Volledig scherm
PREMIUM
© Jacques Zorgman

'Mijn dochter zei: doe dit voor je papa en mama, pap'

Hij heeft zelf de gevolgen van oorlogs-verschrikkingen ervaren. Door de vroege dood van zijn ouders. Zijn kinderen hebben hem gestimuleerd die tragische geschiedenis levend te houden. Nu als nieuwe voorzitter van de Indië herdenking.

Quote

Het werd te persoon­lijk en je moet de opvang professio­neel aanpakken

Erry Stoové
Volledig scherm
Vorig jaar met de koning. © Koen van Weel

Erry Stoové (69) komt onder een grote paraplu aangelopen bij het Indisch Monument aan de Haagse Waterpartij. Het herinneringsmonument voor de oorlogsslachtoffers in het voormalig Nederlands-Indië ligt op steenworp afstand van zijn huis. Zelfs in het miezerige regengordijn van de bewuste middag is het een indrukwekkende en rustgevende plek om te zijn.

Stoové straalt eenzelfde rust uit. Het misverstand over de afgesproken tijd voor het gesprek bij het monument heeft hem allerminst ontriefd. Hij laat het in elk geval niet merken. Stoové vindt het geen enkel punt om zonder jas in de regen te poseren voor de foto. Zijn mooie schoenen zet hij zonder aarzeling in het natte gras. Stoové praat met zachte stem.

Te diep
Het verbaast niet dat hij later zal vertellen dat hij er als directeur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) eind jaren negentig niet meer tegen kon dat mensen 12, 13 jaar in de opvang zaten. Het raakte hem persoonlijk te diep. Het is dat het voorzitterschap van de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank op zijn pad kwam, anders had hij zonder nieuwe baan moeten beslissen om weg te gaan bij het COA. ,,Het werd te persoonlijk en je moet de opvang professioneel aanpakken.''

Het waren ook zijn eigen ervaringen als kind en die van zijn ouders die een rol speelden bij zijn betrokkenheid bij de grote stroom asielzoekers waarmee hij tussen 1995 en 2001 als COA-directeur te maken kreeg. ,,Je verlaat uit angst je land en wordt ingescheept op weg naar een ongewisse toekomst met achterlating van alles wat je hebt.''

Gevaarlijk
Dat gevoel herkende hij. Tien jaar was de in Soerabaya geboren Erry toen het tijdens de gewelddadige overgang van de kolonie Nederlands-Indië naar het onafhankelijke Indonesië te gevaarlijk werd in het land voor Nederlanders. Hij, zijn moeder en zusje werden op een boot gezet naar Singapore. Zijn vader, zwaar gehavend tijdens dwangarbeid voor de wrede Japanse bezetter - maar dat zou Erry pas later ontdekken - volgde later. Vanuit Singapore vertrokken ze op een ander schip naar het voor hem onbekende Nederland. ,,Ook wij werden in Nederland eerst in een kazerne opgevangen en kwamen later in een pension terecht.''

Het was juist in de enerverende periode dat hij bij het COA de leiding had, toen hij werd gevraagd als bestuurslid van de Stichting Pelita, de maatschappelijke organisatie voor mensen die de oorlog en geweld hadden meegemaakt tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië.

In samenwerking met indebuurt Den Haag

Den Haag