Fabel of niet: kunnen mensen met een grote neus beter liegen?

VideoDoor Pinoccio moeten we bij een lange neus allemaal aan liegen denken. Dat hier niets van klopt weten we, maar waar is dit fenomeen op gebaseerd? Prof. dr. Daniël Wigboldus (Radboud Universiteit Nijmegen) is hierdoor gefascineerd en vraagt zich in dit college aan de Universiteit van Nederland af waarom mensen toch zo graag uiterlijk en karakter aan elkaar verbinden.

Op basis van ons uiterlijk bestaan er nogal wat veronderstellingen: een groot voorhoofd zou intelligenter maken, een brede kaak stoerder, een smalle kaak juist weer verlegen.

Volledig scherm
© RV

Al sinds mensenheugenis bestaat het idee dat er een connectie is tussen iemands persoonlijkheid en de vorm van zijn of haar gezicht. Door de eeuwen heen hebben filosofen en wetenschappers het menselijk karakter bestudeerd. In de 17de eeuw dachten wetenschappers in Italië een connectie tussen karakter en uiterlijk gevonden te hebben na het vergelijken van mensenhoofden met dierenkoppen. Wat bleek? Als je hoofd min of meer op dat van een hert leek, had je volgens hen een timide persoonlijkheid.

Het analyseren van uiterlijke kenmerken en gedrag bleef ook in de 18e eeuw in de mode. Zo schreef de filosoof Johann Lavater boeken over wat hij fysionomie, oftewel het karakter van een mens aflezen van diens gezicht, noemde. Zo schreef hij onder andere dat vrouwen met een puntige neus en vooruitstekende tanden vermeden moesten worden als de pest, vanwege hun onbetrouwbare karakter. De werken van Lavater waren dusdanig populair en alom geaccepteerd dat ze ook daadwerkelijk tot buitensluiting hebben geleid. Het heeft ons zelfs bijna de evolutietheorie gekost. Charles Darwin mocht namelijk bijna niet mee op het schip ‘The Beagle’ omdat de vorm van zijn neus zou aangeven dat hij een gebrek aan wilskracht had.

Agressief

Zo’n honderd jaar geleden dook de wetenschap frenologie op. Een tak die onderzocht welke schedelvorm bij welke persoonlijkheid hoorde. Het idee was dat de schedel op sommige punten een bobbeltje had. Dit was volgens de onderzoekers een indicator voor grotere hersenen op die specifieke plek wat weer een effect had op de persoonlijkheid. De frenologie deelde de hersenen namelijk op in kleine gebieden waaraan bepaalde persoonlijkheidstrekjes werden gelinkt. Had je een groot ‘agressiegebied’, dan had je daar ook een bobbeltje, en was je dus een agressief persoon. Zo bestonden er volgens de frenologie dus typische boeventronies en perfecte schoonzoonhoofden. Toen moderne wetenschappers met behulp van nieuwe technologieën ook echt in de hersenen konden kijken, bleef er van de frenologie echter weinig over.

Maar het fenomeen waarbij uiterlijke kenmerken aan karaktertrekken worden gekoppeld, bestaat nog steeds. We beoordelen elkaar immers nog altijd bewust en onbewust op het uiterlijk. Zo wordt een rond hoofd met aflopende wenkbrauwen als betrouwbaar ervaren en hebben mensen met een vierkant hoofd en een frons pech. Wellicht goed om daar bij de volgende verkiezingen eens stil te staan.

Dit is een wekelijkse bijdrage van de Universiteit van Nederland.

De Universiteit van Nederland heeft ook een podcast. Vind ze terug op Spotify (http://bit.do/UvNL-Spotify) en iTunes (http://bit.do/UvNL-iTunes).

Bekijk hier andere colleges: