Volledig scherm
Brenda Penninx: ,,Wie rond zijn dertigste door alle hectiek en wereldleed niet depressief is geworden, heeft het goed gedaan.'' © Saskia Berdenis van Berlekom

Amersfoortse hoogleraar bestrijdt volksziekte nr. 1: depressie

Brenda Penninx staat aan het hoofd van een grootschalige Nederlandse studie naar depressies, volgens haar 'volksziekte nummer 1'. Als beloning voor haar inspanningen op dat vlak wordt de Amersfoortse hoogleraar benoemd tot lid van de prestigieuze Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) is te beschouwen als het walhalla van de wetenschap. Dit exclusieve gezelschap telt 500 leden, die voor het leven zijn benoemd en waarin alle wetenschappelijke disciplines een plek hebben.

Brenda Penninx (45), hoogleraar psychiatrische epidemiologie aan het VU Medisch Centrum in Amsterdam, dankt haar benoeming aan het jarenlange, baanbrekende onderzoek naar depressies en haar publicaties daarover. Ze studeerde gezondheidswetenschappen in Nijmegen en werkte ook een aantal jaren in de Verenigde Staten.

Op dit moment leidt zij de Nederlandse Studie naar Depressie en Angst, waarbij 3000 patiënten zijn betrokken en die tot doel heeft de ontwikkeling van depressies en angsten te beschrijvingen en de samenhang met lichamelijke aandoeningen te bestuderen.
Daarnaast geeft de in Beuningen geboren professor colleges op de faculteit geneeskunde van de Vrije Universiteit en begeleidt ze studenten en promovendi. In 2004 streek zij met haar echtgenoot en twee jonge kinderen neer in Amersfoort.

Wat levert dat lidmaatschap u op?
,,Een benoeming is op de eerste plaats een erkenning voor je verdiensten. Zelf vind ik het heel leuk en inspirerend om over de grenzen van mijn eigen discipline heen te kijken en met collega's uit andere vakgebieden te praten over trends in de wetenschap. Waar halen zij bijvoorbeeld hun onderzoeksubsidies vandaan? Je wordt geacht in enkele commissies plaats te nemen, die zich bijvoorbeeld buigen over internationaal onderzoeksbeleid of over de voordracht van kandidaten voor onderzoeks- of onderwijsprijzen. Ik heb nog even de tijd. Ik ben namelijk één van de jonkies.''

Quote

In mijn familie ben ik de enige met een academi­sche carrière. Mijn vader was arbeidskun­di­ge, mijn moeder werkte in de administra­tie.

Waar komt uw belangstelling voor depressies vandaan?
,,De gezondheidszorg heeft me altijd ge-trokken.Tijdens mijn studie heb ik overwogen om over te stappen naar geneeskunde. Soms zou het best handig zijn, als ik arts was geweest. Maar spijt van mijn keuze heb ik niet gehad. Ik werk nu intensief samen met allerlei soorten artsen. Als je dagelijks patiënten behandelt, is er weinig tijd voor onderzoek. En ik hou ervan om te puzzelen met data en bruggen te slaan tussen verschillende vakgebieden. Voor mijn vak moet je nieuwsgierig en analytisch zijn. In mijn familie ben ik de enige met een academische carrière. Mijn vader was arbeidskundige, mijn moeder werkte in de administratie.'' 

,,Ik ben min of meer in dit vakgebied gerold. Voor mijn promotie deed ik onderzoek naar depressies bij ouderen. Het is een fascinerend onderzoeksterrein, waar we nog maar weinig van weten. Naar kanker en hart- en vaatziekten is relatief veel onderzoek gedaan. Dat is ook makkelijk scoren. Een kankercel kun je heel mooi bestuderen. Daarna stel je een therapie vast. Bij depressies is dat ingewikkelder. Die roepen negatieve associaties op, hoewel iedereen wel iemand kent die ermee kampt. Depressies zijn volksziekte nummer één. In Nederland lijdt daar bijna een miljoen mensen aan.''

Wat is eigenlijk de definitie van een depressie?
,,Een depressie is een stoornis die mensen langdurig beperkt in hun doen en laten en niet te vergelijken met een korte periode van somberheid. Je spreekt van een depressie, als iemand twee weken lang een groot deel van de dag gedeprimeerd is. In de praktijk duren symptomen vaak veel langer. Als je patiënten zes jaar volgt, blijkt dat tachtig procent langdurig last heeft van de symptomen.''

Quote

Je moet gezond zijn en succes hebben. We slikken daarom meer antidepres­si­va dan vroeger.

Quote

Rennen helpt bij sommigen écht tegen depressies. Helaas niet bij iedereen, net zomin als het voorschrij­ven van pillen.

Is het een ziekte van deze tijd?
,,Nee. Er wordt alleen anders mee omgegaan dan twintig jaar geleden. Toen werd er minder gemedicaliseerd, mensen gingen niet zo snel naar de dokter. De trend is dat depressies niet in ons streven naar geluk passen. Alles moet kloppen: je moet gezond zijn en succes hebben. We slikken daarom meer antidepressiva dan vroeger.''

