Volledig scherm
© Shutterstock

Vraagtekens bij optimistische pestcijfers OCW

Uit een monitor van het ministerie van Onderwijs (OCW) blijkt dat 10 procent van de basisschoolleerlingen één of meer keer per maand wordt gepest. Twee jaar geleden was dat nog 14 procent. Op middelbare scholen daalde het aantal gepeste leerlingen van 11 naar 8 procent. Waar komen die cijfers vandaan?

Quote

We horen op verschil­len­de plaatsen dat kinderen nog steeds worden gepest

Margrite Kalverboer, Kinderombudsvrouw

Het ministerie heeft een enquête gehouden onder 12.717 leerlingen in groep 7 en 8 van het primair (speciaal) onderwijs en 22.309 leerlingen in het voortgezet (speciaal) onderwijs. In 2014 hield het ministerie dezelfde peiling om de pestervaring van leerlingen te polsen. De onderzoeksresultaten zijn puur gebaseerd op de beleving van de scholieren. 

Staatssecretaris Dekker constateert dat pesten afneemt. Hoe zien andere experts dat?
Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer constateerde vorige week nog in het AD dat de pestprotocollen op scholen niet effectief genoeg zijn en dat kinderen nog te vaak worden gepest. Die boodschap bracht ze op verzoek van kinderen die ze tijdens haar Kinderrechtentour ontmoette. ,,We horen op verschillende plaatsen dat kinderen nog steeds worden gepest. Ik neem deze signalen uiterst serieus'', aldus Kalverboer. De Kindertelefoon laat ook een ander geluid horen. Pesten is één van de onderwerpen waar kinderen het vaakst over bellen. Vorig jaar leverde dat ruim 25.000 gesprekken op, het eerste half jaar van 2016 dik 12.000. ,,Een daling van het pesten zien wij niet terug in onze cijfers. Maar wij weten sowieso niet of het pesten minder of meer wordt'', aldus woordvoerder Martine Borgdorff.

Quote

Het ministerie presen­teert het als een enorme overwin­ning, maar ik vind het verschil minimaal. Ik vraag me voor-al af waarom het zou afnemen

Beau Oldenburg, Rijksuniversiteit Gronigen

Valt op basis van de cijfers die OCW gebruikt wel zo'n harde conclusie te trekken? 
Daarover verschillen de meningen. ,,Het onderzoek is herhaald met precies dezelfde vraagstelling, dus dat zou er op wijzen dat het probleem minder groot is geworden'', zegt René Veenstra, hoogleraar Sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Toch plaatst hij een kanttekeningen. ,,Als er meer in detail was bevraagd, was er misschien een andere uitkomst geweest.'' 

Bovendien, zegt promovenda Beau Oldenburg, kan het resultaat de volgende keer zo maar anders zijn. Een trend over meerdere jaren ontbreekt namelijk. Ook betwijfelt ze of de daling significant is. ,,Het ministerie presenteert het als een enorme overwinning, maar ik vind het verschil minimaal. Ik vraag me voor-al af waarom het zou afnemen.'' 

OCW stelt dat het om een representatief onderzoek gaat. Wel hebben bovengemiddeld veel eerste- en tweedeklassers en relatief weinig middelbare scholieren van hogere havo- en vwo-klassen gereageerd.