Volledig scherm
Viooltjes weten zich tussen de rotsen te nestelen. © Shutterstock

Tegels in de tuin zijn not done, de rotstuin is een goed alternatief

Eigen Tuin EerstTuingoeroe Romke van de Kaa vertelt elke week hoe je een lustoord maakt van een dorre lap grond. Een volledig betegelde tuin? Dat geeft wateroverlast. Kies dan liever voor een rotstuin, als je toch niet van wieden houdt, raadt hij aan.

In Engeland zie je een opleving van de rotstuin. De tuincentra melden dat de verkoop van rotsplanten met meer dan 100 procent is toegenomen. En als je ervan uitgaat dat wat in de Engelse tuinwereld gebeurt binnen een jaar of tien naar Nederland overwaait, hoef je geen gecertificeerde trendwatcher te zijn om te kunnen voorspellen dat de rotstuin ook hier een revival tegemoet gaat.

Dat is ook niet verbazingwekkend, want hoe je het wendt of keert - we hebben minder tijd. De bakfietsgeneratie al helemaal, maar zelfs de pensionado’s twitteren en instagrammen dat het een aard heeft, en als ze geen oppasoma of -opa zijn, zwerven ze in hun campertjes over Europa’s wegen. Getuinierd wordt er steeds minder.

Sociaal onacceptabel

Volledig scherm
De rotstuin is onderhoudsvriendelijk en laat toch het water netjes weglopen. © Shutterstock

Maar ook het nihilisme van de volledig verharde tuin vol tegels of steenslag begint uit de mode te raken. De steentjestuin ontaardt na verloop van tijd in een kattenbak vol onkruid, en de betegelde tuin begint sociaal onacceptabel te worden. Je wilt er toch niet verantwoordelijk voor zijn dat straks na een hoosbui het water in jouw buurt de voordeuren binnen klotst.

Het zoeken is naar een onderhoudsloos alternatief dat liefst ook nog een bijdrage levert aan de biodiversiteit. De een hangt zijn grasmaaier aan de wilgen en laat zijn gazon uitgroeien tot een wei vol wilde bloemen, een tweede blaast de ooit populaire heidetuin nieuw leven in en een ander neemt de Alpen als voorbeeld en begint een rotstuin.

Ontdekkingsreizigers

De rotstuin werd uitgevonden in de 18de eeuw, toen ontdekkingsreizigers allerlei nieuwe rotsplanten naar Europa brachten. Toen was de siertuin nog een zaak van de elite en het waren de grote landeigenaren die in hun tuinen een berglandschap lieten bouwen, compleet met een mini Mont Blanc of Matterhorn die soms versierd werd met tinnen gemsjes.

Langzaam filterde het concept van de rotstuin door naar de gewone man, die ook rotsblokken in zijn voortuin begon te plaatsen. Totdat, in de vorige eeuw, de rotstuin verworden was tot het toppunt van truttigheid. En nu slaat de slinger dus weer uit naar de andere kant.

Friemelen

Een rotstuin kost tijd om te bouwen, vooral als je een levensechte rotstuin nastreeft, waarin je je in de Dolomieten waant. Want een berg aarde met hier en daar een steen als een krent in de pap is natuurlijk geen rotstuin. Maar heb je er een gebouwd - ze zijn vooral in Duitsland als bouwpakket te koop - dan is het een kwestie van kleine plantjes in kiertjes en spleten friemelen. 

Daarna kun je achterover leunen en van het resultaat genieten. Want veel werk zul je er niet aan hebben. Hoe meer steen, hoe minder wieden. En met die biodiversiteit zit het ook wel goed. Ze zijn niet echt spectaculair, al die kevers en spinnen die in de speten van de namaak-Alpen huizen, maar het kan niet altijd en overal steenbokken en adelaars zijn. De biopiramide begint onderaan.