natuurlijk zou een stadhuis niet in één keer zorgen voor een levendige binnenstad, gaf Duivesteijn toe, maar het zou daartoe wel een aanzet zijn.

Achterkamers  
Alleen het debat volgen was niet genoeg, die avond. Er gebeurde van alles achter in de achterkamers. Omdat al duidelijk was dat de verdeelde PvdA op zijn rug lag, speelden VVD en CDA het hard. Ze roken hun kans om nu definitief af te rekenen met het linkse college van PvdA, D66 en Links Den Haag. Goed, ze zouden Duivesteijns stadhuis aan een meerderheid helpen, maar eisten er wel zetels achter de collegetafel voor terug. Uitkomst rond 3 uur 's nachts: een nieuw stadhuis én een nieuw college.  

Een paar dagen later meldde ik mij in de ruime woning van Adri Duivesteijn aan het Huygenspark voor een interview. Zoals gehoopt nam Adri geen blad voor de mond. Zijn woede richtte zich meer nog dan op Van Otterloo op een andere PvdA-wethouder, Constant Martini. ,,Die is van de afdeling sport en spel,'' zei hij met weerzin.

Na de hete zomer van 1989 was het absoluut niet voorbij met het vuurwerk. De grootste crisis deed zich twee jaar later voor. Terwijl de bouwput was gegraven en palen waren geslagen, haakte de aannemerscombinatie af, bang voor een strop. Ongeveer een jaar lang gebeurde er niets, totdat een nieuwe combi het werk overnam en voltooide. En zo zaten we op die 8ste september met z'n allen bij elkaar in dat Atrium - ik nu namens de Haagsche Courant - niet om te pingpongen, maar om te kijken naar Shakespeare's drama Julius Caesar door het Nationale Toneel.

Witheet  
Achter de schermen toch nog een incident. Aan het einde van het toneelstuk trokken acteurs en figuranten langs de tribune. Eén van de figuranten, het huidige gemeenteraadslid voor de HSP Peter Bos plaatste toen plotseling een lauwerkrans op het hoofd van burgemeester Havermans. Hilariteit alom. ,,Hoort er vast bij,'' dachten we. Maar dat was niet zo. Regisseur Johan Doesburg was witheet van woede, schold Bos en enige medesamenzweerders de huid vol en zou ook klappen hebben uitgedeeld. Deze toegift speelde zich jammer genoeg af buiten het zicht van het publiek.  

Achteraf bleek het wel degelijk een gouden greep, dat stadhuis en niet te vergeten de bibliotheek. Het Atrium werd inderdaad de huiskamer van de stad; jammer genoeg wordt het er binnenkort wat minder gezellig door veiligheidsmaatregelen. Meiers witte zwaan/ijspaleis bleek de opmaat tot een grootschalige vernieuwing en herinrichting van de binnenstad. Daarover hebben collega's en ik kilometers kolommen gevuld. En dat blijven we doen, want het volgende megaproject staat voor de deur: het nieuwe cultuurgebouw op het Spuiplein. Den Haag is toch echt wel een grote stad geworden in die jaren. Nou ja, een beetje een grote stad dan.

Algemeen Dagblad gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement

In samenwerking met indebuurt Den Haag

Den Haag