Volledig scherm
PREMIUM
De Haagse Vlooienmarkt in de Houtrusthallen in 1981. © JOS VAN LEEUWEN

Senfs vlooienmarkt stond altijd blauw van de rook: ‘In die tijd mocht je nog gewoon overal paffen’

Lieve RachelLeo van der Velde schrijft wekelijks een brief aan kleindochter Rachel (7) waarin hij haar vertelt over het Den Haag van toen. Deze week schrijft hij over de Haagse Vlooienmarkt van Frans Senf.

Volledig scherm
Leo van der Velde en kleindochter Rachel © Frank Jansen

Op de vlooienmarkt in de buitenlucht mag je een bruin pluchen speelgoedhondje kopen. Als jij ziet dat het diertje wat pasjes dribbelt, dan blaft - meer een soort van piepen - en rechtsomkeert maakt, ben je verkocht. Omdat je er mee loopt te sjouwen, koop ik de andere dag een riempje met halsband. Daar ben je blij mee, hoewel tijdens het spelen het achterpootje van het hondje is gebroken. ,,Geeft niks opa”, zeg je, ,,met dat riempje kunnen mijn buurmeisje en ik ook spelen. Ben ik dierendokter. Heb je nog een doosje pleisters in je auto? Ik heb veel pleisters nodig.”

Terwijl ik beloof om op de markt aan de Herman Costerstraat naar zo’n zelfde hondje uit te kijken vertel ik over de Haagse Vlooienmarkt van Frans Senf. Hij maakte begin jaren 80 furore met zijn Vlooienmarkt in de Houtrusthallen. De legendarische rommelmarkt, een superwinkel van Sinkel, die twee keer per jaar open was voor de vele duizenden mensen die er graag rondslenterden. Mannen en vrouwen, die waren ingeprent om niet met rotzooi thuis te komen. Ik dacht terug aan de heerlijke muffe lucht van verborgen schatten, en de hallen, waar achterin een dikke grijsblauwe wolk van sigaren- en sigarettenrook hing. Omdat je in die tijd nog gewoon overal mocht paffen.

In samenwerking met indebuurt Den Haag

Den Haag