Leuk om in te rijden, maar de Mini Electric moet al gauw weer even opladen.
Volledig scherm
Leuk om in te rijden, maar de Mini Electric moet al gauw weer even opladen. © Bart Hoogveld

Test Mini Cooper SE Electric: om de haverklap aan de laadpaal

AUTOTESTDe iconische Mini is er nu ook als volledig elektrische versie. Hij oogt net zo hip als de Mini Cooper S op benzine, is bijna even snel en kost minder. 

Mini Cooper SE Electric (184 pk/135 kW), vanaf €34.900 

Is het oneerlijk om bij een elektrische auto meteen te beginnen over het aantal kilometers dat je haalt op een volle acculading? Ergens wel, want met het goede laadnetwerk in Nederland vormt een beperkte actieradius geen echt struikelblok meer om elektrisch te rijden. Met een beetje plannen kom je er vaak wel.

Toch is een beperkt bereik twijfelpunt nummer één voor mensen die een batterijmodel overwegen. Het comfort van eens per week tanken blijft aantrekkelijker dan elke 200 kilometer een laadpaal te moeten opzoeken. Maar dat is wel wat je met een Mini Electric zult doen.

Volgens de fabrikant peutert hij 234 kilometer uit zijn accupakket, maar in de praktijk mag je blij zijn als je 170 kilometer redt zonder bijladen. Dat is ruim voldoende voor dagelijkse ritten, maar een retourtje Den Haag-Lelystad levert onherroepelijk een tussenstop op.

Zijn korte adem toont aan hoe we deze Mini Electric – of Cooper SE, die twee namen gebruikt Mini verwarrend genoeg door elkaar – moeten plaatsen. Waar je met een Cooper S op benzine of diesel ongestoord heel Europa kunt ontdekken, leeft de Electric z’n leven vooral tussen kantoorpark en kledingwinkel. Dat veelvuldige laden maakt de Mini minder geschikt als eerste auto in het gezin, terwijl de huidige generatie juist zo volwassen is.

Wat het rijden betreft is het glas bij deze Electric gelukkig wel halfvol: hij weegt zo’n 150 kilo meer dan een Cooper S (met automaat) maar dat voel je bijna niet. Het bochtengedrag is nog altijd speels genoeg voor een brede glimlach, de reacties van de elektromotor zijn flitsend en door de rappe tussensprintjes wordt rijden in de stad een vermakelijk spelletje. 

Volledig scherm
© Bart Hoogveld

Plus
+ Snel.
+ Wendbaar.
+ Rijden met een glimlach.
+ Relatief goedkoop in aanschaf en gebruik.

Min
- Erg beperkte actieradius.
- Concurrenten laden sneller op.
- Iets te hard geveerd.

Eindcijfer
7,0

Conclusie
Een reikwijdte van zo’n 170 realistische kilometers zet de elektrische Mini buitenspel als serieus alternatief. Wie zorgeloos langere ritten wil maken, kan beter een Cooper S op benzine kiezen. Wie hoofdzakelijk pendelt tussen werk, thuis en familie in de buurt heeft er een leuk rijdende en vrij betaalbare Mini aan.

Extra testnotities

Mini heeft naar eigen zeggen bewust gekozen voor een relatief klein accupakket bij de Electric: dat maakt de auto minder duur én minder zwaar. Helaas is dit ook meteen zijn grootste pijnpunt.

De snellaadcapaciteit van de Mini Cooper SE (Electric) is redelijk, maar niet meer dan dat. Bij een CCS-lader ‘tankt’ hij met maximaal 50 kilowatt, terwijl sommige concurrenten dat dubbel zo snel doen. Bij zo’n paal is deze Mini in ongeveer 35 minuten weer voor 80 procent opgeladen. Bij een openbaar laadpunt of een wallbox haalt hij dat percentage in 2,5 uur, waarna de accu’s in zo’n 3,5 uur helemaal vol zitten.

Tijdens het rijden kun je kiezen uit verschillende rijstanden, die vooral het reactievermogen van de elektromotor aanpassen. In ‘Sport’ (van 0-100 km/u in 7,3 seconden) heb je een lekker vinnige boost die je zelfs aan trekkende bewegingen in je stuur voelt, in ‘Mid’ reageert de Electric vooral soepel, terwijl hij in ‘Green’ meer afwachtend wordt. Wil je een laadpaal halen? Dan kun je ‘Green+’ aanzetten, waarbij de motor het minste vermogen levert en ook de airconditioning (die veel stroom gebruikt) wordt uitgeschakeld.

Mini spreekt nog altijd trots over ‘dat typische go-kart gevoel’, en het is waar: de Electric heeft dat. Al moet je tussendoor wel wat vaker stoppen.

