Volledig scherm
© Mark Reijntjens

Omgaan met tegenstrijdige opdrachten doe je zo

op de werkvloerWees vernieuwend. Volg de regels. Hoe ga je op de werkvloer om met tegenstrijdige opdrachten?

Volstrekt tegenstrijdige opdrachten zijn op de werkvloer heel gewoon. En het wordt alsmaar erger. Organisaties willen wendbaar zijn. Ze werken vaker in korte klussen met mensen van verschillende afdelingen. Die flexibiliteit leidt gek genoeg tot meer bazen, die nog meer door elkaar heen lopen dan je al gewend was.

De projectmanager wil dat je met ondernemersmentaliteit het initiatief pakt. Je afdelingsmanager wil dat eigen initiatief eerst in drievoud op zijn bureau zodat hij er lekker over kan gaan zitten beslissen. Je oude collega is ondertussen door je teammanager tot senior professional benoemd, en mag informeel leiding geven. Zo heeft de teammanager meer tijd om van jou vernieuwende creatieve oplossingen te eisen terwijl die senior hamert op de huisregels, want zo doen wij het hier nu eenmaal. En jij moet ondertussen niets vragen en alles zelf oplossen terwijl je - dûh- net dát eerst had moeten vragen.

Je raakt gevaarlijk verstrikt in een knoop die lijkt op de bedrijfsvariant van de rattenkoning. Zo noemen biologen een kluwen ratten met in elkaar verstrikte staarten. Wat je moet onthouden: ze willen allemaal een andere kant op. Dus raken ze alleen maar meer in de knoop. Het loopt niet goed af.

Sommige businesskenners adviseren tegenstrijdigheden bespreekbaar te maken en de leiding advies te vragen. Krijgen jullie de kluwen niet ontrafeld, lach er dan samen om. Dat scheelt opgekropte frustratie.

Mocht jouw bedrijf nou net een tikje meer lijken op de kantoorhel, dan hebben we meer aan deze theorie: als kind leerde je al omgaan met tegenstrijdigheid. Als je een ijsje wilde en het mocht niet, dan wist jij toch ook bij wie je moest aankloppen?

Zo moet je in onze ratrace denken: zoek uit wie over de ijsjes gaat. Is dat die hogere leidinggevende met z'n functioneringsformulieren, of de projectmanager die de winst pakt? Dat biedt even lucht. Maar net als met de rattenkoning loopt het met zo'n in-de-knoop-bedrijf niet goed af. Denk opnieuw terug aan je jeugd: hoe wilde je die tegenstrijdigheden liefst oplossen? Misschien is het tijd om uit huis te gaan.

  1. Ik ben ontzettend blij dat er ongelijkheid is

    Ik ben ontzettend blij dat er ongelijkheid is

    Laat ik hier heel duidelijk over zijn: ik ben ontzettend blij dat er ongelijkheid is. Ik zou niet willen leven in een land waarin iedereen evenveel heeft. We zijn nou eenmaal ongelijk. Volgens psychologen bereiken we de hoogste staat van geluk terwijl we het beste uit onszelf proberen te halen. Inkomen is niet zaligmakend, maar het vooruitzicht van meer inkomen is een belangrijke drijfveer voor mensen om hun best te doen. Vraag je maar eens af waarom jij iedere dag naar je werk gaat en wat je zou doen als je het geld kreeg...precies, lekker apathisch zappen op de bank. Zonder het vooruitzicht op meer door hard te werken verdwijnt de energie die alles draaiende houdt in de wereld, ook onze levenslust. Maar daarbij zijn twee cruciale mitsen: ongelijkheid van uitkomsten stimuleert alleen als de káns op een zo hoog mogelijke plek op de sociale ladder wél gelijk is. Onbelemmerde toegang tot onderwijs en arbeidsmarkt is daarvoor een must. De tweede en misschien nog wel belangrijker is dat er procedurele gelijkheid moet zijn. De allerarmsten (ook in Nederland) moeten systematisch meer moeite doen om de gewoonste zaken in het leven te regelen. Rijke mensen en bedrijven sluizen hun vermogen met gemak uit het zicht van de belastingdienst. Zo wordt ongelijkheid onrechtvaardig.