Volledig scherm
Premier Mark Rutte © ANP

Methode-Rutte wordt wat sleets

Soeverein loodste VVD-premier Mark Rutte zijn twee voorgaande kabinetten altijd door debatten. Bij zijn derde debat over de regeringsverklaring heeft hij het voor het eerst moeilijk: de oppositie begint vat op hem te krijgen.

Halverwege het debat over zijn regeerakkoord, lacht Rutte als een boer met kiespijn. De oppositie heeft net op hem ingebeukt als het gaat om belastingverlaging voor buitenlandse bedrijven, maar Kamervoorzitter Arib smoort tot vreugde van de premier de discussie. ,,Ik wil voorstellen dat u verder gaat met het volgende punt.’’ Rutte is duidelijk opgelucht: ,,Dat lijkt mij een goed plan.’’

Het is een kant van Rutte die de Tweede Kamer niet eerder zag. Was hij altijd ontastbaar in debatten, bij het verdedigen van het regeerakkoord van zijn derde kabinet weet de oppositie voor het eerst de klauwen in de premier te krijgen.

Sinds hij de baan in 2010 kreeg, pareerde de VVD-leider eigenlijk vrij feilloos de aanvallen op z’n beleid. Hier een grapje, daar een aai. Soms streng, dan weer coulant. Maar zoals Rutte zijn tegenstanders heeft leren kennen, weten ze nu ook zíjn trucjes te hanteren.

Bluf

Met bluf komt hij niet meer weg. Door luchtige betogen laat de Kamer zich niet meer in slaap sukkelen. En bovenal: niemand laat zich meer met vage toezegging wegsturen. Het parlement heeft de methode-Rutte onder de knie.

PvdA-leider Lodewijk Asscher voorop. De voormalig vicepremier kent Rutte immers door en door, na samen bijna vijf jaar lang het land te hebben bestierd.

Wanneer Rutte eerst met veel aplomb beweert dat er geen geheime afspraken zijn gemaakt in de formatie over het niet laten verstrekken van de abortuspil door huisartsen, moet hij daar later zijn excuses voor aanbieden. Hij dacht dat Asscher het had over de NIP-test…

Dividendbelasting

Als de afschaffing van de dividendbelasting ter sprake komt, drijft Asscher z’n oude baas in de hoek. De PvdA’er voelt - nu als oppositielid - feilloos aan wanneer de premier zich er iets te gemakzuchtig vanaf wil maken. Hij heeft geen bewijs dat de lastenverlichting van 1,4 miljard euro aan buitenlandse bedrijven goed is voor Nederland. Rutte probeert zich er onderuit te bluffen door te vertellen dat hij dat weet uit zijn omgang in het buitenland. Asscher: ,,Dan kunt u mij vast ook drie economen noemen die daar bewijs voor hebben?’’ Rutte: ,,Nee, dat kan ik niet.’’

Zo hakt de hele oppositie een uur lang op hem in. GroenLinks-leider Jesse Klaver heeft hem immers ook door: ,,U probeert ons al jaren met een kluitje het riet in te sturen.” Hij laat zich bovendien niet meer van de wijs brengen, zoals wanneer Rutte zegt dat Klaver ‘schaapachtig staat te kijken’. Klaver onaangedaan: ,,Geeft u nou eens gewoon antwoord op mijn vraag.’’

Met soortgelijke volhardendheid lukt het Asscher garanties te ontfutselen dat er op wijkverplegers niet bezuinigd gaat worden.

Rutte raakt er zichtbaar van uit balans. Ineens sneert hij zelfs twee keer zo naar Asscher en Klaver, dat hij excuses moet maken voor z’n ongepaste opmerkingen.

Moeheid

Erodeert Rutte? Bolkestein adviseerde Rutte al eerder te stoppen, omdat na tien jaar partijleiderschap ‘metaalmoeheid’ optreedt. Rutte legde dat advies naast zich neer. De komende tijd zal blijken of dat verstandig was. Saillant is wel dat Rutte oud-premier Ruud Lubbers altijd zijn voorbeeld noemde. Uitgerekend Lubbers was halverwege zijn derde kabinetsperiode alle glans kwijt en maakte er zo’n bende van dat zijn CDA er bijna aan onderdoor ging. Rutte staat er na ruim zeven jaar nog lang niet zo slecht op.

Als hij aan het einde van deze kabinetsperiode Willem Drees evenaart als langstzittende premier, moet hij nog wel even aan die voorganger denken. Zelfs die alom geloofde premier verloor de magie zo aan het einde van z’n loopbaan, dat hem in een debat zou zijn toegesnauwd: ‘Gaat heen, want uw gezicht staat ons niet meer aan’.

Dat zal niemand Rutte toebijten. Maar onaanraakbaar kan hij zich niet meer wanen.