De bosanemoon.
Volledig scherm
De bosanemoon. © Shutterstock

Schaduwtuinen zijn eindeloos veel boeiender dan een tuin in de volle zon

eigen tuin eerstSnoeien, stekken, planten, verpotten, zaaien en schoffelen. Tuingoeroe Romke van de Kaa helpt een handje. In april bloeien veel stinsenplanten, die we te danken hebben aan bewoners van kastelen en buitenplaatsen.

Tegenwoordig is het mode om stinzenplanten te schrijven, met een z, maar een stenen huis is in het Fries een stins en geen stinz, dus houd ik me bij de schrijfwijze van Heukels' Flora van Nederland uit 2005. De Groningse benaming 'börgbloumkes' vind ik trouwens vriendelijker.

Stinsenplanten vind je op oude buitenplaatsen, in kasteeltuinen en op landgoederen waar ooit uitheemse gewassen zijn verwilderd. En op kerkhoven, waar ze ooit zijn gebruikt als grafbeplanting. Veel landgoederen en borgen die bekendstaan om hun stinsenflora houden hun poorten vanwege corona nu gesloten.

Kasteeltuinen

Romke van de Kaa.
Volledig scherm
Romke van de Kaa. © Joost Hoving

De laatste tijd maken we ons nogal druk over invasieve exoten. Daar hadden ze eeuwen geleden minder last van. Vooral bolgewassen werden in enorme aantallen ingevoerd en in kasteeltuinen geplant. Soms deden ook de dominee en de notaris mee, op bescheidener schaal. Als die bollen het naar hun zin hadden, zaaiden ze zich uitbundig uit. Daaraan hebben we de velden van honderdduizenden verwilderde sneeuwklokjes en boerenkrokussen te danken.

Toen tuinen nog bestonden uit brave buxushaagjes in geometrische patronen, was er geen behoefte aan planten die zich buiten de perken zaaiden. Met de komst van de Engelse landschapsstijl in de tweede helft van de 18de eeuw gingen alle teugels los. Paden mochten slingeren, vijvers en waterloopjes werden onregelmatig van vorm en de wiskundige precisie verdween. Planten mochten zich naar hartenlust uitzaaien. En nu doen we inkopen bij de stinsenplantenkweker.

Sneeuwklokjes

De holwortel.
Volledig scherm
De holwortel. © Shutterstock

De bloei van de stinsenplanten begint met sneeuwklokjes en winterakonieten. Dan volgen sterhyacinten, lenteklokjes en sneeuwroem. Eind maart bloeien geelster en voorjaarshelmbloem en nu, in april, genieten we van de holwortel, de bosanemoon, de gele anemoon, het zomerklokje, de wilde narcis (sierlijker dan de gekweekte) en de bostulp.

Veel van deze bolgewassen verdragen schaduw, of beter gezegd: ze bloeien onder loofbomen en struiken voordat het blad daarvan is uitgelopen. Daar hebben ze in het vroege voorjaar volop zon. Als het in de loop van mei donker en droog wordt, gaan de bollen in zomerslaap.

Hier heb je meteen een voorbeeld van een boeiende tuin: zorg voor bomen en struiken of maak slim gebruik van de schaduw van bomen in de buurtuin. Kies een onderbeplanting van stinsenplanten en geniet vanaf januari van een kleurige tuin. Straks, als die voorjaarsplanten zijn uitgebloeid, maak je gebruik van het licht dat door de kruinen van bomen en struiken gefilterd wordt en dat varens en hosta's flatteert. Schaduwtuinen zijn eindeloos veel boeiender dan een tuin in de volle zon.

Ga je zelf in de tuin werken? Kijk dan voor terrastips bij Eigen Huis & Tuin of voor wooninspiratie onderstaande video's.