Volledig scherm
Sint op de Groenmarkt in 1974 © Leo van der Velde

Een échte Piet, pikzwart geschminkt

Lieve RachelLeo van der Velde schrijft wekelijks een brief aan kleindochter Rachel (6) waarin hij haar vertelt over het Den Haag van toen.

Volledig scherm
Leo van der Velde en Rachel. © Frank Jansen

De grijze, driehoekige toversteen die je had gevonden, ligt nog in mijn auto. Krijg je morgen terug. Als je naar de intocht van de echte Sinterklaas in Scheveningen bent geweest. Niet die in Zaanstad. Je begrijpt dat Sint ook hulp-Sinterklazen heeft. Anders kon hij niet tegelijk op televisie, in de haven en in het winkelcentrum zijn.

O ja, een lieveheersbeestje heb ik niet in de tuin gevonden. Al wil je nu weer dierenarts worden; je moet die rood met zwarte stippenkevertjes niet verzamelen, anders brengen ze geen geluk. Als er eentje op je neerstrijkt, moet je die laten wegvliegen of voorzichtig in het groen zetten. Dan brengt-ie geluk. ,,Daarom moet je er ook een paar zoeken'', zei jij toen schaterend. ,,Dan krijg ik nóg meer geluk.”

Heb ik je verteld dat ik hulp-Sinterklaas wilde worden? Op het ministerie, waar ik werkte, kwam altijd op 4 december zo'n Sinterklaas met Piet. Dan kreeg elke ambtenaar een boterletter, chocoladeletter of een speculaaspop. Toen er eind jaren zeventig niemand voor Sinterklaas wilde spelen, zag ik mijn kans schoon. Een 1.90 meter lange collega, met lang haar en een baard, kreeg ik zover dat hij Zwarte Piet wilde zijn.

We gingen naar Costuummagazijn De Wit in de Wagenstraat, waar je verkleedkleding en theaterpakken, van piraat tot koning, kon huren. We vroegen een sinterklaas- en zwarte pietenpak. De rode mantel, tabberd en witte 'jurk' zouden mijn boekhoudcollega misschien passen, maar mij zeker niet. Ik vroeg om de kleinste maat, trok in het pashokje de mantel, tabberd en die jurk aan en zette de mijter op. Die zakte tot op mijn wenkbrauwen, maar dat zou met de pruik te verhelpen zijn. De mantel was minstens een armlengte te lang, dat was vast wel met veiligheidsspelden te regelen.

Dopey

Pas door het schaterlachen van m'n collega en de verkoper, en helemaal na een blik in de spiegel, besefte ik dat ik nooit voor Sinterklaas kon spelen. Daar stond Stoetel, oorspronkelijk Dopey genaamd, een van de zeven dwergen uit Sneeuwwitje, de enige zonder baard.

Medio november bespraken Sint en ik wat we de ambtenaren zouden schenken. ,,Laten we ze een fles sherry geven. Komt toch ook uit Spanje. Die is goedkoper dan een boterletter'', zei ik. We schaften dozen sherry aan, haalden op 4 december bij het magazijn een steekwagen en gingen om tien uur 's morgens op pad. Ik voelde me geweldig. Prachtig pikzwart geschminkt, met een pruik van zwart kroeshaar, goudkleurige oorringen en knalrood gestifte lippen. Zo zou ik me vandaag de dag ook uitdossen. Als échte piet, waar lichtbruine, zwarte, witte en - voor mijn part - pimpelpaarse kinderen dol op zijn.

Slokje

Aan het begin van zo'n kantorengang keken de ambtenaren wat gek. Tegen de tijd dat we aan het einde waren, en achterom keken, zagen we vrolijke collega's die, aan de geheven flessen te zien, al een slokje hadden genomen. Dat deed ik ook, op iedere etage. Sint bleef in de plooi, maar ik knuffelde secretaresses, tot sommigen eruit zagen als zo'n vage roetveegpiet die je de laatste jaren ziet. Ik danste op de bureaus van enthousiaste dames waar ik met geopende sherryflessen naar binnen was gestormd.

Om een uur of twee waren we klaar. Op de bovenste etage keken we tevreden naar buiten. We zagen hoe een stroom van ambtenaren, sommigen struikelend, toen al huiswaarts keerde.

De volgende ochtend hing op het publicatiebord in de liftenhal een roodomrande circulaire. Daarop stond dat 'wegens een verkeerd gekozen sinterklaasgeschenk en het voortijdig verlaten van het pand' de secretaris-generaal had besloten dat de eerstkomende drie jaar er geen sinterklaassurprise meer kwam.

Opa Leo
Reageren? leo@ad.nl

Wil je meer artikelen lezen in de rubriek Lieve Rachel? Dat kan hier!

In samenwerking met indebuurt Den Haag

Den Haag