Met een knopje naast de startknop regel je het remniveau in twee standen. In de sterkste stand wint de Electric meer energie terug tijdens het remmen, waarbij de auto ook volledig tot stilstand komt. Dat werkt op zich prima, maar de plaatsing van het knopje is waardeloos. Het zit te laag in het dashboard en je vindt het niet op de tast, terwijl je vooral in stadsverkeer eenvoudiger wilt switchen tussen de standen. 

Volledig scherm
© Bart Hoogveld

De Mini Electric barst van de logo’s en de lichtjes: in het donker verschijnt er ‘Mini’ op straat onder de buitenspiegels (nadat je de auto hebt ontgrendeld, zolang je stilstaat), de achterlichten vertonen de vormgeving van de Britse vlag en er zitten ledjes in het dashboard. De binnenverlichting valt bovendien in verschillende kleuren in te stellen.

De zitpositie in de Mini is nog steeds erg prettig, en niet anders dan in andere Mini-varianten. Lekker laag, goed instelbaar, met goed ondersteunende stoelen. Bovendien merk je qua ruimteaanbod niets van het aanwezige accupakket. Dat heeft het merk knap gedaan. Zelfs de achterbak is met 211 liter even groot als in een Cooper S of SD. Of even klein, beter gezegd.

Voor de scheurneuzen onder ons: de Mini Electric is minder speels om mee te stoeien dan een Cooper S met benzinemotor. Zeker in een handgeschakelde versie kun je daarin meer met de techniek aan de gang om het weggedrag te beïnvloeden in bochten, bijvoorbeeld door op de motor af te remmen of wat gas bij te geven. Dat mechanische spelletje mis je in de elektrische versie, die wat meer klinisch reageert en in elke versnelling (er is er immers maar eentje) precies hetzelfde aanvoelt. Wie een Cooper S gewend is, weet genoeg.

De topsnelheid van de Electric is begrensd op 150 kilometer per uur. Dat is maar goed ook, want het is verbazingwekkend hoe gauw de elektrische Mini op die snelheid zit. In alle stilte en met speels gemak rij je ineens alweer te hard. Dat is sowieso goed om uit je hoofd te laten, want boven de 110 km/u verdampt de reikwijdte als sneeuw voor de zon.

Volledig scherm
© Bart Hoogveld

Er bestaat geen echte optielijst voor de Mini Electric. In plaats daarvan kun je kiezen uit vier verschillende versies die Mini grotendeels voor je heeft samengesteld: de ‘Basic’, de ‘Essential’, de ‘Charged’ en de ‘Yours’ zijn stuk voor stuk steeds iets luxer en duurder. De kleur van de buitenkant en de wielen blijven daarna zo’n beetje de enige details die je zelf nog kunt bepalen. Oh, naast de kleur van de spiegelkapjes en de grilleomlijsting, natuurlijk. Het blijft wel een Mini.

De standaarduitrusting is goed op orde. Ook de meest basic ‘Basic’ (vanaf €34.900) heeft cruise-control, volledige led-koplampen, airco en een 6,5 inch aanraakscherm met navigatie en Apple Carplay. De duurdere ‘Charged’ (40.900 euro) is de aantrekkelijkste versie met verwarmbare voorstoelen, lederen bekleding, een fijn audiosysteem van Harman Kardon, parkeersensoren voor en achter én een head-up display dat de belangrijkste reisinformatie op een schermpje bovenop het dashboard toont.

Opmerkelijk genoeg is de Electric alleen verkrijgbaar met drie deuren. De vijfdeurs Mini, de Cabriolet en de Clubman blijven voorlopig alleen beschikbaar met diesel- en benzinemotoren. Net als de grotere Countryman trouwens, al kun je die wel als semi-elektrische stekkerhybride krijgen. 

In ons uitgebreide dossier Autotest vind je alle eerder verschenen tests. 

Volledig scherm
© Bart Hoogveld
Volledig scherm
© Bart Hoogveld
Volledig scherm
© Bart Hoogveld
Volledig scherm
© Bart Hoogveld
Volledig scherm
© Bart Hoogveld
Volledig scherm
© Bart Hoogveld
Volledig scherm
© Bart Hoogveld
Volledig scherm
© Bart Hoogveld
Volledig scherm
© Bart Hoogveld
Volledig scherm
© Bart Hoogveld
  1. ‘Waarom zit er geen instructieboekje bij mijn nieuwe Ford Fiesta?’
    VRAAG & ANTWOORD

    ‘Waarom zit er geen instructie­boek­je bij mijn nieuwe Ford Fiesta?’

    ,,Bij aflevering van mijn nieuwe Ford Fiesta Titanium werden alle ‘toeters en bellen’ in de auto uitgelegd. Thuisgekomen was ik meer dan de helft vergeten en wilde via het instructieboekje alles nazien. Maar helaas: geen boekje. Dealer gebeld: dit wordt niet meer meegeleverd en alles is via internet te achterhalen. Er wordt blijkbaar niet meer aan de oudere automobilisten gedacht en een instructieboekje van €26,50 meeleveren is blijkbaar te duur”, aldus lezer Sonja Doorschodt.