Wat is het alternatief?
,,Wij onderzoeken drie behandelmethoden. Eén daarvan is 'running therapie'. Rennen helpt bij sommigen écht tegen depressies. Helaas niet bij iedereen, net zomin als het voorschrijven van pillen. Maar als je kunt voorspellen wie waarbij het meeste gebaat is, kun je misschien medicatie voorkomen. Verder loopt er een grote studie onder de naam 'Mood Food'. Daarbij kijken we naar de relatie tussen depressies en overgewicht. Daardoor ontstaat niet alleen een negatief zelfbeeld, maar worden ook eiwitten en hormonen geproduceerd die in de hersenen terechtkomen en de stemming kunnen beïnvloeden.''

,,Bij de ene groep patiënten met een depressie neemt de eetlust toe, terwijl die van de andere juist afneemt. Wij willen weten of het mogelijk is om middels bescheiden psychologische begeleiding, met aandacht voor leefstijl, medicijngebruik af te remmen en depressies tegen te gaan. Het derde onderzoek betreft depressieve mensen met een tekort aan vitamine D. Of dat tekort simpelweg een gevolg is van depressie, doordat patiënten minder buiten komen en onvoldoende zonlicht krijgen, of dat een vitamine D-tekort een directe impact heeft op de hersenen, is onduidelijk. Om dat te ontrafelen, doen we een studie waarbij de helft van de depressieve mensen een placebo krijgt, en de rest een vitamine D-supplement. Zo kunnen we nagaan of ze daar beter mee af zijn dan met zwaardere antidepressiva.''

Quote

Mensen uit lagere sociaal-economi­sche klassen hebben een grotere kans op depressies. Hetzelfde geldt voor gescheiden stellen.

Hoe zit het met de sociale en genetische factoren van depressiviteit?
,,Mensen uit lagere sociaal-economische klassen hebben een grotere kans op depressies. Hetzelfde geldt voor gescheiden stellen. Uit dna-onderzoek blijkt dat in veertig procent aanleg een rol speelt. Depressies ontstaan meestal op jonge leeftijd. Op een aantal middelbare scholen en universiteiten is een experiment gaande met een 'mental health check'. Ook zijn er 'E-health checks', waarbij met behulp van computers trainingen worden gegeven in het omgaan met stress, pesten en faalangst. Niet ouderen, zoals vaak wordt gedacht, maar jongvolwassenen, in de groep van 20 tot 40 jaar, zijn het gevoeligste voor depressies. In die periode is de druk het grootste, met werk en gezinsvorming. Het gevolg is uitval, wat de maatschappij veel geld kost. In deze groep is dus veel te winnen.''

Hoe is het gesteld met uw eigen mentale gezondheid?
Lachend: ,,Wie rond zijn 30ste door alle hectiek en wereldleed niet depressief is geworden, heeft het goed gedaan. Ik ben gelukkig niet erfelijk belast en redelijk stressbestendig. De kunst is om rustmomenten te pakken en dingen te doen waar je plezier aan beleeft. Ik ga graag sporten. Mijn rol als moeder geeft ook afleiding. Werk is voor mij veelal een hobby, waar ik energie van krijg.''

Quote

Veel artikelen schrijven is voor mij nooit een doel op zich geweest. Overigens: als ik honderd artikelen minder had geschreven, zou de KNAW mij nog steeds hebben geaccep­teerd als lid.

Hoe onafhankelijk is uw onderzoek? Draagt de farmaceutische industrie eraan bij?
,,Nauwelijks. Van alle subsidies is 95 procent afkomstig van de Nederlandse overheid of van Europese fondsen. Farmaceuten hebben ook lange tijd de psychiatrie de rug toegekeerd. Doordat patenten verliepen, viel er met antidepressiva niet veel te verdienen. Samenwerking met de industrie is een wankel evenwicht. Aan de ene kant streef je naar onafhankelijkheid, anderzijds wil je wel betrokken zijn bij de evaluatie van medicijnen die op de markt komen. Farmaceuten doen ook nuttige dingen. Ik zou nooit het databeheer van studies uit handen geven, maar ik heb niets tegen hun medebetrokkenheid bij specifieke studies, bijvoorbeeld naar overactieve immuunsystemen, die depressies kunnen veroorzaken. Je hebt tenslotte middelen nodig die dat bestrijden.''

U heeft ruim 650 artikelen op uw naam staan. Is dat niet heel veel?
,,Dat aantal is best hoog, ja. Maar kwaliteit is nog altijd veel belangrijker dan kwantiteit. Bovendien zijn die getallen bedrieglijk. Ik begeleid veel promovendi. Als zij in hun proefschrift vier of vijf van mijn artikelen noemen, komen die ook op mijn conto. Bij jongere generaties is de druk hoog. Er zijn minder plekken aan universiteiten voor pas gepromoveerde onderzoekers. De concurrentie is groot, waardoor de kans op fouten toeneemt. Veel artikelen schrijven is voor mij nooit een doel op zich geweest. Overigens: als ik honderd artikelen minder had geschreven, zou de KNAW mij nog steeds hebben geaccepteerd als lid.''

Algemeen Dagblad gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement

In samenwerking met indebuurt Amersfoort