Volledig scherm
PREMIUM
© anp

Een juweel dat niks mag kosten

metropole orkestInternationaal wordt 'ons' Metropole Orkest bewierookt, toch moet het gezelschap het wellicht binnenkort met minder subsidie stellen. ,,Als dat gebeurt, ben ik weg.''

Om lof en aandacht zat het Metropole Orkest ook gisteravond weer niet verlegen. Tijdens de BBC Proms in de Royal Albert Hall in Londen bracht het gezelschap een muzikaal eerbetoon aan een levende legende, componist en platenproducer Quincy Jones. De 83-jarige Amerikaan - producer van Michael Jacksons Thriller, met 65 miljoen exemplaren het best verkochte popalbum ooit - stond erop dat het Nederlandse ensemble zijn feest zou opluisteren. Voor het Metropole Orkest was het de derde keer dat het door voor de prestigieuze Proms werd uitgenodigd. Een feest was het, live uitgezonden in tientallen landen, onder toeziend oog van prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven.

Hoezeer het Metropole Orkest (MO) over de grens ook naam en faam geniet, de toekomst van he vijftigkoppige gezelschap is verre van zorgeloos. In 2012 werd het orkest met opheffing bedreigd. Een actie van publiek en artiesten wist de politiek op andere gedachten te brengen, al werd er fors in de staatssteun gesneden. ,,Het orkest is nog altijd afhankelijk van subsidie'', zegt directeur Marc Altink (47). ,,In 2012 werd de rijkssubsidie gehalveerd van 7 naar jaarlijks 3,5 miljoen euro - nu krijgen we tot 2020 elk jaar 3 miljoen. Anders dan veel klassieke orkesten ontvangen wij geen gemeente- of provinciegelden. Een half miljoen minder, dat merken we.''

Nederland Subsidieland
In 'Nederland Subsidieland' heeft in de kunstensector de publieke discussie zich verplaatst van automatische acceptatie naar ongekend oproer: zo veroorzaakte de 1 miljoen euro overheidssteun aan popgpoep De Staat een rel. Moeten gezelschappen als het MO niet gewoon hun eigen broek ophouden? Altink: ,,Ik ben daar op zich niet tegen, maar vergeet niet dat wij, na 67 jaar gewerkt te hebben voor de publieke omroep, drie jaar geleden van de ene op de andere dag onze eigen weg moesten gaan. Wij dienden ineens te gaan 'ondernemen', terwijl we binnen het bestel van de omroep geen enkele commerciële activiteit mochten ontplooien. Je moet, nationaal en internationaal, gaan bouwen en je naam vestigen. Dat lukt heel aardig, maar bij een orkest dat zoveel leden telt, praat je over andere bedragen dan bij een popgroep.''