Exclusief

Het beste van het AD

In PREMIUM vind je een selectie van onze beste verhalen. Elke dag alles van het AD lezen? Neem dan een abonnement.

Volledig scherm
PREMIUM
Thijs Zonneveld. © AD

Plots is het over

ColumnColumnist Thijs Zonneveld mist de Giro d'Italia. Hij blikt nog eens terug op drie mooie en hectische weken. 

Eerst was er een potje tijdritporno in Jeruzalem. Toen een snelweg door een woestijn. Vandaar ging het naar Sicilië, waar een peloton renners als in een Efteling-attractie links, rechts, op zijn kop en ondersteboven door de meest pittoreske dorpjes van het eiland werd gestuurd.

Er won een jonge Belg (Tim Wellens), die medische attesten weigert uit principe (waarvoor driewerf hoera). Diezelfde jonge Belg demarreerde een paar dagen later met een ploeggenoot en verstopte zich daarna langs de kant van de weg. Naar verluidt zijn de achtervolgers nu nog naar ze op jacht.

Er werd gedanst op een vulkaan. Simon Yates pakte het roze, al kon het ook zijn tweelingbroer Adam zijn geweest. Het tempo was vrijwel elke etappe hetzelfde: ­bizar hard in het eerste deel, bizar hard in het middenstuk, bizar hard in de finale.

Koen Bouwman won bijna, maar niet helemaal. We gaan er even kort tussenuit. Fight for your hair. Two cities. One break. (En 50 dode Palestijnen.)

Matej Mohoric liet zich zo hard van een berg naar beneden vallen dat je je afvroeg of het wel mocht van zijn moeder. De massasprints waren eigenlijk duosprints: de ene keer won Elia Viviani, de andere keer Sam Bennett.

Die arme Fabio Aru kon er toch ook niks aan doen dat hij dacht dat de individuele tijdrit naar Rovereto een ploegentijdrit achter de auto was. Zat Jos van Emden eindelijk in de kopgroep, bleken ze de finish op een berg te hebben gelegd.

Simon Yates ging de Giro winnen. Maar niet heus.

En toen werd het vrijdag 25 mei, de dag waarop Fausto Coppi, Floyd Landis en Michael Rasmussen reïncarneerden in één persoon. Drie uur lang keken we naar iemand die als een postbode op zijn fiets zit, wachtend op het moment van zijn ineenstorting. Daar wachten we nog steeds op.

Quote

Drie uur lang keken we naar iemand die als een postbode op zijn fiets zit, wachtend op het moment van zijn ineenstor­ting

Er rende iemand mee met een astma-puffer zo groot als een basketbalpaal (historisch unicum: voor het eerst in de geschiedenis van het wielrennen smakelijk lachen om een meerenner). Tom Dumoulin reed zichzelf het podium op. Thibaut Pinot zichzelf het ziekenhuis in.

Sébastien Reichenbach daalde af als een oma in een mintgroene Nissan Micra, met een toiletrol op de hoedenplank en een paar pepermuntjes uit 1952 in het handschoenenkastje. (Misschien was die toiletrol op de hoedenplank wel de reden dat Dumoulin op hem wachtte - je weet maar nooit.)

Het was dat er bovenop de Jafferau een vangnet hing om Chris Froome te stoppen, anders had hij op die vrijdag ook alvast de Giro van volgend jaar gewonnen. Ze kwamen zowaar uit in Rome, wat het bewijs was dat alle wegen ernaartoe leiden.

Daar reden ze nog een paar keer rond het Colosseum, om het er nog maar eens dik op te leggen dat wielrenners moderne gladiatoren zijn. Toen was het plotseling zondagavond laat, en was het afgelopen.

Quote

Toen was het plotseling zondag­avond laat, en was het afgelopen

Was het peloton geen peloton meer. En vertrokken de renners naar huis. Ons allemaal in verwarring achterlatend.

Kijk hier in 4 minuten naar de hoogtepunten van de Giro: