Volledig scherm
PREMIUM
Het Venduehuis in de Nobelstraat in 1973. © Leo van der Velde

‘Veertig jaar later vertelde ik de Venduehuisdirecteur over mijn jeugdzonden’

Lieve RachelLeo van der Velde schrijft wekelijks een brief aan kleindochter Rachel (7) waarin hij haar vertelt over het Den Haag van toen. Deze keer schrijft hij over zijn ‘jeugdzonden’. 

Volledig scherm
Leo van der Velde met kleindochter Rachel © Frank Jansen

Winkeltje 'spelen' doe je graag. Daarom ben je blij met de plek op de kinderkleedjesmarkt in winkelcentrum De Vlieger. Heeft je oma José mooi geregeld. ,,Dan heb ik nog wat schilderijtjes om te verkopen. Het geld mag je houden", zeg ik de andere dag. Je knikt, pakt een kleurplaat en vraagt om de kleurpotloden. ,,Dit is mooier", roep je vijf minuten later. Je weet niet hoeveel moeite ik heb gedaan om die kunst, nu onder het stof op zolder, te vergaren. Dateert nog uit de jaren zeventig toen mijn vrienden rommelmarkten afreisden om antiek te kopen. En te verkopen. Of hun huis mee vol te stouwen. 

Mijn schoolvriend Charles Verploegh was daar pikeur in. Troonde me mee naar Antwerpen, Brussel en Luik. Binnen de kortste keren hing de eerste flat van oma Sonja en mij vol met letterbakken en sigarenplanken. We kochten een potkacheltje en een handnaaimachine. Onze kennissen riepen dat die steeds meer geld waard zouden worden. Ik had gelijk dollartekens in mijn ogen. Zo kijk jij ook als je in je winkeltje van Sinkeltje staat. 

In samenwerking met indebuurt Den Haag

Den Haag