Volledig scherm
Lauren van Drimmelen: ,,Ik zou wel willen bijdragen aan de ontwikkeling van het onderwijs in een multiculturele samenleving, zoals Rotterdam.'' © Jan de Groen

Gedreven student Lauren is blij dat ze geen feut meer is: ‘Ik zal sommige klusjes missen als kiespijn’

RotterdammersIn iedere Rotterdammer schuilt een uniek relaas. Wekelijks tekent journalist Marcel Wijnstekers zo’n levensverhaal op uit het hart van de stad. Deze week: Lauren van Drimmelen (20), studente Pedagogische Wetenschappen aan de Erasmus Universiteit, had als kind thuis ook wat te vertellen. ,,Dat heeft mij gevormd tot de persoon die ik nu ben.’’

Quote

Tien dagen afzien in die tent, vlakbij een treinspoor, heeft me veel opgeleverd

,,Mijn eerste jaar bij studentenvereniging Laurentius zit erop. Eindelijk ben ik geen feut meer. Ik zal sommige klusjes, die wij als eerstejaarsleden moesten doen, missen als kiespijn: Vooral de bardiensten in het clubhuis van Laurentius, ‘De Eend’, tot diep in de nacht. Ook al zaten er maar een paar leden aan de bar, je moest blijven om biertjes te tappen. 

Ook de ontgroening, begin vorig studiejaar, zal ik niet snel vergeten. We waren tien dagen van de wereld; verbleven in grote tenten, zonder telefoon. Het was op een veldje, dichtbij het spoor. Continu raasde er een trein voorbij. Wat er met ons gebeurde, houd ik voor me, maar er waren best veel studenten die het niet trokken. Zij staken hun hand op en mochten naar huis.

Na de eerste dag van de ontgroening heb ik ook met de gedachte gespeeld om mijn hand op te steken, maar dat heb ik toch gelaten. Wat zijn nou tien dagen van je leven, bedacht ik me op het dunne matje op de koude grond. Het enige wat je aan die ontgroening overhoudt, is de feutentyfus. Een kuch, waarmee iedereen rondloopt.

Tien dagen afzien in die tent, vlakbij een treinspoor, heeft me veel opgeleverd. Bijna al mijn sociale contacten heb ik opgedaan tijdens de ontgroening, zoals de jaarclub ‘Capri’, die ik vorm met dertien andere meiden. Dat zijn nu al vriendinnen voor het leven. Dit jaar hoop ik ook aangenomen te worden bij een dispuut, een sub-vereniging binnen Laurentius . Elk dispuut heeft een eigen imago. Zo heb je ‘De Knappe Meiden’, ‘De Stoere Jongens’ en ‘De Zuipschuiten’. Om gevraagd te worden, moet je borrels afgaan. Jezelf verkopen.

Over twee weken, na een laatste kennismakingsborrel, wordt besloten of er voor mij een plekje is bij het dispuut waar ik graag bij wil. Daar zie ik een beetje tegenop. Het maakt je toch onzeker: ben ik wel leuk genoeg? Mijn huisgenoot van onze studentenflat aan de Maasboulevard stelde mij gerust. Ze zei: denk aan je kennismakingsavond, toen wij jou kozen uit een groep van negen meiden. Je was zó jezelf: spontaan, maar niet overdreven. Als je je zo opstelt, moet het goed komen.

Al die uitverkiezingen en mogelijke afwijzingen voor studentenclubs zijn niet goed voor je zelfvertrouwen. Maar ik zoek nu eenmaal graag de gezelligheid op, de verbinding. Bovendien: veel mensen uit het bedrijfsleven vissen nog altijd in hun netwerk uit de studententijd. Dat is ook wat waard.

Of er naast het verenigingsleven nog voldoende tijd is om te studeren? Jazeker. Naast negen uur college, heb je zo’n vijfentwintig uur in de week nodig om de lesstof door te nemen. Daar kom ik niet altijd aan, maar je moet pieken op het juiste moment, twee weken voor de tentamens. Vorig jaar heb ik mijn propedeuse gehaald. Dat móeten studenten van de Erasmus Universiteit ook. Anders kun je stoppen.

Gezin

Quote

Al die uitverkie­zin­gen en mogelijke afwijzin­gen voor studenten­clubs zijn niet goed voor je zelfver­trou­wen. Maar ik zoek nu eenmaal de gezellig­heid op

Pedagogische Wetenschappen is een boeiende studie. Vooral de onderwijskant. Ik zou wel willen bijdragen aan de ontwikkeling van het onderwijs in een multiculturele samenleving, zoals Rotterdam. Hoe je kinderen van verschillende etniciteit hetzelfde kan overbrengen. Het antwoord? Niet alleen plaatjes van witte kinderen in lesboeken, om de aandacht van iedereen te trekken. Niet alleen het christelijke verhaal vertellen met kerst, maar ook andere geloven belichten. Niet alleen de Tweede Wereldoorlog tijdens de geschiedenisles, maar ook alles over de slavernij aan bod laten komen.

De fascinatie voor het onderwijs heb ik van mijn moeder. Zij heeft de PABO gedaan en is basisschoollerares geweest. Mij raadde ze de PABO echter af. Het werk van de schoolleraar wordt in Nederland sterk ondergewaardeerd. Bovendien ben je nooit klaar. Ik weet nog dat mijn moeder regelmatig, na een lange werkdag, thuis de lessen van de volgende dag voorbereidde. Mijn vader zou het wel waarderen als ik zijn pad volg. Hij is mede-eigenaar van een houtbedrijf in Zwijndrecht, dat bijna honderd jaar geleden is opgericht door mijn grootvader. Hij laat mij vrij in mijn keuze, maar ik weet zeker dat mijn vader het leuk zou vinden als ik het bedrijf kom versterken. Toch is een eigen bedrijf niet alles: hard werken, weinig thuis. Uiteindelijk wil ik ook een gezin stichten.

Nee, mijn toekomst ligt in de pedagogiek. Een managementrol in het onderwijs of actief in de gezinscoaching. Bij gezinnen thuis kijken en in gesprek gaan met ouders en kind over de opvoeding. Er zijn vier opvoedstijlen: de autoritaire, democratische, toegeeflijke en verwaarlozende opvoeding. Ik mocht als kind thuis ook wat zeggen en dat heeft mij gevormd tot de persoon die ik nu ben: gedreven, sociaal en spontaan. Een tikkeltje onzeker nog, maar geef mij nog een paar jaar en er staat een vrouw van de wereld voor je neus.’’

In samenwerking met indebuurt Rotterdam

Poll

Herdenken tijdens het songfestival, kan dat?

Herdenken tijdens het songfestival, kan dat?

  • Ja natuurlijk, het versterkt elkaar alleen maar. (40%)
  • Nee, herdenken is een serieuze zaak. (39%)
  • Dat moeten Rotterdammers toch zelf weten? (21%)
5748 stemmen