Volledig scherm
PREMIUM
Ben Roelofs (l) en Bob Hagen bij het monument ter herdenking van de evacuatie van Arnhem. © Rolf Hensel

Zij bleven achter in spookstad Arnhem: ‘Mijn vader lag op een berg afval’

ARNHEM - Tijdens de Slag om Arnhem werden ruim 90.000 mensen door het Duitse leger gedwongen om de stad te verlaten. Een kleine groep negeerde het evacuatiebevel.  Na de oorlog werden ze vaak met argusogen bekeken, soms zelfs beschuldigd van collaboratie en plunderingen. Vaak ten onrechte, zo stellen Ben Roelofs (93) en Bob Hagen (86). Ze kijken terug op negen angstige maanden in de lugubere spookstad. 

‘Mijn vader lag op een berg afval’

Bob Hagen (86) was tien jaar oud toen hij in het holst van de nacht door de ontruimde stad Arnhem reed met zijn vader. Op weg naar de winkel die hij koste van het kost tegen plunderingen wilde beschermen. Na twee keer wilde de tiener niet meer met zijn vader mee. ,,Ik vond het te angstig allemaal.”

Hagen heeft er wel eens over liggen te tobben. Hoe ver wil je gaan om je winkel te beschermen in een tijd dat niemand zeker is van zijn leven? Zou hij net zover gegaan zijn als zijn vader?

,,Mijn vader Bertus bezat een grote zaak aan de Hommelseweg in Klarendal, Hagen’s Bazar. Die zaak was zijn liefde, zijn leven. Hij had er een geheime opslagplaats met voedsel voor onderduikers. Hij weigerde om zijn winkel achter te laten toen iedereen de stad uit werd gejaagd.”

Algemeen Dagblad gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement

In samenwerking met indebuurt Arnhem