Volledig scherm
PREMIUM
© Robin Utrecht

Edith Bosch: Ik ben gewoon een heel lief mens

levensdoelenToen ze zelf op olympisch niveau judode, maakte ze een afspraak: wie er ook doodgaat - vader, moeder of een zus - ik kom niet naar de begrafenis. Je bent gefocust op je sport of niet. Er is veel veranderd.

Quote

Ik ben een vrouw. Ik wil er gewoon netjes bij zitten

Edith Bosch
Volledig scherm
© Robin Utrecht

Pakte ze eerder alleen een vormloos blauw of wit judopak in voor haar olympische missies, nu zeult Edith Bosch (36) twee propvolle koffers met outfits mee naar Rio. Rokken, jurken, gympies, jumpsuits, van knalrood tot felgeel. De omvangrijke garderobe heeft ze nodig als  sidekick van Henry Schut, met wie ze de komende weken dagelijks te zien is in NOS Studio Olympic Park. Bosch zal ons gidsen door de jungle van emoties, bovenmenselijke krachtsinspanningen en hopelijk historische prestaties in zwembad, atletiekstadion en andere arena's.

Aan bankhangen in afgeragde jeans à la Hugo Borst doet ze niet. ,,Ik ben een vrouw. Ik wil er gewoon netjes bij zitten. Ik vind het een onwijze eer dat ik voor het programma ben gevraagd.''

De NOS benaderde haar omdat de voormalige topjudoka met vier olympische deelnames geldt als doorgewinterde ervaringsdeskundige, die bovendien veel deelnemers persoonlijk kent. Daarnaast oogst ze met haar onconventionele kijk op de (sport)wereld waardering.

,,Tijdens de Spelen zijn alle disciplines hot, ook judo. Want eerlijk is eerlijk: anders kijkt er toch geen hond naar twee mensen die aan elkaar lopen te trekken en sjorren? Veel te saai.''

In haar onlangs verschenen autobiografie Expeditie Edith fileert ze zichzelf op genadeloze wijze. Ze was niet alleen een bitch op de mat, maar ook ernaast, met haar 'horrorgedrag'. Dat vonden zelfs haar ouders, met wie ze vanwege haar houding zeven maanden gebrouilleerd is geweest. Het enige dat haar interesseerde, waren heupworpen, armklemmen en waza-ari's die naar een
medaille of titel zouden leiden. Twaalf jaar lang moest alles en iedereen wijken voor de Edith Bosch Show.

Sommige sporters laten Rio schieten uit angst voor het zikavirus. Had zoiets jou kunnen afschrikken?
,,Nee, voor mij zou een virus een onbeduidend detail zijn. Zo zat ik destijds in de wedstrijd. Ik wilde koste wat kost de beste van de wereld worden. Ik heb zelfs in 2008 voor Beijing de afspraak gemaakt: als er iemand in de directe familiekring overlijdt, dan wil ik er niks over horen. Vader, moeder, een zus; het maakte me niet uit wiens begrafenis ik zou missen. Ik redeneerde: dood is dood en diegene zou toch ook niet willen dat ik voor niks vier jaar lang keihard had getraind? Al die opofferingen... Het zorgwekkende was: mijn familie ging akkoord met mijn absurde eisen. En ook in mijn trainingsstaf was er niemand die zei: 'Edith, je bent niet goed.''

Dus nu zou je bij een slecht bericht onmiddellijk terugkeren?
,,Absoluut. Ik zou direct in het vliegtuig stappen. Wat stellen medailles voor als er iets met je familie of vrienden aan de hand is? Zij zijn het allerbelangrijkste. Maar ik was destijds koekoek. Opportunistisch en egoïstisch. Sport vormde voor mij het middel me te bewijzen. Ik dacht dat ik zonder prestaties niet leuk en interessant genoeg was. Dus moest ik werken, werken, werken.''

,,Zeker omdat ik de lat enorm hoog had gelegd, was het een gedisciplineerde carrousel van slapen, diëten, trainen, voorbereiden. Mijn relaties, mijn vrienden, mijn sociale leven: ik had op een gegeven moment nergens oog voor, behalve voor mijzelf en het judo. Ik snauwde mijn ouders af, schrapte op het laatste moment afspraken en vond dat iedereen moest begrijpen dat alles om mij ging.''

Maar sporters móeten toch in een tunnel zitten om zichzelf te kunnen overtreffen?
,,Zeker. Je moet op een bepaalde manier loco zijn om op hoog niveau te kunnen presteren. Maar ik was extreem, totaal geobsedeerd. Terwijl ik er niet eens van genoot, want het enige dat mij bezighield was: welk volgende doel moet ik halen? Ik had geen enkele balans. Ik ging als een robot door het leven en voelde na verloop van tijd niks meer. Ik was mentaal vastgelopen. Het was de avond van mijn 30ste verjaardag en ik was doodongelukkig. Toen wist ik: het roer moet om.''